ECLI:NL:RBDHA:2025:23699

ECLI:NL:RBDHA:2025:23699, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, c09692110 en c09694464

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer c09692110 en c09694464
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

I. een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling II. een zelfstandig verzoek strekkende tot vervanging van de gecertificeerde instelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummers:

I. C/09/692110 / JE RK 25-1661 (verzoek I)

II. C/09/694464 / JE RK 25-1920 (verzoek II)

Datum uitspraak: 11 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over

I. een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling

II. een zelfstandig verzoek strekkende tot vervanging van de gecertificeerde instelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 september 2025, mee in de beoordeling.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] , namens de gecertificeerde instelling (als waarnemer van de vaste jeugdbeschermer);

de moeder;

- [naam 2] , de buurvrouw van de moeder, als toehoorder.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter en haar mening kenbaar gemaakt. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 november 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 18 november 2025.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking de machtiging om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 18 november 2025.

[de minderjarige] woont sinds maart 2025 weer bij haar moeder.

3. De verzoeken

Verzoek I – verlenging ondertoezichtstelling

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Vanwege acute onveiligheid is de plaatsing van [de minderjarige] in de accommodatie [accommodatie] vroegtijdig beëindigd en is zij weer bij de moeder gaan wonen. [de minderjarige] heeft een disharmonisch intelligentieprofiel en kampt met ernstige psychische problemen, waaronder suïcidale gedachten en zelfbeschadiging. Er is ook sprake van hechtingsproblematiek. Sinds de thuisplaatsing is er een terugval te zien in haar mentale gezondheid. [de minderjarige] heeft zich gemeld bij de huisarts met de mededeling dat het mentaal niet goed gaat met haar. De jeugdbeschermer merkt dat [de minderjarige] sinds de plaatsing bij de moeder, ook het contact structureel afhoudt en defensief reageert; ze is voortdurend boos en vijandig. Door het ontbreken van contact is er geen zicht meer op haar huidige mentale toestand. [de minderjarige] is aangemeld voor een GGZ-traject, maar er wordt gezien dat [de minderjarige] steeds meer weerstand krijgt tegen hulpverlening. Ook is ze aangemeld voor hulpverlening van een coach, maar zij gaat dit uit de weg. [de minderjarige] heeft haar traumabehandeling weliswaar succesvol afgerond, maar het is belangrijk dat er aandacht blijft voor de hechtingsproblematiek van [de minderjarige] . De moeder heeft het afgelopen jaar een ouder-kindprogramma gevolgd en handvatten gekregen om beter aan te sluiten bij [de minderjarige] . De basale veiligheid is in de thuissituatie bij de moeder op orde, maar [de minderjarige] overstijgt de moeder vaak, vooral in spanningsvolle situaties. [de minderjarige] laat dan sterk zelfbepalend gedrag zien en het lukt de moeder onvoldoende om haar hierin te begrenzen. Vanuit Ambulante Spoed Hulp (ASH) is de inzet van langdurige ambulante hulpverlening geadviseerd om een veilige en stabiele leefomgeving te creëren en de opvoedrol van de moeder te versterken.. Door het weigeren van hulpverlening en het verbreken van contact met hulpverleners, blijft de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] onverminderd aanwezig.

Verzoek II – vervanging van de gecertificeerde instelling

De moeder heeft ter zitting een zelfstandig verzoek ingediend en verzocht om de gecertificeerde instelling te vervangen door de Stichting Jeugdbescherming west. De moeder en [de minderjarige] hebben het vertrouwen in de gecertificeerde instelling en de huidige jeugdbeschermer verloren. De huidige jeugdbeschermer is volgens [de minderjarige] en de moeder moeilijk bereikbaar, nauwelijks betrokken en zet geen hulpverlening in. Ook niet praktisch is, is dat de gecertificeerde instelling is gevestigd buiten de regio. De moeder en [de minderjarige] willen graag een nieuwe start maken met de ondersteuning vanuit Stichting Jeugdbescherming west.

4. De standpunten

Door de moeder is ingestemd met verlenging van de ondertoezichtstelling , maar zij heeft benadrukt dat deze op een andere manier zal moeten worden uitgevoerd. De huidige jeugdbeschermer is moeilijk bereikbaar en weigert de benodigde hulpverlening in te zetten, aldus de moeder. Ook is de houding van de jeugdbeschermer naar zowel de moeder als [de minderjarige] niet prettig. De jeugdbeschermer dreigt en gebruikt ongepaste taal. De moeder benadrukt dat het van belang is dat er hulpverlening wordt ingezet. Een coach zou goed zijn voor [de minderjarige] . De moeder zou het daarnaast fijn vinden als er iemand voor haar komt bij wie ze terecht kan met vragen en bij wie zij haar verhaal kwijt kan.

