ECLI:NL:RBDHA:2025:23724

ECLI:NL:RBDHA:2025:23724, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL25.34205

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer NL25.34205
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 CELEX:32011L0095 EU:32011L0095

Samenvatting

Asiel. Sierra Leone. Referentiekader. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Modified data van overgelegde internetartikelen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Inleiding

In het besluit van 21 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op een zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Aan het einde van deze zitting is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [datum] 2000 en heeft de Sierra Leoonse nationaliteit.

2. Op 10 augustus 2023 heeft eiser asiel aangevraagd in Nederland. Op 8 juli 2025 is hij door verweerder gehoord over zijn asielmotieven. Eiser heeft verklaard dat er op 18 juli 2020 een demonstratie heeft plaatsgevonden in zijn woonplaats [woonplaats] omdat de autoriteiten de generator die de stad van stroom voorzag wilden weghalen. Ook heeft eiser verklaard dat er bij deze demonstratie een politieman om het leven is gekomen. Volgens eiser wordt hij verdacht van betrokkenheid bij de dood van deze politieman omdat zijn kapperszaak in de buurt was van de plek waar de politieman is omgekomen en omdat een jongeman die bij hem werkzaam was bij de protesten aanwezig is geweest. Bij terugkeer naar Sierra Leone vreest eiser daarom te worden gedood door de politie.

3. In het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Dat eiser problemen heeft gekregen met de Sierra Leoonse autoriteiten heeft verweerder niet geloofwaardig geacht, omdat eiser dit onvoldoende met documenten heeft onderbouwd en omdat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser heeft daarom volgens verweerder geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade, zodat hij niet in aanmerking komt voor een asielvergunning.

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat uit de door hem overgelegde foto’s blijkt dat zijn verklaringen geloofwaardig zijn. Wat op de foto’s te zien is komt namelijk overeen met zijn verklaringen en geeft geen blijk van manipulatie. Verweerder betwist niet dat de demonstratie heeft plaatsgevonden, en de enkele omstandigheid dat verweerder geen nieuwsartikel over de dood van de politieman kan vinden betekent nog niet dat dit niet is gebeurd. Verweerder heeft niet duidelijk gemaakt welk referentiekader hij heeft gehanteerd. Gelet op de trauma’s die eiser heeft doorgemaakt mag niet van hem worden verlangd dat hij meer had verklaard. Voor zover er nog aanleiding was tot nadere vragen, had verweerder aanvullend moeten horen. Mede gelet op wat algemeen bekend is over de mensenrechtensituatie in Sierra Leone en over de wijze waarop de autoriteiten opereren, had aan eiser een asielvergunning moeten worden verleend.

5. In aanvulling op de beroepsgronden heeft eiser afschriften van twee internetartikelen overgelegd, respectievelijk van ‘The Calabash Newspaper’ en ‘Daybreak Newspaper’. In het laatstgenoemde artikel is een onderzoeksrapport van de politie integraal zichtbaar. Volgens eiser ondersteunen deze artikelen zijn asielrelaas. Eiser heeft tijdens de zitting op 4 december 2025 toegelicht dat hij zich na het bestreden besluit realiseerde dat hij zijn asielaanvraag met stukken moest onderbouwen, dat hij vervolgens aan zijn broer heeft gevraagd om naar stukken op zoek te gaan en dat hij zo aan deze artikelen is gekomen.

6. Verweerder heeft tijdens de zitting van 4 december 2025 op de beroepsgronden gereageerd. Verweerder blijft bij het bestreden besluit. Volgens verweerder is het vreemd dat eiser de internetartikelen nu overlegt, terwijl ze in 2020 zouden zijn opgesteld en eiser eerder niet heeft verklaard over het bestaan van deze artikelen. Bovendien heeft verweerder meegedeeld dat er onderzoek is verricht naar deze artikelen met een IRC-computer. Dit is volgens verweerder een computer waarmee onderzoek kan worden gedaan zonder dat de Sierra Leoonse autoriteiten dit eventueel tot Nederland kunnen herleiden. Uit dit onderzoek is volgens verweerder gebleken dat de artikelen op respectievelijk 3 september 2025 en 3 oktober 2025 zijn geplaatst, dan wel laatstelijk zijn aangepast (verweerder heeft hierbij gesproken van modified data). Dit roept volgens verweerder vragen op. Daarom hecht verweerder geen bewijswaarde aan deze artikelen. Namens eiser is tijdens de zitting het verzoek gedaan om schriftelijk nader hierop te mogen reageren.

