ECLI:NL:RBDHA:2025:23413

ECLI:NL:RBDHA:2025:23413, Rechtbank Den Haag, 17-11-2025, 09-115818-24

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 09-115818-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstallen met valse sleutels van vijf slachtoffers, zogenoemde bankhelpdeskfraude. De verdachte wordt veroordeeld tot 15 dagen jeugddetentie en een werkstraf in de vorm van een taakstraf van 130 uur. Overschrijding redelijke termijn met drie maanden. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09-115818-24

Datum uitspraak: 17 november 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak tegen de verdachte:

[de verdachte] (hierna: de verdachte),

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 3 november 2025 (inhoudelijke behandeling).

De officier van justitie in deze zaak is mr. M. de Vries en de raadsvrouw van de verdachte is mr. N. Harlequin te Den Haag. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode 15 september tot en met 2 oktober 2023 te Roermond en/of Amersfoort en/of Maastricht en/of Schoonhoven en/of Emmen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas en/of geldbedragen en/of sierraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de volgende personen: [de aangever 1] en/of [de aangever 2] en/of [de aangever 3] en/of [de aangever 4] en/of [de aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen bankpas en/of geldbedragen onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen bankpas en/of geldbedragen onder haar/hun bereik te brengen door middel van een valse hoedanigheden/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door

- een of meerdere voornoemde personen een SMS-bericht te sturen dat een overboeking niet kon worden uitgevoerd en/of dat er een overboeking had plaatsgevonden en als die overboeking niet bekend voorkwam contact moest worden opgenomen met de fraudeafdeling van de bank en/of met een telefoonnummer in beheer bij verdachte en/of haar mededader(s) en/of

- zich voor te doen als een medewerkster van de fraudeafdeling van een bank en/of

- zich voor te doen als medewerker van politie en/of

- tegen een of meerdere voornoemde personen te zeggen dat (onbekende) personen met zijn/haar bankrekening zouden frauderen en/of naar de pincode van de bankpas van een of meerdere voornoemde personen te vragen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een of meerdere voornoemde personen te zeggen dat een bankmedewerker langs zou komen om zijn/haar bankpas, geld en/of sierraden ter bescherming op te halen

en/of

- naar de woning van een of meerdere voornoemde personen te gaan en zich voor te doen als bankmedewerker en/of

- ter plaatse een of meerdere bankpas(sen) en/of een contant geldbedrag en/of sierraden mee te nemen en/of

- door middel van een valse sleutel, door gebruik te maken van die bankpas en de bijbehorende pincode tot het gebruik waarvan zij, verdachte, en haar mededader(s) niet gerechtigd was/waren.

3. De bewijsbeslissing

Inleiding

De strafzaak tegen de verdachte is onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek genaamd “Washington”. Dit onderzoek richt zich op een specifieke vorm van oplichting, die ook wel wordt aangeduid met de term “bankhelpdeskfraude”.

In dit onderzoek werd een van de verdachten, [de medeverdachte] , op 3 oktober 2023 aangehouden in zijn woning in Leeuwarden. Daarbij was een vrouw aanwezig die zich niet kon legitimeren met een geldig legitimatiebewijs, maar zich uitgaf als [naam 1] . Tijdens de doorzoeking werd een zwarte IPhone XS met IMEI-nummers [IMEI-nummer 1] & [IMEI-nummer 2] (goednummer 785278) (hierna: de zwarte IPhone XS) in het bed van [de medeverdachte] gevonden. De vrouw verklaarde dat de telefoon van haar was en dat zij de vriendin van [de medeverdachte] was. De telefoon werd inbeslaggenomen en softwarematig uitgelezen. Daaruit ontstond de verdenking dat deze telefoon gebruikt zou zijn bij vijf bankhelpdeskfraudezaken, waarbij de slachtoffers benaderd zijn door zogenoemde bankmedewerkers over frauduleuze transacties. Daarom werd het onderzoek “Jakarta” gestart.

