ECLI:NL:RBDHA:2025:23173

ECLI:NL:RBDHA:2025:23173, Rechtbank Den Haag, 05-11-2025, C/09/693122 / JE RK 25-1767

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer C/09/693122 / JE RK 25-1767
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. De hulpverlening is in het vrijwillig kader niet van de grond gekomen, ondanks dat de ouders erkennen dat hulpverlening nodig is. De kinderrechter wil na een halfjaar bezien wat de stand van zaken is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/693122 / JE RK 25-1767

Datum uitspraak: 5 november 2025

Tussenbeschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van:

de Raad voor de Kinderbescherming,

Den Haag,

hierna te noemen: de Raad,

over:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. M.W. Kuiper uit Den Haag,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader bijgestaan door een tolk;

- de moeder met haar advocaat;

- [naam 1] , namens de Raad;

- [naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling.

2. De feiten

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door de vader.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen met hun moeder bij de grootouders moederszijde.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad motiveert het verzoek als volgt. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] groeien op in een instabiele en onrustige omgeving. Er zijn al jarenlang ruzies en spanningen tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om zich te beheersen, waardoor er sprake is van verbaal geweld tussen de ouders in het bijzijn van de kinderen. Daarnaast hebben [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] geen veilige basis gekend doordat zij al meerdere keren verhuisd zijn. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ervaren meer rust nu zij met de moeder bij de grootouders moederszijde wonen, maar het is onduidelijk hoe lang zij hier zullen blijven. Bij de moeder zijn zorgen over haar draagkracht en het vermogen om de opvoedsituatie stabiel te houden. De moeder heeft moeite met het herkennen van emoties van de kinderen en hiermee om te gaan. Daarnaast staat de moeder onder bewind en heeft zij schulden opgebouwd. Bij de vader zijn zorgen om zijn beperkte ervaring in de dagelijkse verzorging van de kinderen. Bij de vader wordt wel gezien dat hij in staat is op de signalen van de kinderen te reageren. Positief is dat de kinderen worden voorzien in de basale verzorging en dat zij zich leeftijdsadequaat ontwikkelen.

De Raad heeft het verzoek mondeling nader als volgt toegelicht. De Raad is van mening dat een jeugdbeschermer van toegevoegde waarde is in het leven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de ouders om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De jeugdbeschermer kan mogelijkheden onderzoeken voor een moeder-kindhuis of een gezinsopname. Dit is al eerder geprobeerd en aangeboden, maar niet tot stand gekomen. De wisseling in het aanvaarden van hulpverlening zorgt ervoor dat het een onstabiele situatie blijft. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben ouders nodig die geen stress hebben en geen drugs gebruiken. Het is belangrijk dat de ouders de behoeften van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] inzien en hierbij kunnen aansluiten. In dat verband moet gekeken worden naar opvoedondersteuning voor de moeder en moet gekeken worden naar de opvoedvaardigheden van de vader. De jeugdbeschermer kan onderzoeken wat de ouders nodig hebben, zodat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich kunnen ontwikkelen. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn nog jong en afhankelijk van de ouders. Er is continuïteit nodig en een plek waar zij voorspelbaar ouderschap kunnen ervaren. Een jeugdbeschermer kan ook de begeleide omgang met de vader afronden, om onbegeleide omgang mogelijk te maken.

De Raad heeft in reactie op het standpunt van de advocaat van de moeder de ondertoezichtstelling voor een half jaar toe te wijzen naar voren gebracht dat druk op de ketel in de realiteit niet werkt. Er is vooral vertrouwen nodig om vorm te geven aan de ondertoezichtstelling. De huidige wachttijden helpen niet mee. De Raad houdt dan ook vast aan het verzoek tot een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden, zodat de gecertificeerde instelling in die periode kan monitoren hoe het met de ouders gaat. Indien een gezinsopname niet mogelijk is op korte termijn, kan een jeugdbeschermer de regie nemen en kijken wat andere mogelijkheden zijn.

