ECLI:NL:RBDHA:2025:23131

ECLI:NL:RBDHA:2025:23131, Rechtbank Den Haag, 05-12-2025, NL25.2297

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer NL25.2297
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Afwijzing asielaanvraag. Legale uitreis Eritrea. Vrees voor autoriteiten niet aannemelijk gemaakt. Diasporabelasting. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

[naam] ,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.2297

V-nummer: [nummer]

Mede namens haar minderjarige zoon

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),

en

(gemachtigde: O. Sari).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 12 januari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 10 januari 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarbij medische stukken overgelegd.

Naar aanleiding van de medische stukken, heeft de minister alsnog het BMA ingeschakeld. Op 5 juni 2025 heeft het BMA een medisch advies uitgebracht.

De minister heeft op 4 juli 2025 een aanvullend besluit genomen waarin aan eiseres en haar zoon uitstel van vertrek om medische redenen voor de duur van 1 jaar is verleend.

De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard de Eritrese nationaliteit te hebben. Zij heeft Eritrea met haar zoontje op legale wijze verlaten zodat hij in Italië een medische behandeling kon krijgen. Verder heeft eiseres verklaard te zijn afgezonderd door de Eritrese maatschappij omdat zij dachten dat eiseres het ‘boze oog’ heeft. Bij terugkeer naar Eritrea vreest eiseres voor problemen met de Eritrese autoriteiten omdat haar visum is verstreken.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- Identiteit, nationaliteit en herkomst

- Maatschappelijke afzondering

- Legale uitreis uit Eritrea en het verstrijken van eiseres haar Italiaanse Schengenvisum en Eritrese uitreisvisum.

Eiseres heeft de navolgende documenten overgelegd:

- Nationaal paspoort Eritrea, geldig van 22 september 2017 tot 21 september 2022

- Nationaal paspoort van eiseres haar zoon, geldig van 28 september 2017 tot 27 september 2022

- Nationale identiteitskaart Eritrea, afgegeven op 31 maart 1993.

De minister vindt alle asielmotieven geloofwaardig. Uit de verklaringen van eiseres blijkt echter niet dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Dat eiseres uit Eritrea komt, is op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn. Eiseres haar vrees om te maken te krijgen met maatschappelijke uitzondering is aannemelijk, maar niet zwaarwegend genoeg om tot vergunningverlening te leiden. De omstandigheid dat eiseres van jongs af aan al werd uitgescholden vanwege het ‘boze oog’, maakt niet dat eiseres zo ernstig in haar bestaansmogelijkheden wordt beperkt dat het voor haar onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Eiseres is immers naar school geweest, heeft altijd kunnen werken en heeft reisdocumenten kunnen aanvragen bij de Eritrese autoriteiten. De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees voor de Eritrese autoriteiten vanwege het verstrijken van haar visum niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. De minister ziet geen aanleiding om aan eiseres ambtshalve een reguliere vergunning voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek op medische gronden te verlenen. De minister heeft een terugkeerbesluit uitgevaardigd, waarin staat dat eiseres binnen vier weken Nederland moet verlaten.

Op 27 maart 2025 heeft eiseres haar gronden van beroep ingediend en hierbij medische stukken van haar zoon overgelegd.

In het aanvullend besluit van 4 juli 2025 heeft de minister, gelet op de medische stukken die in de beroepsfase zijn overgelegd, aan eiseres en haar zoon uitstel van vertrek verleend voor de duur van 1 jaar. Ook is het terugkeerbesluit komen te vervallen.

5. Ter zitting heeft eiseres haar gronden ten aanzien van artikel 64 van de Vw ingetrokken. Het beroep zicht richt op de vrees voor terugkeer vanwege het verstrijken van eiseres haar visum. Daarnaast voert eiseres aan dat ze in de problemen kan komen omdat ze geen diasporabelasting betaalt.

Heeft eiseres te vrezen voor de Eritrese autoriteiten?

6. Eiseres voert aan dat ze in de problemen kan komen met de Eritrese autoriteiten op het moment dat ze wil terugkeren naar Eritrea. Eiseres is Eritrea legaal uitgereisd met een uitreisvisum, maar is niet (tijdig) teruggekeerd. Eiseres zou daardoor in de negatieve aandacht van de Eritrese autoriteiten kunnen komen te staan, omdat zij niet zonder een verblijfstitel in de Europese Unie (EU) kan verblijven en de Eritrese regering uiteraard op de hoogte is dat bij verblijf in een EU-lidstaat sprake moet zijn van in ieder geval een tijdelijke vergunning, die gewoonlijk alleen wordt verstrekt bij de aanvraag van asiel.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te vrezen heeft voor de Eritrese autoriteiten. De enkele stelling dat de Eritrese autoriteiten op de hoogte zouden zijn van de asielaanvraag van eiseres, is hiertoe onvoldoende. De minister merkt verder terecht op dat eiseres legaal het land is uitgereisd met de benodigde documenten. Uit het landgebonden beleid voor Eritrea volgt dat het uitgangspunt is dat een Eritrese vreemdeling die legaal is uitgereisd zelfstandig kan terugkeren naar Eritrea. Ook volgt uit landeninformatie dat Eritreeërs die legaal zijn uitgereisd in zijn algemeenheid geen onmenselijke behandeling hoeven te vrezen. De Eritrese autoriteiten waren bovendien op de hoogte van de reden van vertrek, namelijk de medische behandeling in Italië van haar zoon. Dit is ook de reden waarom eiseres een uitreisvisum heeft gekregen en het is onduidelijk hoelang deze behandeling nog gaat duren. Eiseres heeft evenmin aangetoond dat haar uitreisvisum aan een bepaalde tijd gebonden is. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Heeft eiseres te vrezen vanwege het niet betalen van de diasporabelasting?

7. Eiseres voert aan dat zij op basis van willekeur kan worden onderworpen aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM, omdat zij geen diasporabelasting heeft betaald. Zij heeft niet de financiële ruimte gehad om de 2% belasting te betalen. Dat de minister hypothetisch stelt dat eiseres of een familielid deze belasting alsnog zou kunnen betalen bij terugkeer naar Eritrea is onjuist. Niet kan worden verwacht dat de familieleden van eiseres de belasting voldoen. Dat eiseres niet eerder over de diasporabelasting heeft verklaard doet geen afbreuk aan de algemene situatie dat er belasting betaald dient te worden. Eiseres verwijst tevens naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 18 augustus 2022 waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister meer onderzoek had moeten doen naar de problemen die eiseres door het niet betalen van de diasporabelasting op de luchthaven in Eritrea kan verwachten.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt door het niet betalen van de diasporabelasting. De gemachtigde van de minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de diasporabelasting überhaupt op eiseres van toepassing is, zij niet heeft aangetoond dat ze de belasting niet heeft betaald of deze alsnog niet zou kunnen betalen, al dan niet met hulp van familieleden. Evenmin is gebleken dat eiseres of haar familieleden door de Eritrese autoriteiten op enige wijze onder druk zijn gezet om de diasporabelasting te betalen. Het beroep van eiseres op de uitspraak van 18 augustus 2022 leidt niet tot een ander oordeel. Deze uitspraak is op 28 november 2024 door de Afdeling vernietigd, omdat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij een reëel risico op ernstige schade door het niet betalen van de diasporabelasting. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en geen vergoeding krijgt van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. J. Dijkstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?