ECLI:NL:RBDHA:2025:23637

ECLI:NL:RBDHA:2025:23637, Rechtbank Den Haag, 08-09-2025, NL25.23416

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-09-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer NL25.23416
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Beroep niet-tijdig beslissen, het niet tijdig beslissen op de aanvraag d.d. 9 oktober 2023, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23416

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. J. Werner),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag.

Op 17 juni 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).

Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?

2. Het beroep van eiseres tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiseres geen zin meer. Eiseres heeft zogezegd geen procesbelang meer bij haar beroep.

3. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag heeft mede betrekking op het reële besluit, aangezien dit besluit niet geheel aan het beroep tegemoetkomt.2

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:20, derde lid, Awb.

4. Eiseres heeft laten weten dat zij het niet eens is met het reële besluit en zij heeft, zo begrijpt de rechtbank, gevraagd het beroep door te sturen naar de minister zodat het als bezwaar verder behandeld kan worden. De rechtbank zal het beroep daarom naar de minister verwijzen ter behandeling als bezwaar.3

5. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vast te stellen.

6. Met ingang van 15 april 2025 zijn in vreemdelingenzaken de wettelijke bepalingen met betrekking tot de bestuurlijke dwangsom niet meer van kracht.4 Dit is slechts anders als de minister vóór 15 april 2025 niet tijdig heeft beslist én de minister eveneens vóór die datum in gebreke is gesteld. Deze omstandigheid doet zich in deze zaak niet voor. De rechtbank kan de hoogte van de verbeurde dwangsom daarom niet vaststellen.

Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres?

7. Over de vergoeding van de proceskosten die eiseres vraagt, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.5 De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 17 juni 2025 te laat heeft genomen en eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit.

8. De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres vast op € 453,50. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). Verder bestaat aanleiding om te bepalen dat de minister het betaalde griffierecht aan eiseres vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van

J.M. Pattynama, griffier.

3 Artikel 6:20, vierde lid van de Awb.

4 Stb. 2025, 96.

5 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 september 2025

Documentcode:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?