De gecertificeerde instelling heeft zich ter zitting niet uitgelaten over het zelfstandige verzoek van de moeder.

5. De beoordeling

Verzoek I – verlenging ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . [de minderjarige] verblijft sinds maart 2025 weer bij de moeder vanwege acute zorgen over haar veiligheid op de plek bij WHNA waar zij verbleef. Het lijkt momenteel goed te gaan in de thuissituatie. [de minderjarige] gaat naar het Flexcollege en wil, als zij dit traject met goed gevolg afrondt, graag gaan starten met een MBO-opleiding op horecagebied. De moeder heeft een hulpverleningstraject gevolgd om beter bij de opvoedbehoeften van [de minderjarige] aan te kunnen sluiten. [de minderjarige] heeft traumabehandeling gevolgd en geleerd om te gaan met de beperkingen van de moeder. Er zijn echter nog steeds zorgen over de mentale gezondheid van [de minderjarige] en gezien wordt dat het gedrag van [de minderjarige] de moeder, met name in spanningsvolle situaties, kan overstijgen en sturing en begrenzing van de moeder dan niet altijd lukt. Betrokken hulpverlenende instanties hebben daarom geadviseerd verdere hulpverlening in te zetten. Door de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat zij graag hulpverlening wil. Ook [de minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek aangegeven graag een coach te willen. Deze uitdrukkelijke wensen staan echter haaks op hetgeen de gecertificeerde instelling naar voren heeft gebracht, namelijk dat de moeder en [de minderjarige] niet openstaan voor hulpverlening. Een overdracht naar het vrijwillig kader om op die manier de zorgen weg te nemen, is op dit moment dan ook nog niet wenselijk. De kinderrechter merkt op dat het haar duidelijk is geworden dat [de minderjarige] en de moeder het vertrouwen in de betrokken jeugdbeschermer hebben verloren. De uitvoering van de ondertoezichtstelling, en meer in het bijzonder de inzet van de door alle betrokkenen gewenste hulpverlening, wordt hierdoor belemmerd. Het lijkt de kinderrechter daarom raadzaam dat wordt bezien of er een andere jeugdbeschermer aan het gezin kan worden gekoppeld of, als dit niet tot de mogelijkheden behoort, er pogingen kunnen worden ondernomen om het weggevallen vertrouwen te herstellen, zodat opnieuw kan worden bekeken of de noodzakelijke geachte (verdere) hulpverlening aansluit op de wensen van [de minderjarige] en de moeder op dit vlak. De kinderrechter wijst [de minderjarige] en de moeder er op dat zij in het herstel van vertrouwen ook een rol te vervullen hebben.

Gelet op de prille positieve ontwikkelingen in het gezin en het zelfstandige verzoek van de moeder (zie hierna), ziet de kinderrechter aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden, te weten tot 18 mei 2026, en de behandeling van het verzoek voor het overige aan te houden.

De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk twee weken voor de nog nader te bepalen zitting aan de rechtbank en de belanghebbende een schriftelijke update te sturen met daarin informatie over het verdere verloop van de ondertoezichtstelling.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Verzoek II – vervanging van de gecertificeerde instelling

Op grond van artikel 1:259 BW kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft op verzoek van een met het gezag belaste ouder vervangen door een andere gecertificeerde instelling.

Naar oordeel van de kinderrechter kan zij op dit moment nog niet beslissen op het verzoek van de moeder met deze strekking. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

De moeder heeft op dit moment nog niet voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van dit verzoek. Zo moet het verzoek onder meer op schrift zijn gesteld, hetgeen nu niet het geval is, en is een bereidheidsverklaring van de beoogde gecertificeerde instelling noodzakelijk, hetgeen ontbreekt.. De kinderrechter zal de moeder in de gelegenheid stellen om aan de vereisten voor indiening van een verzoek als aan de orde, te voldoen en – indien zij dit wenst – juridisch advies in te winnen. Om die reden is aan het verzoek reeds een zaaknummer gekoppeld en zal de behandeling daarvan tot 15 februari 2026 pro forma worden aangehouden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 18 mei 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 18 mei 2026;

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- de gecertificeerde instelling;

- de moeder;

- [de minderjarige] , voor een kindgesprek;

verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update zoals hierboven genoemd aan de rechtbank en de belanghebbende te doen toekomen;

houdt de beslissing ten aanzien van het verzoek strekkende tot vervanging van de gecertificeerde instelling aan tot 15 februari 2026 pro forma, om de moeder in de gelegenheid te stellen te voldoen aan de (nadere) vereisten die aan de indiening van een dergelijk verzoek worden gesteld.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door mr. J.E. Bierling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 19 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?