Betrokkenheid verdachte

Naar aanleiding van voornoemde verdenking is [naam 1] op 28 februari 2024 aangehouden en verhoord. Zij verklaarde nooit in Leeuwarden te zijn geweest en gaf toestemming haar telefoon uit te lezen. Uit dat onderzoek bleek dat zij niet aan het strafbare feit of aan de woning in Leeuwarden gelinkt kon worden. Er is daarom verder onderzoek gedaan naar de zwarte IPhone XS en daarbij is de verdachte in beeld gekomen als de gebruiker van de telefoon.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit omdat zij niet de gebruiker van de zwarte IPhone XS was.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage I de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

Feiten

De rechtbank stelt op basis van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Aangiftes

Vier van de slachtoffers (mevrouw [de aangever 1] , de heer [de aangever 2] , de heer [de aangever 4] en de heer [de aangever 5] ) hebben op enig moment een sms-bericht gekregen met daarin de mededeling dat een overboeking niet kon worden uitgevoerd of dat als zij een overboeking niet herkenden, zij contact moesten opnemen met een meegestuurd telefoonnummer. Vervolgens kregen de slachtoffers een zogenaamde bankmedewerker aan de lijn en werd hen verteld dat zij vanwege de pogingen tot vreemde transacties pincodes en andere gegevens moesten doorgeven via de telefoon. Ook is aan hen verteld dat er een koerier zou langskomen, waarvan de naam aan de telefoon door de zogenaamde bankmedeweker werd verteld, zodat deze gecontroleerd kon worden aan de deur, om bankpassen, geld en sieraden op te halen. Voornoemde slachtoffers hebben deze gegevens doorgegeven en hebben bankpassen (en contant geld) meegegeven aan de koerier. In de tussentijd waren zij constant met de bankmedewerker aan de lijn en mochten de slachtoffers geen gebruik maken van het internet. Het vijfde slachtoffer, mevrouw [de aangever 3] , is gebeld door een zogenaamde bankmedewerker dat zij geskimd is en dat zij allerlei gegevens moest doorgeven, waaronder haar pincodes. Ook in dit geval zijn de bankpassen opgehaald door een koerier. Het slachtoffer is daarna nog meerdere malen gebeld door verschillende nummers en heeft opdrachten moeten uitvoeren. Uiteindelijk hebben alle slachtoffers argwaan gekregen en de bank of de politie gebeld. Er blijkt in alle gevallen geld van de rekeningen van de slachtoffers te zijn gehaald door cashopnames, pinbetalingen danwel overboekingen van de bankrekeningen.

Modus operandi

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat in de vijf gevallen gesproken kan worden van een gelijksoortige modus operandi. Daarbij is steeds sprake van een combinatie van hetzelfde soort slachtoffer, namelijk personen van 70 jaar of ouder, die worden benaderd door zogenoemde bankmedewerkers over frauduleuze transacties waardoor er beveiligingsmaatregelen moesten worden getroffen en de slachtoffers pincodes en andere gegevens moeten doorgeven, het feit dat de slachtoffers urenlang met de zogenoemde bankmedewerker aan de lijn moeten blijven en het feit dat er een koerier langskomt die bankpassen en geld ophaalt waarbij snel daarna gepind wordt met de opgehaalde bankpassen danwel geld wordt overgemaakt van bankrekeningen. Daar komt bij dat de slachtoffers aangeven dat de zogenoemde bankmedewerker een erg beleefde vrouw is en ABN praat.

Aangetroffen telefoons

Bij de aanhouding van [de medeverdachte] op 3 oktober werden er in en rond zijn woning meerdere telefoons aangetroffen, waaronder de zwarte IPhone XS in het bed. Van deze telefoon zei de in de woning aanwezige vrouw – die zich [naam 1] noemde – dat deze van haar was. Daarnaast werd op het grasveld bij de woning van [de medeverdachte] een IPhone met IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] aangetroffen. Ook werd er in het voertuig, waarvan de sleutel in de slaapkamer van [de medeverdachte] lag, een IPhone aangetroffen met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] .

