[naam], verzoeker,V-nummer: [nummer],(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. In de uitspraak van 12 maart 2025 (NL25.4264) van deze rechtbank
en zittingsplaats heeft de rechtbank aan de minister een concrete beslistermijn van vier weken gegeven, waarbinnen de minister het besluit bekend had moeten maken op de asielaanvraag. De minister heeft hieraan niet voldaan. Op het moment van indienen van het beroep van 13 mei 2025, was de aan de uitspraak van 12 maart 2025 verbonden rechterlijke dwangsom van € 7.500,- nog niet volledig verbeurd. Dit zou volgens verweerder betekenen dat het beroep prematuur is ingediend en het beroep niet-ontvankelijk is.
3. Hoewel het beroep was ingediend terwijl de rechterlijke dwangsom nog niet
volledig was verbeurd acht de rechtbank, in overeenstemming met de uitspraak van de afdeling op 28 januari 2021, het beroep ontvankelijk.
4. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
5. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.
Conclusie en gevolgen
6. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.