[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum],
van Ghanese nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. V.M. Oliana),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).
Inleiding
1. Eiser is op 25 november 2025 om 08:00 uur overgenomen en opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw en overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Daar is hij op 25 november 2025 om 10:35 uur aangekomen.
Op 25 november 2025 om 16:15 is de ophouding beëindigd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de ophouding. Hij
heeft daarbij verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank
heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Is eiser langer dan toegestaan in zijn vrijheid beperkt geweest?
2. Eiser voert aan dat uit het dossier niet kan worden afgeleid op welk tijdstip hij in vrijheid is gesteld. Volgens eiser is hij pas om 16:30 uur in vrijheid gesteld, omdat het buiten inmiddels al schemerig was. Gelet hierop is eiser van mening dat de minister onrechtmatig heeft gehandeld door hem langer dan toegestaan in zijn vrijheid te beperken.
De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal van ophouding (M105-a) wel degelijk kan worden opgemaakt wanneer eiser in vrijheid is gesteld. Uit het proces-verbaal volgt onder “8. Beëindiging/opheffing van de maatregel” dat op 25 november 2025 omstreeks 16:15 uur de vrijheidsbeneming op grond van artikel 50 van de Vw is beëindigd/opgeheven, omdat eiser een borgsom heeft betaald en een meldplicht heeft gekregen. Uit hetzelfde proces-verbaal volgt dat eiser op 25 november 2025 om 10:35 uur was aangekomen op de plaats bestemd voor verhoor. Dit betekent dat de wettelijke termijn van zes uur, zoals geformuleerd in artikel 50, derde lid, van de Vw, niet is overschreden. Eiser is daarmee niet langer dan toegestaan in zijn vrijheid beperkt geweest.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op
rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.