Beslissing van 2 december 2025
Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 6 oktober 2025 om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, in de zaak van:
[de terbeschikkinggestelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting [P.I.] , in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) te [plaats] ,
(hierna: de terbeschikkinggestelde),
die bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 oktober 2023 ter beschikking is gesteld met het bevel tot verpleging van overheidswege.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de bijlage.
De procedure
De rechtbank heeft de vordering op 18 november 2025 op de terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. S. van Dongen gehoord.
Het advies van de kliniek
De Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [de kliniek] (hierna: de kliniek) adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De terbeschikkinggestelde verblijft momenteel in het PPC, in afwachting van een plaatsing in de kliniek. Omdat de terbeschikkinggestelde nog niet binnen de kliniek in zorg is, is de terbeschikkinggestelde door de kliniek gesproken via beeldbellen.
De terbeschikkinggestelde is, zoals volgt uit de pro Justitia rapportage van 10 juni 2022, bekend met een licht (mogelijk matig) verstandelijke beperking. Daarnaast is de terbeschikkinggestelde bekend met problematisch gebruik van cannabis.
De terbeschikkinggestelde heeft tot nu geen behandeling gevolgd op de risicofactoren. Het is aannemelijk dat de uitkomsten van de risicotaxatie, waarbij het risico op recidive werd ingeschat als hoog, nog steeds actueel zijn.
De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde in de komende periode opgenomen wordt in de kliniek. Hij staat op de wachtlijst voor plaatsing binnen de kliniek, er zijn nog zes wachtenden voor hem.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde geeft aan dat hij het jammer vindt dat het zo lang duurt voordat hij in de kliniek geplaatst wordt.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft verzocht om de maatregel met één jaar te verlengen en om voorafgaand aan de volgende verlengingszitting een dubbelrapportage op te laten maken. De raadsman voert daartoe aan dat er veel gevallen bekend zijn waarbij terbeschikkinggestelden lang moeten wachten op een plek en heeft daarbij ook het artikel ‘Terbeschikkingstelling onder hoogspanning’ van Frank Hovers en Jos van Mulbregt overgelegd. De terbeschikkinggestelde staat op de wachtlijst van [de kliniek] , maar het is onduidelijk hoe lang hij nog moet wachten op een plek. Daarnaast is de diagnostiek inmiddels niet meer actueel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Stoornis en herhalingsgevaar
Het advies van de kliniek betreft een algemeen advies over het te verwachten beloop van de maatregel. Hoewel het advies niet is gebaseerd op recent gedragskundig onderzoek of op bevindingen bij de behandeling van de terbeschikkinggestelde, is de rechtbank van oordeel dat het advies wel voldoet aan de wettelijke vereisten (vgl. Gerechtshof Arnhem 19 februari 2001, ECLI:NL:2001 :AD4241).
In het advies zijn de diagnostiek en risicotaxatie overgenomen uit het pro Justitia rapport van 10 juni 2022. Bovendien acht de rechtbank zich op grond van het advies van de kliniek en dat wat op de terechtzitting is besproken, op dit moment voldoende voorgelicht om te oordelen dat het aannemelijk is dat nog steeds sprake is van stoornissen bij de terbeschikkinggestelde en dat de kans op herhaling bij de onmiddellijke beëindiging van de maatregel hoog is.
Verlenging
Op grond van het voorgaande, in het bijzonder gelet op dat recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de maatregel eist.
Het uitgangspunt is dat in het geval aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. De rechtbank ziet aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en overweegt daarover het volgende.
De rechtbank ziet dat de bestaande wachttijd een schrijnende situatie oplevert voor de terbeschikkinggestelde. Deze omstandigheid vormt op zichzelf geen bijzondere grond om van het genoemde uitgangspunt af te wijken. Echter, naast de bestaande wachttijd is er over de terbeschikkinggestelde ook geen actuele informatie bekend. De kliniek heeft zich in haar verlengingsadvies ten aanzien van de diagnostiek en het herhalingsgevaar gebaseerd op het pro Justitia rapport van 10 juni 2022 dat is opgemaakt voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak waarbij de maatregel werd opgelegd.
De rechtbank ziet in het ontbreken van actuele diagnostiek, het ontbreken van een concreet behandelplan en de bestaande wachttijd reden om de maatregel met één jaar te verlengen. Op die manier wil de rechtbank de ontwikkelingen ten aanzien van de plaatsing actief (blijven) volgen, zodat over een jaar de stand van zaken, de prognose en de hierbij geïndiceerde behandelmogelijkheden meer concreet kunnen worden besproken.
De rechtbank acht het van belang om bij de volgende verlenging geactualiseerd inzicht te krijgen in de diagnostiek en het herhalingsgevaar van de terbeschikkinggestelde. In dat kader bepaalt de rechtbank dat de officier van justitie, naast een actueel advies van de kliniek, vóór de volgende verlengingszitting zorg dient te dragen voor het laten opstellen van dubbelrapportage door een psychiater en een psycholoog over de terbeschikkinggestelde. De rapporteurs kunnen daarbij ook meenemen of het verblijf van de terbeschikkinggestelde in het PPC op het bovenstaande van invloed is geweest.
Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar;
bepaalt dat de officier van justitie vóór de volgende verlengingszitting zorg dient te dragen voor het laten opstellen van dubbelrapportage door een psychiater en een psycholoog over de terbeschikkinggestelde.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. S.M. van der Schenk, voorzitter,
mr. E.R.F. van Engelen, rechter,
mr. J. Herfkens, rechter,
in tegenwoordigheid van mrs. L.E. Kramer en R. Moese, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Bijlage
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: