Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 18 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 28 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk P. Ghosh en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk N. Atanasova.
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2014 te [plaats 1] , [land] .
- De man heeft uit een eerdere relatie een dochter, de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] , [land] .
- [de minderjarige] verblijft op dit moment bij de man.
- De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de man strekt ertoe – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , [postcode] te [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel.
De vrouw voert verweer. De vrouw concludeert tot afwijzing van het verzoek van de man.
Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig – uitvoerbaar bij voorraad – dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , [postcode] te [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel.
Beoordeling
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De rechtbank is het volgende gebleken. De man en de vrouw wonen samen met [de minderjarige] in de echtelijke huurwoning. [de minderjarige] is in 2024 naar Nederland gekomen om bij haar vader te verblijven. [de minderjarige] verblijft alleen in de vakanties bij haar moeder in [land] . Er bestaan op dit moment spanningen tussen partijen in de thuissituatie. [de minderjarige] heeft hiervan last. Gebleken is dat partijen elkaar in de woning zoveel als mogelijk proberen te vermijden. Partijen slapen apart. De man is vaak weg. Ook slaapt hij soms bij een vriend of kennis. Omdat beide partijen hebben verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, moet de rechtbank een belangenafweging maken. Daarbij ziet de rechtbank zich voor de keuze uit twee situaties die beide niet ideaal zijn. Of continuering van de huidige situatie, waarbij er (nog) geen rust in huis is vanwege de mogelijke spanningen tussen partijen. Of één van partijen krijgt het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen zonder dat de ander een alternatieve verblijfplaats heeft.
Indien de rechtbank zou beslissen dat het uitsluitend gebruik aan één van partijen zou toekomen, dan komt de andere partij, naar de rechtbank vreest, feitelijk op straat te staan of komt die partij in een lastige situatie te verkeren, omdat de mogelijkheden tot opvang waarschijnlijk beperkt zijn. Op de zitting heeft de rechtbank daarom een dringend beroep op partijen gedaan om met behulp van de advocaten samen tot een oplossing te komen. Na een schorsing hebben de advocaten namens partijen aangegeven dat zij de volgende afspraak hebben gemaakt. De man zal de komende maand via zijn account bij Haagwonen actief gaan zoeken naar alternatieve woonruimte.
Omdat naar de inschatting van de rechtbank de gerede kans bestaat dat de afspraak tussen partijen vermoedelijk niet binnen een maand tot een definitieve oplossing zal leiden, en de huidige situatie niet eindeloos kan worden voortgezet, zal de rechtbank ook op de verzoeken van beide partijen beslissen. Zoals hiervoor overwogen, moet de rechtbank daarbij beoordelen van wie de belangen zwaarder wegen.
Vast staat voor de rechtbank dat de man en de vrouw vanwege de onderlinge spanningen in het bijzijn van [de minderjarige] niet veel langer meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] dat zij in de echtelijke woning kan blijven wonen, omdat zij sinds 2024 in Nederland bij haar vader is komen wonen en dit tot nu toe haar woonplek is geweest en haar leven zich in en rond deze woning heeft afgespeeld.
De rechtbank acht vervolgens de man de meest aangewezene om met [de minderjarige] in de woning te blijven. Immers, hoewel de vrouw heeft gesteld dat zij sinds de komst van [de minderjarige] in 2024 een groot gedeelte van de zorg voor [de minderjarige] voor haar rekening heeft genomen, zij is niet de moeder van [de minderjarige] . Bovendien heeft [de minderjarige] in het kindgesprek met de rechter aangegeven dat zij bij haar vader wil wonen. De rechtbank zal daarom het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de man toekennen. De vrouw zal derhalve op zoek moeten naar een alternatief. Gelet op de bekende woningnood, acht de rechtbank de termijn die partijen ter zitting hebben afgesproken aan de korte kant. De rechtbank zal de vrouw een termijn van zes maanden geven om alternatieve woonruimte te vinden, te weten tot 15 mei 2026. Dit betekent dat de rechtbank met ingang van 15 mei 2026 het verzoek van de man zal toewijzen.
De rechtbank gaat er echter vanuit dat beide partijen, zoals uit de afspraak van partijen op de zitting ook is gebleken, hun uiterste best doen om een andere woning te vinden.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de man met ingang van 15 mei 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , [postcode] te [plaats 2] , en beveelt per die datum dat de vrouw de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.