RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/692680 / JE RK 25-1721
Datum uitspraak: 4 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over
I. verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
II. zelfstandig verzoek tot uitbreiding van de zorgregeling
III. ambtshalve benoeming bijzondere curator (art. 1:250 BW)
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G. Nandoe Tewarie uit Den Haag,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. L. Rijsdam uit Leiden,
[de grootvader] ,
en
[de grootmoeder] ,
hierna te noemen: de grootouders,
beide wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 oktober 2025;
het aanvullende verzoek van de moeder, ontvangen op 7 november 2025;
de e-mail van de advocaat van de vader, ontvangen op 12 november 2025;
de e-mail, met bijlage, van de advocaat van de moeder, ontvangen op 12 november 2025;
de e-mail van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 13 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de moeder met haar advocaat.
De vader, zijn advocaat en de grootouders hebben zich bij bericht van 3 november 2025 afgemeld voor de zitting.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij de grootouders vaderszijde.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld en een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 5 november 2025.
Bij beschikking van 20 september 2022 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- [de minderjarige] voorlopig in ieder geval één keer per week gedurende enkele uren onder begeleiding van een (onafhankelijke) derde (eerst via Humanitas) omgang zal hebben met de moeder.
3. Verzoek en zelfstandig verzoek
Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling overweegt daartoe als volgt. [de minderjarige] woont vanaf jongs af aan bij de grootouders. Ze heeft daar eerst gewoond met beide ouders, na de scheiding met de moeder en later alleen. Hierdoor heeft [de minderjarige] verschillende verzorgers en opvoeders gehad. De gecertificeerde instelling maakt zich zorgen over het perspectief van [de minderjarige] . De grootouders geven aan dat [de minderjarige] bij hen zal opgroeien, terwijl de vader en de moeder willen dat ze bij hen opgroeit. Het lukt de grootouders, de vader en de moeder niet gezamenlijk beslissingen te nemen in het belang van [de minderjarige] of om met elkaar te communiceren zonder conflict. [de minderjarige] en de moeder hebben eens per twee weken van 10.00-13.00 uur onbegeleid contact. Door Cardea is aangegeven dat [de minderjarige] moeite heeft met de contactmomenten met de moeder vanwege de slechte verstandhouding tussen de moeder en de grootouders en de vader. De omgangsmomenten verlopen dan ook moeizaam en de moeder heeft volgens de vader tijdens een omgangsmoment een voor [de minderjarige] belastende uitspraak gedaan. De grootouders en de vader spreken slecht over de moeder in het bijzijn van [de minderjarige] . [de minderjarige] laat weerstand zien in het contact met de moeder als gevolg van de spanningen tussen de volwassenen. [de minderjarige] kampt hierdoor met een loyaliteitsconflict. Ook zijn er signalen van trauma en hechtingsproblematiek te zien. [de minderjarige] toont pleasend gedrag en wil iedereen te vriend houden. Daarnaast heeft ze behoefte aan controle en raakt ze in paniek of wordt ze boos als iets niet gaat zoals zij wil. De aanmelding bij Cardea voor pleegzorg is niet van de grond gekomen waardoor de gecertificeerde instelling dit de komende periode wil oppakken, zodat duidelijkheid ontstaat over haar perspectief. [de minderjarige] wordt belast door deze onduidelijkheid en heeft behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Ook zijn er zorgen over de thuissituatie van de moeder, afkomstig van de andere betrokkenen, dit moet de komende periode door de gecertificeerde instelling onderzocht worden.
Zelfstandig verzoek tot uitbreiding van de zorg- en contactregeling
De moeder heeft, bij monde van haar advocaat, ter zitting een zelfstandig verzoek ingediend en verzocht de zorgregeling uit te breiden:
- Primair: te bepalen dat [de minderjarige] iedere week van zaterdag 10.00 uur tot 17.00 uur bij de moeder zal zijn;
- Subsidiair: te bepalen dat [de minderjarige] eenmaal in de twee weken van zaterdag 10.00 uur tot 17.00 uur, alsmede zondag van 10.00 uur tot 13.00 uur bij de moeder zal zijn althans elke andere regeling in goede justitie te bepalen.
