ECLI:NL:RBDHA:2025:23347

ECLI:NL:RBDHA:2025:23347, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, NL25.56206

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer NL25.56206
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Ophouding, artikel 50, tweede lid, persoonsgegevens, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.56206

(gemachtigde: mr. A.B.G.T. von Bóné),

en

(gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft daarbij verzocht om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat zijn ophouding onrechtmatig is geweest omdat deze heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw, terwijl zijn identiteit bekend moet zijn geweest nadat hij strafrechtelijk is heengezonden en verweerder de gegevens die bij zijn strafrechtelijke aanhouding zijn vastgesteld als uitgangspunt heeft genomen. Volgens de redenering van de uitspraak die verweerder aanhaalt, te weten de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 augustus 2025, ECLI:RVS:2025:3668, is het ook de bedoeling dat verweerder de persoonsgegevens die blijken uit een strafrechtelijk voortraject als uitgangspunt nemen. De identiteit van eiser stond dus al vanaf het begin vast en een ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw was dan ook een onnodige en onrechtmatige vorm van vrijheidsontneming, zo stelt eiser.

2. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt. In de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 7 augustus 2025 sluit de Afdeling aan bij haar eerdere uitspraak van 25 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:134. Daarin is overwogen dat bij de ophouding van een vreemdeling de tijdens de strafrechtelijke aanhouding verkregen identiteitsgegevens als uitgangspunt mogen worden genomen. Dit betekent echter niet dat die identiteit in het verdere verloop van de procedure als onomstotelijk vaststaand moet worden beschouwd. Tijdens de ophouding beschikte eiser niet over enig identiteitsdocument, zodat verweerder de bevoegdheid had om eiser met toepassing van artikel 50, tweede lid, van de Vw op te houden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T. Boesman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?