Koppeling met zwarte IPhone XS

De rechtbank zal eerst de vraag moeten beantwoorden of de zwarte IPhone XS is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude van vijf slachtoffers. De rechtbank overweegt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen als volgt.

Mevrouw [de aangever 1]

Uit het onderzoek aan de zwarte IPhone XS blijkt het volgende. Er zijn verschillende screenshots op genoemde telefoon aangetroffen, waaronder een screenshot van het adres van mevrouw [de aangever 1] en twee screenshots van Geldmaten, waarbij het adres van het slachtoffer in de zoekbalk staat. Alle screenshots zijn gemaakt op 2 oktober 2023 tussen 13:37 en 14:49 uur. Verder wordt er een Snapchatgesprek in de telefoon aangetroffen. Daaruit blijkt dat er om 15:37 uur een screenshot van het adres van het slachtoffer wordt verstuurd, om 16:49 uur wordt een screenshot gestuurd van de pinlocatie, om 16:55 uur wordt de pincode van de bankpas gestuurd en om 16:57 uur wordt er voor de eerste keer gepind op de pinlocatie die is doorgestuurd. Voornoemde dag en tijden komen overeen met hetgeen staat beschreven in de aangifte van mevrouw [de aangever 1] . Zo beschrijft mevrouw [de aangever 1] dat zij vanaf 13:30 uur wordt gebeld en dat er rond 16:30 uur wordt aangebeld door de koerier. Ook herkent zij in een later gesprek met de politie de pincode die via Snapchat is verstuurd als de pincode van haar bankpas.

De heer [de aangever 2]

In het onderzoek naar aanleiding van de aangifte van de heer [de aangever 2] wordt in de zwarte IPhone XS een screenshot aangetroffen van het adres van de heer [de aangever 2] , dat is gemaakt op 22 september 2023 om 13:09 uur. Dit komt overeen met de aangifte, waaruit blijkt dat de heer [de aangever 2] op 22 september 2023 om 14:26 uur een sms krijgt van de zogenaamde ABN AMRO. In een Snapchatbericht op de telefoon van 25 september 2023 – dus weliswaar van latere datum dan de diefstal - staat een script weergegeven, met daarin de naam [naam 2] , zijnde de naam van de persoon van ABN AMRO waarmee de heer [de aangever 2] zou hebben gesproken.

Mevrouw [de aangever 3]

Op de zwarte IPhone XS worden ook verschillende screenshots aangetroffen van de online bankierenpagina van een onbekend gebleven persoon, waarop overschrijvingen van 16 september 2023 van bankrekeningen van [de aangever 3] te zien zijn, groot € 1.000,-, € 1.500,-, € 4.000,-, € 5.000,- en € 9.000,-. Op die screenshots is eveneens te zien dat meerdere malen bij de Bijenkorf in Amsterdam goederen via pinbetalingen met bankpassen van [de aangever 3] worden afgerekend. Verder is op de screenshots te zien dat overboekingen naar [naam 3] zijn gedaan. Uit onderzoek blijkt dat deze persoon geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Het is de politie ambtshalve bekend dat dit soort personen vaak worden gebruikt als katvangers. Voornoemde bedragen, pintransacties bij de Bijenkorf in Amsterdam en overboekingen naar [naam 3] komen overeen met hetgeen is beschreven in de aangifte van mevrouw [de aangever 3] .

De heer [de aangever 4]

In het onderzoek naar de bankhelpdeskfraude van de heer van [de aangever 4] is op de zwarte IPhone XS een Snapchatgesprek aangetroffen, waarin twee codes staan genoemd en de naam van een koerier, zijnde [naam 4] . Dit gesprek vindt plaats op 27 september 2023 vanaf 11:06 uur. De op de telefoon aangetroffen ophaalcode en genoemde naam worden ook in de aangifte genoemd. Daarnaast blijkt uit de zoekgeschiedenis van de telefoon dat er op 27 september 2023 van 12:46 uur tot 14:14 uur meerdere malen is opgezocht wat het pinlimiet is bij Van Lanschot, de bank waar aangever bankiert. Tot slot is er diezelfde dag om 12:17 uur een screenshot gemaakt van een pinlocatie in Schoonhoven, de plaats waar het slachtoffer woont en waar later is gepind. Voornoemde dag, tijden en adres komen overeen met hetgeen is beschreven in de aangifte.

