ECLI:NL:RBDHA:2025:23398

ECLI:NL:RBDHA:2025:23398, Rechtbank Den Haag, 29-09-2025, NL25.44534

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer NL25.44534
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Opvolgend beroep niet-tijdig beslissen, zaak in samenhang. Betreft het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen na de opgelegde termijn in de uitspraak d.d. 17 juli 2025, beroep gegrond.

Uitspraak

Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.44534 en NL25.44538

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser 1], met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 2] , met V-nummer: [V-nummer] , eisers (gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 17 juli 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de aanvragen). Eisers stellen nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvragen.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3

3. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de bestuursrechter in de uitspraak van 17 juli 2025 een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn heeft gesteld voor het nemen van nieuwe

1. ECLI:NL:RBDHA:2025:13133.

2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

besluiten.4 Ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling zijn de beroepen van eisers dus ontvankelijk.

Zijn de beroepen van eisers gegrond?

4. De rechtbank stelt vast dat de minister niet binnen de door de rechtbank genoemde termijn alsnog besluiten heeft genomen op de aanvragen. De beroepen zijn kennelijk gegrond.

Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?

5. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.5

6. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.6 Dat de beslistermijn van 21 maanden waarbinnen de behandelingsprocedure dient te worden afgerond7 in dit geval is overschreden, is één van de aspecten die de rechtbank in deze afweging meeweegt. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat uit de beschikbare stukken blijkt dat de minister voornemens op de te nemen besluiten bekend heeft gemaakt en dat eisers hierop hun zienswijzen hebben ingediend. De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen aanleiding om de minister een langere nadere beslistermijn dan de wettelijke termijn van twee weken op te leggen. De nadere beslistermijn is dus twee weken. Deze termijn vangt aan na de dag van verzending van deze uitspraak.

Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?

7. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.8 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 37.500,-.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen twee weken alsnog besluiten op de aanvragen bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.

9. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaken alleen gaan over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager

4. ECLI:NL:RVS:2021:774.

5 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.

6 ECLI:NL:RVS:2020:1560.

7 Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU).

8 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.

bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

10. De rechtbank beschouwt deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn partners en worden vertegenwoordigd door dezelfde gemachtigde. Daarbij hebben eisers tevens hun beroepen gelijktijdig ingediend. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.9 Dit geldt ook voor de te verbeuren rechterlijke dwangsom.10

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van

J.M. Pattynama, griffier.

9 Artikel 3 van het Bpb.

10 ECLI:NL:RVS:2020:1624.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?