4. De standpunten

De vader wil met zijn kinderen zijn en samen met de moeder een gezin vormen. De vader geeft aan dat er nooit hulp is gekomen voor het gezin en verwacht daarom niet dat dit nu wel zal komen. De vader heeft gewezen op onjuistheden in het raadsrapport. Volgens de vader geeft de rapportage van ’t Zorghuisje een juist beeld van hoe hij met zijn kinderen omgaat. Ook wil de vader niet naar Turkije vertrekken met de kinderen. Hij wil enkel met hen op bezoek bij zijn moeder. De vader heeft aangegeven dat hij het jammer vindt dat de Raad tijdens het raadsonderzoek geen contact heeft opgenomen met de opvang waar hij twee jaar heeft verbleven, omdat zij volgens hem een beter beeld hebben van hoe hij omgaat met de kinderen.

Door en namens de moeder is ingestemd met het verzoek. De moeder staat open voor hulpverlening. De moeder vond het jammer dat er door de eerste casemanager is gezegd dat er hulpverlening nodig was, maar dat deze niet werd ingezet voor de ouders. De moeder heeft alleen bezwaar tegen de aanbeveling dat de vader ergens anders moet wonen dan de moeder. De ouders zijn weer bij elkaar en zij willen samen als gezin verder. De moeder is op zoek naar een beschermd wonentraject waar het gezin terecht kan. De moeder is van mening dat de gevraagde duur van de ondertoezichtstelling te lang is. De partijen zijn gebaat bij zes maanden, om tot een goed plan te komen en druk te zetten op de hulpverlening zodat daar vaart in gaat komen. De advocaat vindt het fijn als er na een half jaar een toetsmoment komt om te kijken waar het gezin op dat moment staat.

De gecertificeerde instelling heeft in de stukken gelezen dat er genoeg zorgen zijn waar een jeugdbeschermer de ouders bij kan ondersteunen. De jeugdbeschermer kan de ouders ondersteunen bij het accepteren van hulpverlening en samen met de ouders een plan maken om stappen te zetten.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in hun leven weinig stabiliteit en rust gekend. Er zijn al jaren ruzies en spanningen tussen de ouders, ook in het bijzijn van de kinderen, en de relatie is meerdere keren verbroken. De kinderen zijn in hun leven al meerdere keren verhuisd en het blijft onduidelijk waar zij zullen wonen. Ter zitting hebben de ouders aangegeven weer bij elkaar te zijn en samen als gezin te willen wonen. Het is aan de gecertificeerde instelling om te onderzoeken hoe dit op een veilige manier kan. De ouders hebben aangegeven open te staan voor een gezinsopname, zodat zij samen een gezin kunnen vormen en samen de problematiek aan kunnen pakken. De ouders erkennen dat problematiek speelt en dat hulpverlening nodig is, maar dit is in het vrijwillig kader niet van de grond gekomen. De kinderrechter vindt het van belang dat een jeugdbeschermer betrokken raakt bij het gezin om regie te voeren en de juiste hulpverlening in te zetten. De ouders hebben de oprechte wens geuit samen de problematiek aan te pakken en samen een gezin te willen vormen. De kinderrechter vindt het daarom aangewezen na een halfjaar te bezien wat de stand van zaken is. De kinderrechter zal [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van zes maanden en zal de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden.

De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk een week voor de hierna te vermelden zitting een update van de ontwikkelingen te verstrekken aan de kinderrechter en de belanghebbenden en aan te geven of het restant van het verzoek wordt gehandhaafd.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 5 november 2025 tot 5 mei 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 5 mei 2026;

vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- de Raad;

- de vader;

- de moeder met advocaat;

- de gecertificeerde instelling.

verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voor de nader te bepalen zittingsdatum aan de rechtbank te kennen te geven of het restant van het verzoek wordt gehandhaafd en in dat geval aan de rechtbank en de belanghebbenden een schriftelijke update te sturen met de laatste stand van zaken.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in aanwezigheid van F.A.M. Wever als griffier.

De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 13 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?