RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9255
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en
Procesverloop
Verzoeker heeft op 24 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een mvv in het kader van nareis van 28 augustus 2023.
Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. De aanvraag is ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft beslist en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waardepunt van €907 met een wegingsfactor van 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is, omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van het besluit.
Beslissing
De rechtbank:
- Veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.