De moeder motiveert het verzoek als volgt. De moeder vindt het van belang dat er een balans ontstaat in het contact van [de minderjarige] met de grootouders, de vader en de moeder. De moeder zou graag met [de minderjarige] een dagje weg willen of familie bezoeken aan de andere kant van het land. Dat is met de huidige vastgestelde regeling niet mogelijk. De moeder brengt daarnaast naar voren dat het contact momenteel ook onbegeleid verloopt en de gecertificeerde instelling hier geen zorgen over uitspreekt waardoor een uitbreiding daarvan een gepaste vervolgstap is.
4. De standpunten
Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
Door en namens de moeder is geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen ten aanzien van het verzochte. De moeder ziet dat [de minderjarige] in de war kan raken van de situatie en daardoor niet altijd weet hoe ze de moeder moet aanspreken. [de minderjarige] vindt het moeilijk om haar emoties te tonen en lijkt alles weg te lachen. De moeder maakt zich zorgen dat er (onbewust) op [de minderjarige] wordt ingepraat door de grootouders en de vader. De moeder vindt het fijn dat ze omgangsmomenten heeft met [de minderjarige] en geniet hier van. Ze benoemt daarnaast dat ze graag wil toewerken naar de 50/50-regeling zoals deze is vastgelegd in het ouderschapsplan na de scheiding met de vader. Door de advocaat is naar voren gebracht dat er al langere tijd wordt geprocedeerd over het vaststellen van een zorgregeling. Deze procedure wordt telkens aangehouden in afwachting van hulpverlening. De hulpverlening komt echter niet van de grond vanwege weerstand vanuit de vader dan wel de grootouders. Ook de ondertoezichtstelling brengt hier geen verandering vanwege de passieve houding van de gecertificeerde instelling en het al langere tijd ontbreken van een vaste jeugdbeschermer. De moeder benoemt daarnaast dat [de minderjarige] onduidelijkheid ervaart over haar perspectief.
Namens de vader is via het bericht van 3 november 2025 ingestemd met het verzochte.
Zelfstandig verzoek tot uitbreiding van de zorg- en contactregeling
Door en namens de vader is naar voren gebracht dat vader zich niet kan verenigen met een uitbreiding van de huidige zorgregeling. De huidige regeling verloopt op dit moment zeer moeizaam in die zin dat [de minderjarige] grote weerstand laat zien en vader [de minderjarige] iedere keer weer dagen van tevoren moet motiveren om het omgangsmoment met moeder te laten plaatsvinden. [de minderjarige] ervaart veel stress in de omgangsmomenten met moeder en dat gebeurt op een dusdanige wijze dat [de minderjarige] hierdoor een zenuwtrek heeft ontwikkeld. Met regelmaat verzet zij zich dusdanig dat ze gaat schreeuwen en gillen. Zij gaat stotteren als vader probeert duidelijk te krijgen wat er tijdens de omgangsmomenten gebeurt wat maakt dat [de minderjarige] niet naar moeder wil. [de minderjarige] wil dit helaas niet aan vader vertellen, maar aan de reactie van [de minderjarige] is duidelijk te zien dat er bij [de minderjarige] sprake is van angst en stress. [de minderjarige] vertelt bang te zijn voor moeder en dat heeft [de minderjarige] ook aan de juffrouw op school verteld. Vader maakt zich zorgen om [de minderjarige] en om de veiligheid van [de minderjarige] als zij bij haar moeder is.
Zo komt moeder op vader warrig over, komen er personen naar vader die aan hem
vertellen dat moeder personen benadert om te vragen of zij bij iemand wiet kan knippen om
extra geld te verdienen en heeft vader vernomen dat moeder recent weer is ontslagen in verband met verduistering. Vader realiseert zich dat dit andere personen zijn die vader hierover benaderen en dat hij niet weet of deze verhalen waar zijn, maar deze verhalen maken de zorgen die vader al over moeder heeft groter en maakt ook dat vader zich zorgen maakt over de veiligheid van [de minderjarige] bij moeder.
De grootouders van [de minderjarige] nemen hetzelfde standpunt als de vader in.