De heer [de aangever 5]

Op de zwarte IPhone XS wordt een screenshot van het adres van de heer [de aangever 5] aangetroffen, dat is gemaakt op 26 september 2023 om 14:19 uur, de dag van de bankhelpdeskfraude. Daarnaast worden een foto van verschillende bankpassen aangetroffen, waarop de naam ‘ [de aangever 5] ’ te zien is, welke ook is gemaakt op 26 september 2023 om 15:40 uur. Ook wordt een screenshot aangetroffen van een Geldmaat met in de zoekbalk het adres van de heer van [de aangever 5] , ook gemaakt op 26 september 2023 om 15:41 uur. Tevens wordt er een Snapchatgesprek aangetroffen, waarin een script wordt gestuurd met daarin de naam [naam 5] . Deze naam wordt door de heer [de aangever 5] in de aangifte genoemd als naam van de zogenoemde bankmedewerker. Tot slot wordt er op 26 september 2023 tussen 12:49 uur en 14:18 uur meermaals gezocht naar pinlimieten bij Van Lanschot en naar postcodeservices op het adres van de heer [de aangever 5] . Voornoemde dag en tijden komen overeen met hetgeen staat beschreven in de aangifte.

Tussenconclusie

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit al deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, dat de zwarte IPhone XS is gebruikt bij de vijf bankhelpdeskfraudes.

Bovendien stelt de rechtbank op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast, dat de drie telefoonnummers die gebruikt zijn ten tijde van de gepleegde oplichting bij mevrouw [de aangever 1] , geplaatst waren in de telefoontoestellen met IMEI-nummers [IMEI-nummer 4] en [IMEI-nummer 3] , die zijn aangetroffen bij de doorzoeking van de woning op 3 oktober 2023 in Leeuwarden. De telefoonnummers die gebruikt zijn ten tijde van de gepleegde oplichtingen bij de heer [de aangever 2] , de heer [de aangever 4] en de heer [de aangever 5] waren geplaatst in het telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] . De zwarte iPhone XS straalde ten tijde van de oplichtingen op hetzelfde basisstation aan als deze telefoon(s). Uit het dossier blijkt dat in geval van de heer [de aangever 5] de zwarte IPhone XS en de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] kort voor de start van de oplichting op hetzelfde basisstation hebben aangestraald en kort na de oplichting ook weer.

Tussenconclusie

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de telefoons met IMEI-nummers [IMEI-nummer 4] en [IMEI-nummer 3] en de zwarte IPhone XS zijn gebruikt bij de oplichting om de slachtoffers telefonisch te benaderen en gegevens (adressen en pincodes) door te sturen naar de medeverdachten, waarbij de zwarte IPhone XS ten tijde van de oplichtingen steeds in de nabijheid is geweest van de telefoon(s) waarmee de genoemde slachtoffers telefonisch werden benaderd.

Betrokkenheid verdachte

Vervolgens zal de rechtbank moeten vaststellen dat voornoemde telefoon, zijnde de zwarte IPhone XS, die is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude, van de verdachte is.

De rechtbank overweegt dat de zwarte IPhone XS is aangetroffen in het bed van [de medeverdachte] tijdens de doorzoeking van de woning op 3 oktober 2023 in Leeuwarden. Op dat moment was er ook een vrouw in de woning aanwezig. De vrouw heeft aldaar aangegeven dat de aangetroffen telefoon in bed, de zwarte IPhone XS dus, van haar was. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de zwarte IPhone XS van de vrouw is, die op 3 oktober 2023 in de woning van [de medeverdachte] in Leeuwarden aanwezig is.

