ECLI:NL:RBDHA:2025:23140

ECLI:NL:RBDHA:2025:23140, Rechtbank Den Haag, 03-07-2025, C/09/686081 / FA RK 25-4069

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-07-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer C/09/686081 / FA RK 25-4069
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Internationale Kinderontvoering, uitgaande zaak, India

Uitspraak

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 2 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres, verblijvend op een voor de rechtbank onbekend adres in [land] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

Op 19 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De moeder is – hoewel goed opgeroepen in de Staatscourant van 6 juni 2025, nr. 19885, en via haar bij de vader bekende e-mailadres – niet op de zitting verschenen.

Feiten

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019, te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 2] .

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - :

De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht

De vader heeft zijn verzoek gebaseerd op het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980.

Omdat de regels van internationaal bevoegdheidsrecht in procesrechtelijke zin van openbare orde zijn, zal de rechtbank de vraag naar haar rechtsmacht ambtshalve aan de orde stellen.

Het gaat hier om een zogeheten ‘uitgaande zaak’, wat betekent dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn overgebracht vanuit Nederland naar een ander land. Dit land – [land] – is geen partij bij het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (het Verdrag). De internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter wordt in dergelijke niet door het Verdrag bestreken gevallen geregeld door artikel 3 van het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv).

Op grond van artikel 3, aanhef en onder a, Rv, heeft de Nederlandse rechter in dit soort gevallen rechtsmacht als de verzoeker in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.

De woonplaats van de vader is in Nederland. De rechtbank acht zich op grond hiervan bevoegd om op basis van artikel 3, aanhef en onder a, Rv, van het verzoek tot teruggeleiding kennis te nemen en verwijst daartoe nog naar het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1085).

Hoewel [land] geen partij is bij het Verdrag, is volgens artikel 2 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (de Uitvoeringswet) deze wet tevens van toepassing in de gevallen van internationale ontvoering van kinderen die niet door een verdrag worden beheerst.

Op grond van artikel 11 lid 1 van de Uitvoeringswet is de rechtbank Den Haag bevoegd kennis te nemen van alle zaken met betrekking tot de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene wie het gezag daarover toekomt en de teruggeleiding van een zodanig kind over de Nederlandse grens.

De rechtbank ziet in het bepaalde in artikel 2 en 13 lid 3 van de Uitvoeringswet aanleiding de regels van het Verdrag naar analogie toe te passen. Dit neemt niet weg dat de teruggeleidingsrechter in niet door het Verdrag bestreken gevallen van internationale kinderontvoering in het algemeen de nodige ruimte heeft om, indien daartoe aanleiding bestaat, af te wijken van de verdragsregeling (zie Hof Den Haag 19 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2020).

Het Verdrag heeft – voor zover hier van belang – tot doel de onmiddellijke terugkeer te verzekeren van kinderen die ongeoorloofd zijn overgebracht naar of worden vastgehouden in een Verdragsluitende staat. Het Verdrag beoogt hiermee een zo snel mogelijk herstel van de situatie waarin het kind zich bevond direct voorafgaand aan de ontvoering of vasthouding. Een snel herstel van de aan de ontvoering of vasthouding voorafgaande situatie wordt geacht de schadelijke gevolgen hiervan voor het kind te beperken.

Ongeoorloofde overbrenging of vasthouding in de zin van artikel 3 van het Verdrag

Er is sprake van ongeoorloofde overbrenging of ongeoorloofde vasthouding in de zin van het Verdrag wanneer de overbrenging of het niet doen terugkeren geschiedt in strijd met een gezagsrecht ingevolge het recht van de staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had en dit recht alleen of

gezamenlijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden (artikel 3 van het Verdrag).

De vader heeft het volgende aangevoerd. De kinderen hadden voorafgaand hun vertrek naar [land] hun gewone verblijfplaats in Nederland en de ouders zijn naar Nederlands recht belast met het gezamenlijk gezag over de kinderen. Partijen verbleven vanwege het werk van de moeder met ingang van 2 november 2021 in Nederland De moeder werkt voor de Indiase overheid bij het ministerie van buitenlandse zaken. Nederland was voor partijen een zogenaamde ‘family station’, een plek waar de moeder zich met haar gezin kon vestigen. De moeder reisde voor haar werk regelmatig naar andere landen (non-family stations) zonder de vader en de kinderen. De moeder had aangekondigd dat zij voor haar werk weer naar een ‘non-family station’ moest vertrekken. De vader was in de veronderstelling dat de moeder zelf zou gaan en dat de kinderen, zoals gebruikelijk, bij de vader in Nederland zouden blijven. Op 12 september 2024 heeft de moeder echter, zonder de vader daarvoor toestemming te vragen of daarvan in kennis te stellen, de kinderen meegenomen naar [land] .

De rechtbank stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is. Op grond van artikel 16 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is op de vraag ten aanzien van de ouderlijke verantwoordelijkheid Nederlands recht van toepassing. Naar Nederlands recht zijn de vader en de moeder gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast nu de kinderen binnen het huwelijk van de ouders zijn geboren.

De vader heeft onweersproken gesteld dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de overbrenging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar [land] en dat dit is gebeurd in strijd met zijn gezagsrecht r. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de overbrenging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar [land] aangemerkt dient te worden als ongeoorloofd in de zin van artikel 3 van het Verdrag.

Onmiddellijke terugkeer in de zin van artikel 12 van het Verdrag

Ingevolge artikel 12 lid 1 van het Verdrag wordt de onmiddellijke terugkeer van een kind gelast wanneer er minder dan één jaar is verstreken tussen de overbrenging of het niet doen terugkeren van een kind en het tijdstip van indiening van het verzoek bij de rechtbank.

Nu er minder dan één jaar is verstreken tussen de overbrenging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar [land] en het tijdstip van indiening van het verzoek, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in [land] zijn geworteld en dient in beginsel de onmiddellijke terugkeer van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te volgen, tenzij er sprake is van één of meer weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van het Verdrag.

Weigeringsgronden

Nu niet gebleken is van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van het Verdrag – hierop is ook geen beroep gedaan – dient de onmiddellijke terugkeer van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te volgen.

Teruggeleiding

De rechtbank zal dan ook de teruggeleiding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bevelen overeenkomstig het verzoek van de vader.

Uitvoerbaar bij voorraad

Ingevolge artikel 13 lid 5 van de Uitvoeringswet schorst een eventueel hoger beroep de tenuitvoerlegging van de beschikking, tenzij de rechter in het belang van het kind op verzoek of ambtshalve anders bepaalt. De rechtbank acht het wenselijk dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zo snel mogelijk terugkeren naar Nederland, zodat de rechtbank het verzoek van de vader om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal toewijzen. De rechtbank zal de terugkeer gelasten op uiterlijk 17 juli 2025, te weten twee weken na deze uitspraak, wat zij een redelijke termijn acht om de terugreis voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te regelen.

Kosten

De vader heeft verzocht de moeder te veroordelen in de kosten die de vader heeft moeten maken en nog zal maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding. De vader heeft deze kosten niet nader opgegeven en gespecificeerd, zodat de rechtbank dit verzoek afwijst.

Beslissing

De rechtbank:

*

gelast de terugkeer van de minderjarigen:

uiterlijk op XX, waarbij de moeder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dient terug te brengen naar Nederland en beveelt, indien de moeder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nalaat terug te brengen naar Nederland, dat de moeder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven uiterlijk op 17 juli 2025, opdat de vader [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zelf mee terug kan nemen naar Nederland;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.M. Boone

Griffier

  • mr. A.F. Lemmens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?