De gecertificeerde instelling heeft naar voren gebracht dat er geen zorgen zijn ten aanzien van het uitbreiden van het onbegeleid contact tussen de moeder en [de minderjarige] en dat het ook belangrijk is dat er een uitbreiding komt in de omgang. De gecertificeerde instelling is van mening dat dit voorzichtig moet worden opgebouwd en acht op dit moment een uitbreiding van eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur passend, waarbij de ene ouder [de minderjarige] brengt en de ander [de minderjarige] haalt.
5. De beoordeling
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . [de minderjarige] zit klem tussen de grootouders, de vader en de moeder. [de minderjarige] heeft zichtbaar last van het loyaliteitsconflict. De kinderrechter heeft – tijdens het kindgesprek – een heel jong meisje gezien dat in de war lijkt en zich geen raad weet met wat de volwassenen om haar heen doen en zeggen. [de minderjarige] krijgt geen emotionele toestemming van de grootouders en de vader om onbelast contact te hebben met de moeder. Ook spreken zij negatief over de moeder in haar aanwezigheid. [de minderjarige] wordt hierdoor blootgesteld aan voortdurende spanningen waardoor zij onvoldoende toekomt aan haar ontwikkeltaken. Het lukt de grootouders, de vader en de moeder ook niet om tot overeenstemming te komen over het perspectief van [de minderjarige] . Sinds de aanvang van de ondertoezichtstelling is voornoemde situatie niet veranderd. Dit is deels te wijten aan de slechte verhouding tussen de grootouders, de vader en de moeder. Daarnaast heeft de gecertificeerde instelling op haar beurt flinke steken laten vallen. Er is slechts voor een zeer korte periode een vaste jeugdbeschermer beschikbaar geweest en er is tot op heden geen hulpverlening ingezet. De kinderrechter benadrukt met klem dat er zo spoedig mogelijk een vaste jeugdbeschermer moet worden toegewezen om het gezin te ondersteunen en de regie te voeren zodat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] kan worden weggenomen. Er dient bovendien zicht te komen op de opvoedsituatie bij de grootouders, de vader en de moeder. Ook is het noodzakelijk dat gewerkt wordt aan de onderlinge communicatie en dat wordt voorkomen dat [de minderjarige] nog langer belast wordt met volwassenproblematiek.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter overweegt dat [de minderjarige] al sinds haar geboorte bij haar grootouders woont. Eerst samen met haar beide ouders, daarna met haar moeder en sinds enkele jaren alleen. Het is daarom van belang dat zij hier kan blijven terwijl er nader onderzoek wordt gedaan naar waar zij het beste kan gaan opgroeien. Wel merkt de kinderrechter op dat belangrijk is dat dit onderzoek voortvarend ter hand genomen wordt, omdat het in het belang van [de minderjarige] is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over haar perspectief en waar zij gaat opgroeien.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden. Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voor de nog nader te bepalen zittingsdatum aan de rechtbank en de overige belanghebbenden een schriftelijke update te sturen.
De beslissing tot het verlengen van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
Zelfstandig verzoek tot uitbreiding van de zorg- en contactregeling
De rechtbank kan op grond van artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Op grond van het tweede lid kan de kinderrechter deze genoemde beslissing wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is dat de huidige verdeling van de zorg- en opvoedtaken wordt gewijzigd, op grond van gewijzigde omstandigheden.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder en [de minderjarige] al enige tijd iedere twee weken van 10.00 tot 13.00 uur onbegeleide omgang hebben. Hierin ziet de kinderrechter de gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:265g, tweede lid, BW op grond waarvan het in het belang van [de minderjarige] is om de verdeling van zorg- en opvoedingstaken te wijzigen.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De destijds vastgestelde zorgregeling wordt al enige tijd niet uitgevoerd. Hoewel niet is gebleken van onveiligheid bij de moeder thuis, zien [de minderjarige] en haar moeder elkaar slechts enkele uren per twee weken. Het is van belang dat [de minderjarige] betekenisvol contact heeft met haar moeder. Daarvoor is het noodzakelijk dat het contact wordt uitgebreid en opgebouwd. De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk om de huidige zorgregeling te wijzigen en sluit voor de invulling daarvan in de kern aan bij het voorstel van de moeder. De gecertificeerde instelling heeft naar voren gebracht dat er geen zorgen zijn ten aanzien van het uitbreiden van het onbegeleid contact tussen de moeder en [de minderjarige] maar dat dit wel voorzichtig moet worden opgebouwd. De kinderrechter zal daarom de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voorlopig wijzigen in de zin dat de moeder eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur een omgangsmoment heeft met [de minderjarige] . Naar verloop van tijd en als dit goed gaat, kan de regeling verder uitgebreid en opgebouwd worden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Benoeming bijzondere curator
Ingevolge artikel 1:250 BW kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kinderrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Gelet op de stukken en het besprokene ter zitting, is de kinderrechter van oordeel dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:250 BW. De kinderrechter ziet dat [de minderjarige] duidelijk last heeft van de situatie die is ontstaan tussen aan de ene kant haar grootouders bij wie zij opgroeit en de vader, en de moeder aan de andere kant. Er is al langere tijd strijd tussen de opvoeders en er wordt slecht gesproken over de moeder aan de kant van de grootouders en de vader. [de minderjarige] lijkt hierdoor in een loyaliteitsconflict te zitten. [de minderjarige] is nog erg jong en het is belangrijk dat haar stem gehoord wordt.