De vrouw in de woning in Leeuwarden heeft zich niet kunnen legitimeren, maar heeft zich uitgegeven als zijnde [naam 1] . De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat deze vrouw niet voornoemde [naam 1] was en dus een valse identiteit heeft opgegeven. Zo wordt [naam 1] op 28 februari 2024 aangehouden en zij geeft aan nooit in Leeuwarden te zijn geweest. Daarnaast herkent de verbalisant, die ook bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 is geweest, [naam 1] niet als de vrouw die in de woning was op 3 oktober 2023 en blijkt uit onderzoek aan de telefoon van [naam 1] dat zij niets te maken heeft met de bankhelpdeskfraude. Bovendien herkent ook een andere verbalisant, die bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 aanwezig was, [naam 1] niet als de vrouw die in de woning in Leeuwarden was.

Uit het onderzoek aan de zwarte iPhone XS blijkt dat in verschillende berichten de naam ‘ [de verdachte] ’ wordt genoemd en er een Snapchataccount is met de naam ‘ [snapchataccount] ’. Ook zijn er verschillende selfies aangetroffen op de telefoon, waarop opvallende details te zien waren, zoals volle lippen, nepnagels en een tatoeage op de rechterhand. Uit de politiesystemen komt na vergelijking met de selfies op de telefoon de naam [de verdachte] naar voren en wordt besloten haar huisadres te bezoeken. Daar wordt opengedaan door iemand die zich legitimeert als [de verdachte] . Qua uiterlijke kenmerken komt zij overeen met de persoon op de selfies. Ook wordt een filmpje van het bezoek aan de woning getoond aan een verbalisant die aanwezig was bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 in Leeuwarden en hij herkent de vrouw op het filmpje, die zich heeft geïdentificeerd als [de verdachte] , direct als de vrouw die in de woning in Leeuwarden was. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [de verdachte] de vrouw is geweest die op 3 oktober 2023 in de woning in Leeuwarden was.

Hiermee gaat de rechtbank dus voorbij aan het verweer van de verdachte dat de telefoon niet van haar is en dat zij veelvuldig foto’s van haarzelf online post en ook veelvuldig gebruik maakt van telefoons van derden, waardoor er mogelijk foto’s van haar op genoemde telefoon staan. De rechtbank overweegt daarbij evenzeer dat een aantal van de foto’s van de verdachte op genoemde telefoon van zeer persoonlijke aard zijn, gelet op de inhoud – de verdachte is te zien samen met [de medeverdachte] liggend in bed – en gelet op de emotionele reactie van de verdachte op de zitting bij het zien van de foto’s. De rechtbank acht het posten van dergelijke foto’s online danwel het nemen van dergelijke foto’s met een telefoon van een willekeurige derde onaannemelijk.

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de zwarte IPhone XS van [de verdachte] is, nu zij de vrouw is geweest die op 3 oktober 2023 in de woning in Leeuwarden aanwezig was.

Medeplegen

De laatste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte als medepleger betrokken was bij de bankhelpdeskfraudes. De rechtbank acht dit op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.

In alle gevallen zijn bankpassen afhandig gemaakt waarmee telkens door onbekend gebleven personen kort daarna, op verschillende locaties is gepind. De rechtbank stelt vast dat in alle gevallen slachtofferinformatie in de telefoon van de verdachte is aangetroffen en ook dat adressen en locatiegegevens via de telefoon van de verdachte zijn verstrekt aan de personen die langs de woningen van de slachtoffers zijn gegaan en aan degenen die moesten pinnen. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de onbekend gebleven mededaders, gericht op gekwalificeerde diefstal zoals tenlastegelegd. Dergelijke oplichtingszaken kunnen immers alleen slagen als sprake is van een aanzienlijke mate van organisatie en planmatigheid. De verdachte heeft daarbij een cruciale, informatieverstrekkende en coördinerende rol vervuld. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het uitblijven van een verklaring van de verdachte over haar rol en aandeel in dit geval bijdraagt tot positieve beantwoording van de gestelde medepleegvraag. De conclusie luidt dan ook dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd in de bewezenverklaarde zaken, zodat zij als medepleger daarvan moet worden aangemerkt.

