ECLI:NL:RBDHA:2025:23064

ECLI:NL:RBDHA:2025:23064, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, C/09/693660 / JE RK 25-1828

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer C/09/693660 / JE RK 25-1828
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685 BWBR0034925

Samenvatting

Ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW); machtiging gesloten plaatsing (art. 6.1.2. lid 2 Jw)

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/693660 / JE RK 25-1828

Datum uitspraak: 4 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,

over

- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen,

advocaat: mr. C.I. Zaad te Den Haag.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

en

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

beiden wonende in [woonplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

De kinderrechter merkt als informant aan:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025;

de instemmende verklaringen van de gedragswetenschapper van 2 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] , namens de Raad;

[naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling;

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] met hun advocaat;

de ouders.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover – in aanwezigheid van hun advocaat – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] verblijft in JJI [JJI] .

[minderjarige 2] verblijft op een gesloten groep bij [instelling] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 september 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 11 januari 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2025 [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld en een machtiging verleend [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 4 december 2025.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vertonen problematisch gedrag, laten wegloopgedrag zien, zijn met toenemende betrokken bij straatcultuur, verwaarlozen hun schoolgang en hebben meerdere politiecontacten. Beide kinderen lijken steeds verder te ontsporen, zijn zelfbepalend en laten zich niet aansturen. Ook geven de kinderen geen inzicht in waar ze zijn, met wie ze zijn en wat ze doen. Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zijn met een machtiging gesloten jeugdhulp uithuisgeplaatst. Op [instelling] wordt de structuur en begrenzing geboden die de kinderen nodig hebben om onderwijs te volgen en de focus terug te krijgen op hun ontwikkeling. Vanwege het wegloopgedrag van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt de schoolgang en behandeling tot op heden echter niet van de grond. De Raad heeft ernstige zorgen over het sociale netwerk van de kinderen. Ze lijken omringd te zijn met mensen die een negatieve invloed op hen hebben, wat hun problematische gedrag versterkt en de kans op ontsporing vergroot. Ook zijn er zorgen dat de kinderen verstrikt raken in een crimineel milieu. Zo verblijft [minderjarige 1] ten tijde van de zitting in [JJI] . [minderjarige 1] is vanaf de ochtend na de zitting onder voorwaarden geschorst. Als voorwaarden zijn onder meer gesteld dat hij niet mag weglopen en zich dient te houden aan de regels en afspraken van [instelling] . De ouders staan open voor hulpverlening en maken zich ernstig zorgen over de kinderen. Er zijn momenteel veel hulpverleners betrokken waardoor de ouders het overzicht verliezen. De Raad vindt het noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer komt die de regie op zich neemt. Beide kinderen geven echter aan geen hulpverlening te willen of nodig te hebben. Ook onttrekken ze zich veelvuldig waardoor behandeling niet van de grond komt. Doordat behandeling niet van de grond komt is het lastig te achterhalen waar het gedrag vandaan komt. De Raad acht een gesloten plaatsing voor de duur van zes maanden noodzakelijk, omdat de kinderen zich onttrekken aan het ouderlijk gezag en het de hulpverlening niet gelukt is een ingang te vinden bij de kinderen. Daarnaast lopen ze veelvuldig en langdurig weg. Op de momenten dat de kinderen weglopen begeven zij zich in gevaarlijke situaties en brengen ze zichzelf in de problemen door zich bezig te houden met criminele activiteiten.

4. De standpunten

Door en namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is ingestemd met het verzoek tot een ondertoezichtstelling. Er wordt echter verweer gevoerd tegen de duur van de machtiging tot gesloten jeugdhulp. Een termijn van drie maanden is hiervoor meer passend. [minderjarige 1] verblijft sinds juni 2025 op [instelling] en [minderjarige 2] vanaf september 2025. Er is volgens de advocaat onvoldoende gefocust op het wegloopgedrag van de kinderen. Door het wegloopgedrag van de kinderen komen zij niet toe aan de behandeling, worden hun vrijheden verder beperkt en lopen ze weer weg. Deze cirkel moet doorbroken worden volgens de advocaat. Hiervoor is drie maanden afdoende en kan een toetsmoment worden ingebouwd. Het proces kan beter worden gemonitord als de maatregel korter duurt.

Door de ouders is ingestemd met het verzochte. De ouders maken zich ernstig zorgen om de kinderen.

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling benoemt dat er met regelmaat een melding wordt gedaan van wegloopgedrag van de kinderen. Als gevolg hiervan komt de diagnostiek niet van de grond. Ook geeft de gecertificeerde instelling aan dat [minderjarige 2] het moeilijk vindt om te praten over zijn toekomst en (nog) geen doelen of dromen heeft. Een termijn van zes maanden is passend volgens de gecertificeerde instelling.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich onttrekken aan de jeugdhulp die zij nodig hebben of daaraan door anderen worden onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderen laten op meerdere leefgebieden problematisch gedrag zien. Er zijn zorgen over de sociale- en cognitieve ontwikkeling doordat ze hun schoolgang verwaarlozen. Ook op [instelling] is het hen nog niet gelukt om onderwijs te volgen. De kinderen geven geen inzicht in hun sociale netwerk waardoor het onduidelijk is met wie zij omgaan. Ze laten veelvuldig wegloopgedrag zien, ook sinds ze op [instelling] verblijven, waarbij het niet bekend is waar ze verblijven. Er zijn daarnaast, gelet op de criminele activiteiten van de kinderen, zorgen dat zij verstrikt raken in een crimineel milieu. De kinderen komen daarbij regelmatig in contact met de politie. [minderjarige 1] wordt verdacht van feiten als diefstal en heling.

De kinderrechter stelt daarom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.

De kinderen onttrekken zich daarnaast aan het (ouderlijk) gezag en hulpverlening. Hierdoor is het tot op heden onduidelijk waar het gedrag van de kinderen vandaan komt. Het is van groot belang dat de komende periode diagnostisch onderzoek kan worden afgenomen zodat de kinderen weer toe kunnen komen aan hun ontwikkeling. Het is hiervoor noodzakelijk dat de kinderen de komende periode binnen de geslotenheid van [instelling] verblijven. De kinderen hebben de tijd nodig om tot rust te komen zodat zij kunnen profiteren van de structuur van de gesloten setting. De kinderrechter benadrukt met klem dat de kinderen zich dienen te houden aan de afspraken en regels die gelden op [instelling] . Beide kinderen hebben aangegeven meer vrijheden te willen en graag op verlof willen gaan naar de ouders. Om deze vrijheden te verkrijgen is het noodzakelijk dat zij meewerken aan de afspraken, behandelingen en niet meer weglopen. Door de ernstige zorgen en het gedrag van de kinderen zijn de ouders overbelast geraakt en op dit moment onvoldoende in staat om voor de kinderen te zorgen. [minderjarige 1] is bovendien in de ochtend voorafgaand aan de zitting onder voorwaarden geschorst uit [JJI] met onder andere de bijzondere voorwaarde dat hij op [instelling] verblijft. Gelet op de aard en omvang van de zorgen die er zijn en de tijd die nodig is om de negatieve gedragspatronen van de kinderen te doorbreken, acht de kinderrechter de verzochte duur van zes maanden passend en geboden.

De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , aansluitend op de huidige machtigingen, uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 4 november 2025 tot 4 november 2026;

verleent een machtiging om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 januari 2026 tot 11 juli 2026;

verleent een machtiging om [minderjarige 2] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 december 2025 tot 4 juni 2026;

verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 11 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?