Tijdens en na de zitting zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het benoemen van een bijzondere curator voor [de minderjarige] . De vader, de moeder en de gecertificeerde instelling hebben daar ook (schriftelijk) mee ingestemd.
Gelet hierop zal de kinderrechter ambtshalve een bijzondere curator over [de minderjarige] benoemen.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator om onderzoek te doen aan de hand van in ieder geval de volgende vragen:
- wat maakt dat [de minderjarige] weerstand heeft of lijkt hebben om naar haar moeder te gaan en wat is ervoor nodig is om deze weerstand te doorbreken?;
- te onderzoeken of er emotionele toestemming aan [de minderjarige] wordt verleend en te adviseren hoe die door (groot)ouders kan worden verleend;
- of de zorgregeling met de moeder uitgebreid kan worden naar een weekendregeling van vrijdag na school tot zondagavond 17.00 uur althans naar een uitbreiding met (een) overnachting(en);
- of een co-ouderschapsregeling voor [de minderjarige] te dragen is althans te kijken welke opbouwregeling daar naar toe passend is;
- te adviseren welk hulpverleningstraject er voor [de minderjarige] nodig is en welk traject er voor (groot)ouders nodig is;
- wat er nodig is voor het systeem en wat er in het belang van [de minderjarige] nodig is om de bestaande patronen te doorbreken?;
- te onderzoeken wat het toekomstperspectief voor [de minderjarige] is.
Indien noodzakelijk wordt de bijzondere curator verzocht om nadere aanbevelingen te doen aan de (groot)ouders voor henzelf en voor [de minderjarige] . Als er nog andere bijzonderheden naar voren zijn gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissing ten aanzien van het contact tussen de moeder en [de minderjarige] , wordt de bijzondere curator verzocht dat te benoemen in het verslag. Het staat de bijzondere curator ook vrij om andere betrokkenen – bijvoorbeeld de huisarts of de school van [de minderjarige] – te raadplegen als haar dat geraden voorkomt. Van de (groot)ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [de minderjarige] met de bijzondere curator.
De rechtbank verzoekt de vader, de moeder en de grootouders om hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in de beslissing opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator [de minderjarige] , de vader, de moeder en de grootouders kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Mevrouw mr. D.G.M. van den Hoogen is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de kinderrechter worden benoemd.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 5 april 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en alle belanghebbenden. Voorts verzoekt de kinderrechter de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW in acht te nemen.
Indien de kinderrechter van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de kinderrechter haar werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.
Kindbrief
Tot slot hecht de rechtbank er nog aan de ouders en de grootouders te laten weten dat zij in een aparte brief ook aan [de minderjarige] zelf als volgt heeft uitgelegd wat haar beslissing is:
‘Beste [de minderjarige] ,
Wij hebben elkaar twee weken geleden gesproken. Je vertelde mij toen dat je het fijn vindt om bij opa en oma te wonen, dat jij graag bij papa bent en ook dat je het bij mama gezellig hebt en het leuk vindt om met de kat [naam kat] te spelen. Je vertelde ook dat jij liever niet meer naar mama toe gaat omdat jij graag met jouw vriendinnen wil spelen. Je werd toen ook een beetje verdrietig.