Conclusie

De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

zij in de periode 15 september tot en met 2 oktober 2023 te Roermond en Amersfoort en Maastricht en Schoonhoven en Emmen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan de volgende personen: [de aangever 1] en/of [de aangever 2] en/of [de aangever 3] en/of [de aangever 4] en/of [de aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en haar mededaders toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen bankpas en/of geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen bankpas en/of geldbedragen onder hun bereik te brengen door middel van een valse hoedanigheden en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door

- een of meerdere voornoemde personen een SMS-bericht te sturen dat een overboeking niet kon worden uitgevoerd en/of dat er een overboeking had plaatsgevonden en als die overboeking niet bekend voorkwam contact moest worden opgenomen met de fraudeafdeling van de bank en/of met een telefoonnummer in beheer bij verdachte en/of haar mededaders en

- zich voor te doen als een medewerkster van de fraudeafdeling van een bank en/of

- zich voor te doen als medewerker van politie en/of

- tegen een of meerdere voornoemde personen te zeggen dat (onbekende) personen met zijn/haar bankrekening zouden frauderen en/of naar de pincode van de bankpas van een of meerdere voornoemde personen te vragen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een of meerdere voornoemde personen te zeggen dat een bankmedewerker langs zou komen om zijn/haar bankpas, geld en/of sieraden ter bescherming op te halen en/of

- naar de woning van een of meerdere voornoemde personen te gaan en zich voor te doen als bankmedewerker en/of

- ter plaatse een of meerdere bankpas(sen) en/of een contant geldbedrag mee te nemen en

- door middel van een valse sleutel, door gebruik te maken van die bankpas en de bijbehorende pincode tot het gebruik waarvan zij, verdachte, en haar mededaders niet gerechtigd waren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6. De op te leggen straffen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 15 dagen met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf in de vorm van een werkstraf gevorderd van 160 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de rechtbank overgaat tot veroordeling van de verdachte, rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het is niet in haar belang als zij terug moet naar de JJI. Een taakstraf met een voorwaardelijk deel is in dit geval passender.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit de rapportages en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit De verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude.

De verdachte en haar mededaders hebben zich telefonisch voorgedaan als bankmedewerker om het vertrouwen van de slachtoffers te wekken en op slinkse wijze bankpassen, pincodes en geldbedragen bemachtigd, waarbij de slachtoffers in sommige gevallen urenlang aan de lijn zijn gehouden en geen internet mochten gebruiken. De verdachte heeft samen met de medeverdachten daarmee willens en wetens misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen door de slachtoffers bang te maken met leugens, bij hun woningen te verschijnen en zelfs in bepaalde gevallen naar binnen te gaan. Met de bemachtigde bankpassen is vervolgens geld van de bankrekeningen van de slachtoffers opgenomen.

Het is extra kwalijk dat juist oudere mensen tot slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grotere kwetsbaarheid en afhankelijkheid. De verdachte en haar mededaders hebben de slachtoffers niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. De medeverdachten zijn naar de woningen van de slachtoffers gegaan en hebben daar geld en goederen vandaan meegenomen. Daarmee is de plek waar mensen zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen, aangetast. Door haar handelen heeft de verdachte laten zien alleen oog te hebben voor haar eigen belang, zonder oog te hebben voor de gevolgen van haar gedrag op anderen.

