ECLI:NL:RBDHA:2025:23348

ECLI:NL:RBDHA:2025:23348, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.56204

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer NL25.56204
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011825

Samenvatting

Bewaring, artikel 50, derde lid, Unieburger, gronden 4c en 4d betwist, Lichter middel, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Juriaans).

uitspraak

Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL25.56204

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. A.B.G.T. von Bóné),

en

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 25 november 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

De bewaringsgronden
Lichter middel
Ambtshalve toetsing
Conclusie en gevolgen

Toetsingskader

1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

Zelfstandige terugkeer

2. Eiseres betoogt dat verweerder haar in de gelegenheid had moeten stellen om zelfstandig naar Polen te vertrekken. Eiseres meent dat zij door de strafrechtelijke aanhouding en de daaropvolgende maatregel van bewaring juist is belemmerd om zelfstandig te vertrekken, terwijl zij in verband met het overlijden van haar vader en de verjaardag van haar jongste zoon zo spoedig mogelijk wenste te keren. Een maatregel van bewaring had dan ook achterwege moeten blijven, nu eiseres had aangegeven dat zij heeft willen vertrekken en hier ook de gelegenheid toe had zoals bedoeld in artikel 59, derde lid, van de Vw.

3. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het rechtmatig verblijf van eiseres op het moment van de strafrechtelijke aanhouding was beëindigd en de vertrektermijn al geruime tijd (namelijk sinds 29 september 2025) was overschreden zonder dat eiseres is vertrokken. Bovendien had eiseres ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring geen geconcretiseerde terugrit georganiseerd zoals bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7395. Het is de rechtbank niet gebleken dat het voor eiseres niet mogelijk was binnen het geldende vertrektermijn te vertrekken. De enkele stelling van eiseres dat zij nu wel wilde vertrekken en daartoe de gelegenheid had als bedoeld in artikel 59, derde lid, van de Vw, leidt de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet tot een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.

4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de openbare orde de maatregel vorderde, omdat het risico bestond dat eiseres zich aan het toezicht zou onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontweek of belemmerde. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiseres:

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiseres:

4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiseres betwist de lichte gronden 4c en 4d die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. Hoewel zij niet was ingeschreven op een vast adres in de Basisregistratie Personen (BRP) had zij wel één of meer feitelijke verblijfadressen waar zij bereikbaar was. Verder beschikte zij dankzij hulp van haar partner en familie over voldoende middelen om zelf haar terugkeer te bekostigen.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht en met voldoende toelichting de lichte gronden 4c en 4d eiseres tegen heeft kunnen werpen. De rechtbank wijst er in het kader van lichte grond 4c op dat uit vaste rechtspraak blijkt dat een vreemdeling enkel wordt geacht over een vaste woon- of verblijfplaats te beschikken als hij of zij daar ingeschreven staat in de BRP (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 29 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9512, onder 2.4.1). Wat betreft lichte grond 4d is deze naar het oordeel van de rechtbank ook terecht tegengeworpen. Bepalend bij de beoordeling of eiseres voldoende middelen van bestaan heeft zijn de middelen waarover eiseres zelfstandig beschikt (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:399). Dat zij financiële steun ontvangt van haar partner en familie is niet aangetoond doet hier, wat daar ook van zij, niet aan af. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Eiseres voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Daartoe stelt zij dat zij bereid was om uit eigen beweging te vertrekken en hier ook de middelen toe had. De maatregel van bewaring is door eiseres dan ook als bijzonder zwaar ervaren, nu zij op het punt stond om zelfstandig te vertrekken.

8. Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van verweerder; verwijzing naar de bewaringsgronden volstaat daarvoor niet. De rechtbank wijst op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van

23 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:674) en 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309) en

het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 juni 2014 (ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi).

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in de maatregel terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet met een lichter middel dan de inbewaringstelling kon worden volstaan. Ook op dit moment bestaat er geen reden voor een lichter middel. Verweerder heeft kunnen verwijzen naar de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en het onttrekkingsrisico dat daaruit volgt. De rechtbank hecht hierbij met name belang aan de hiervoor in overweging 5 genoemde omstandigheid dat eiseres haar plannen voor terugkeer niet heeft geconcretiseerd. Ook omdat eiseres zich niet aan het voor haar geldende vertrektermijn heeft gehouden, heeft verweerder het terecht niet aannemelijk geacht dat eiseres alsnog uit eigen beweging aan haar vertrekplicht zou voldoen als zij in vrijheid zou worden gesteld. Deze beroepsgrond slaagt niet.

10. De rechtbank overweegt dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtsmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

11. Het Hof heeft in het arrest Adrar van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647, voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering.

12. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

02 december 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T. Boesman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?