Ik vertelde je toen dat ik met jouw vader en moeder wilde praten. Dat heb ik ondertussen gedaan. Jouw moeder heb ik de volgende dag gesproken. Jouw moeder vertelde aan mij dat zij heel veel van jou houdt en dat zij het vervelend vindt voor jou dat jij verdrietig werd. Zij vertelde ook dat zij jou graag meer zou willen zien. Omdat zij dan bijvoorbeeld een keer een dagje weg kan met jou of samen naar jullie familie kan gaan die ergens anders in het land wonen.
Dat lijkt mij ook een goed idee. Het is veilig bij jouw moeder, jouw moeder houdt heel veel van jou en het lijkt me fijn voor jou en jouw moeder als jullie wat meer tijd met elkaar kunnen doorbrengen, zodat jullie ook een keer een dagje weg kunnen samen en andere leuke dingen kunnen doen.
Daarom heb ik de beslissing genomen dat jij de komende tijd bij opa en oma blijft wonen en dat jij één keer in de twee weken naar jouw moeder blijft gaan, maar dan iets langer, namelijk van de ochtend 10.00 uur tot de avond, 18.00 uur. Dan hebben jullie meer tijd voor leuke dingen en kunnen jullie misschien ook wel samen avondeten.
Ik denk ook dat jij best wel geluk hebt met zoveel lieve mensen om jou heen, die allemaal heel veel van jou houden. Jouw vader en moeder en natuurlijk jouw opa en oma. Het is heel belangrijk voor jou dat iedereen weer goed met elkaar om gaat. Zodat jij ook niet meer verdrietig hoeft te zijn.
Daarom lijkt het mij een goed idee dat er iemand komt met wie je verder kan praten over wat er aan de hand is en waarom jij soms verdrietig bent. Wij noemen dat een ‘bijzondere curator’. Zij heet Danielle van den Hoogen. Dat is een lieve mevrouw die goed naar jou gaat luisteren en er helemaal voor jou is.
Met Danielle kan je praten over wat er in jouw leven gebeurt en hoe dat het beste kan worden opgelost. Haar heb ik gevraagd om ook met jouw vader, jouw moeder en met jouw opa en oma te praten.
Danielle zal met jou contact opnemen. Als Danielle klaar is met alle gesprekken en daarover heeft nagedacht, dan vertelt zij mij wat zij het beste voor jou vindt. Ik ga daar dan goed over nadenken en neem dan opnieuw een beslissing. Wat die is laat ik je dan natuurlijk weten.
Ik hoop dat ik hiermee mijn beslissing aan jou heb kunnen uitleggen. Voor jouw ouders en opa en oma maak ik een officiële uitspraak (dat heet een beschikking) waarin ik ook deze brief staat. Zo weten zij wat ik heb besloten en ook wat ik daarover aan jou heb laten weten.
Ik hoop dat je het in de tussentijd fijn hebt op school, bij jouw ouders, opa en oma en dat je het leuk hebt met je vriendinnen.
Hartelijke groeten,
De kinderrechter’
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 5 mei 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 5 mei 2026;
wijzigt voorlopig de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt deze als volgt:
- de moeder heeft eens in de twee weken op zaterdag contact met [de minderjarige] van 10.00 tot 18.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] brengt en ophaalt;
benoemt tot bijzonder curator over de minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats]
Mevrouw mr. D.G.M. van den Hoogen te [plaats] ,
[adres]
[postcode] [plaats]
telefoonnummer: [telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres]
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de bijzondere curator toestuurt;
bepaalt dat de vader, de moeder en de grootouders zo spoedig mogelijk hun contactgegevens aan de bijzondere curator zullen sturen;
verzoekt de bijzondere curator uiterlijk op 5 april 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank, aan de minderjarige, aan de ouders en de grootouders;
bepaalt dat de belanghebbenden desgewenst hierop schriftelijk kunnen reageren uiterlijk twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere belanghebbenden te worden toegezonden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting van mr. M. de Kleine, gelegen vóór 5 mei 2026;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de gecertificeerde instelling;
- de vader en zijn advocaat;
- de moeder en haar advocaat;
- de grootouders;
- de bijzondere curator;
- [de minderjarige] , voor een kindgesprek;
verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 18 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.