Uit het dossier blijkt dat de incidenten een grote impact op de slachtoffers hebben gehad. Zo blijkt uit de aangifte van mevrouw [de aangever 1] dat zij een week na het incident bij een vriend heeft verbleven, omdat zij zo angstig was dat er zou worden ingebroken. De heer [de aangever 4] was na de oplichting zo wantrouwig dat hij zelfs niet meer met de politie in gesprek durfde te gaan over zijn aangifte. Ook slachtoffer [de aangever 3] heeft in een e-mailbericht naar voren gebracht dat zij zeer nare gevoelens heeft overgehouden aan de fraude en dat zij en haar partner veel slapeloze nachten hebben gehad.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 2 oktober 2025. Hieruit volgt dat de verdachte tussentijds voor soortgelijke feiten is veroordeeld, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 26 september 2024 en 16 oktober 2025 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Daaruit volgt – kort samengevat – dat het zeer lastig is om voor de verdachte vast te stellen op welke wijze zij nog pedagogisch beïnvloed kan worden. De verdachte heeft een belast verleden en heeft al sinds jonge leeftijd te maken met verschillende hulpverleningsinstanties in het kader van zowel het jeugdbeschermings- als het jeugdstrafrecht. Dit maakt ook dat de verdachte veel boosheid heeft richting instanties en autoriteiten. De Raad hoopt dat de verdachte dit in de toekomst los kan laten om verder tot ontwikkeling te komen. Ten aanzien van het strafadvies heeft de Raad naar voren gebracht dat er in het verleden verschillende vormen van hulpverlening en begeleiding zijn ingezet, maar de verdachte daar onvoldoende van heeft geprofiteerd. Dit maakt dan ook dat de Raad geen strafadvies heeft uitgebracht. De Raad heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de verdachte een taakstraf gaat uitvoeren, omdat in het verleden is gebleken dat zij het lastig vindt om afspraken na te komen en zich aan de voorwaarden te houden. Daarbij heeft de Raad aangegeven op dit moment geen aanleiding te zien om verplichte behandeling op te leggen, omdat behandeling nu geen effect heeft als de verdachte geen intrinsieke motivatie heeft om aan haar trauma’s en boosheid te werken.

De jeugdreclassering heeft daartoe aangevuld dat de verdachte altijd heeft opengestaan voor contact en dat zij op dit moment bezig is met het creëren van een voor haar positieve toekomst. Daarbij vindt de jeugdreclassering het belangrijk dat de verdachte in de toekomst iemand om zich heen zal krijgen om mee in gesprek te gaan. Ten aanzien van een straf ziet de jeugdreclassering geen mogelijkheden meer om de verdachte verder te helpen door middel van begeleiding of behandeling.

Redelijke termijn

De redelijke termijn waarbinnen een jeugdstrafzaak moet zijn afgedaan is zestien maanden. In deze zaak is die termijn met drie maanden overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden, die deze overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen. De rechtbank zal hiermee in strafmatigende zin rekening houden bij de op te leggen straf.

Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in

soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Gelet op de ernst van het feit en het aan de slachtoffers toegebrachte leed, is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie van enige duur en een taakstraf in de vorm van een werkstraf. De rechtbank zal een jeugddetentie opleggen van 15 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 130 uren. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarbij nog een voorwaardelijke straf op te leggen, omdat gelet op de ontwikkeling van de verdachte en hetgeen daarover door de Raad en de jeugdreclassering naar voren is gebracht, is gebleken dat een voorwaardelijk deel geen meerwaarde heeft.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel

Vordering benadeelde partij [de aangever 2]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op materiële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de verzochte vrijspraak de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de vordering voldoende is onderbouwd, zal de vordering geheel worden toegewezen voor een bedrag van € 3.000,-.

Totaal toegewezen

De rechtbank zal de vordering van [de aangever 2] toewijzen tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit materiële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 22 september 2023, omdat vast is komen te staan dat de schade op die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en zij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan [de aangever 2] is toegebracht.

De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 september 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 2] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Vordering benadeelde partij [de aangever 3]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 30.977,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit € 27.977,- aan materiële schade en voor € 3.000,- uit immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat een bedrag tot € 20.070,- wordt toegewezen aan materiële schade, omdat dit bedrag in de aangifte wordt genoemd. Verder vordert zij de immateriële schade te matigen tot € 1.500,-. Voornoemde bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de verzochte vrijspraak de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de vordering voldoende is onderbouwd en niet door de verdediging is betwist, zal de vordering geheel worden toegewezen voor een bedrag van € 27.977,-.

Immateriële schade

Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin het recht bestaat op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. De rechtbank begrijpt de vordering van de benadeelde partij zo, dat zij een beroep doet op de in het voornoemde wetsartikel genoemde ‘aantasting in de persoon op andere wijze’. Daarvan is in ieder geval sprake indien iemand geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept moet voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij heeft de immateriële schade onvoldoende onderbouwd. Hoewel de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij invoelbaar zijn, kan op basis van de summiere onderbouwing niet worden vastgesteld dat sprake is van psychisch letsel ten gevolge van het strafbare feit. Evenmin brengen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, mee dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zoals hiervoor bedoeld. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Totaal toegewezen

De rechtbank zal de vordering van [de aangever 3] toewijzen tot een bedrag van € 27.977,-, bestaande uit materiële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 16 september 2023, omdat vast is komen te staan dat de schade op die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en zij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan [de aangever 3] is toegebracht.

De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 27.977,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 3] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Vordering benadeelde partij [de aangever 5]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van materiële schade een bedrag van € 32.060,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd een bedrag van € 1.628,- aan materiële schade toe te wijzen, gelet op de aangifte, waaruit blijkt dat er € 800,- van de creditcard is gepind en de telefoons voor € 828,- zijn vervangen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de verzochte vrijspraak de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Uit de bij de vordering gevoegde stukken blijkt dat er € 800,- is gepind van de creditcard van de benadeelde partij, dat daarmee € 32,- transactiekosten waren gemoeid en dat de benadeelde partij telefoons heeft vervangen voor een bedrag van € 828,-. Dit deel van de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.660,-.

Uit de aangifte blijkt echter niet welk bedrag er aan cashgeld is weggenomen en daarnaast zijn er ook geen stukken overgelegd ter onderbouwing van de annulering van de vakantie naar Mallorca. Dit deel van de vordering is door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Totaal toegewezen

De rechtbank zal de vordering van [de aangever 5] toewijzen tot een bedrag van € 1.660,-, bestaande uit materiële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 26 september 2023, omdat vast is komen te staan dat de schade op die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en zij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan [de aangever 5] is toegebracht.

De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.660,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 september 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 5] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat het onder 1 genummerde voorwerp met voorwerpnummer: 3120545 zal worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het beslag geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, zijnde een computer van het merk Acer met voorwerpnummer: 3120545.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n en 311 Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.6 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

straffen

veroordeelt de verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 15 (VIJFTIEN) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, te weten 15 dagen, bij de tenuitvoerlegging van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 130 (HONDERDDERTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 65 (VIJFENZESTIG) DAGEN;

bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval zij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis;

de vordering van de benadeelde partij [de aangever 2] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij met betrekking tot de gestelde materiële schade geheel toe tot een bedrag van € 3.000,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover van 22 september 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [de aangever 2] ;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 september 2023 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 2] , en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

de vordering van de benadeelde partij [de aangever 3] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij met betrekking tot de gestelde materiële schade geheel toe tot een bedrag van € 27.977,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover van 16 september 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [de aangever 3] ;

bepaalt dat de benadeelde partij met betrekking tot de immateriële schade niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 27.977,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2023 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 3] , en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

de vordering van de benadeelde partij [de aangever 5] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij met betrekking tot de gestelde materiële schade gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.660,- en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover van 26 september 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [de aangever 5] ;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.660,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 september 2023 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [de aangever 5] , en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

de inbeslaggenomen goederen

gelast de teruggave aan de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

1 STK Computer

(Omschrijving: Acer)

Voorwerpnummer: 3120545;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, voorzitter,

mr. W.G. de Boer, kinderrechter,

en mr. S. van der Harg, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 november 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.M.C. Mulders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?