De rechtbank oordeelt als volgt.

7. Uit artikel 4 van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) volgt dat een asielrelaas op geloofwaardigheid moet worden beoordeeld. Dit is overgenomen in artikel 31 van de Vw. Hoe verweerder hiermee sinds 1 juli 2024 omgaat is neergelegd in de Werkinstructie 2024/6 ‘Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel)’ van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Onderdeel van deze werkwijze is dat verweerder rekening houdt met het referentiekader van de individuele asielzoeker. Daarmee wordt het geheel van persoonlijke factoren bedoeld dat van invloed is op de wijze waarop diegene in staat is om te verklaren over het asielrelaas. Daarnaast volgt uit deze werkwijze dat bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van een asielrelaas wordt bekeken of het asielrelaas voldoende is onderbouwd met objectieve bewijsstukken, en vervolgens of het asielrelaas geloofwaardig kan worden geacht aan de hand van de in artikel 31, zesde lid, van de Vw genoemde aspecten, waaronder de vraag of de verklaringen van de asielzoeker samenhangend en aannemelijk zijn. Eiser betwist niet dat deze werkwijze in algemene zin rechtmatig is en dat deze in zijn zaak is toegepast.

8. Verweerder heeft niet expliciet uiteengezet van welk referentiekader hij in het geval van eiser is uitgegaan. Dit is echter ook niet verplicht. Eiser heeft anderzijds niet inzichtelijk gemaakt welke aspecten van zijn referentiekader door verweerder niet zijn onderkend of tot een andere beoordeling hadden moeten leiden. Ook heeft eiser niet met medische stukken of anderszins onderbouwd in hoeverre bij hem aanwezige trauma’s een belemmering vormen om goed te verklaren over zijn asielrelaas. Uit het aan verweerder uitgebrachte medische advies over het horen en beslissen in deze zaak van ‘medTadvies’ van 23 januari 2025 volgt niet dat sprake is van dergelijke belemmeringen. Ook de gehoorverslagen geven daartoe geen aanleiding. Eiser kan dan ook niet worden gevolgd in zijn stellingen dat hij aanvullend had moeten worden gehoord en dat het bestreden besluit op dit punt onzorgvuldig is.

9. De tegenwerping van verweerder dat van eiser mag worden verwacht dat hij schermafbeeldingen van een bloggersplatform overlegt aangezien hij daarover heeft verklaard, is in beroep niet bestreden en blijft daarom overeind. Daarnaast kan eiser niet worden gevolgd in zijn stelling dat hij zijn asielrelaas aannemelijk heeft gemaakt met de door hem overgelegde foto’s. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat het tegenstrijdig is dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij bewusteloos was, en anderzijds dat hij deze foto’s zelf heeft genomen. Ook heeft verweerder er terecht op gewezen dat niet objectief kan worden geverifieerd of de op de foto’s zichtbare verwondingen daadwerkelijk verwondingen van eiser zijn, en of de op de foto zichtbare personen daadwerkelijk de personen zijn die eiser zegt dat het zijn. Verweerder heeft zich dus in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat eisers asielrelaas niet voldoende met objectieve documenten is onderbouwd.

10. Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat de verklaringen over zijn asielrelaas niet samenhangend en aannemelijk zijn. Hoewel eiser kan worden gevolgd in zijn stelling dat het enkele ontbreken van een nieuwsartikel over de dood van een politieman tijdens een demonstratie op 18 juli 2020 in [woonplaats] niet betekent dat dit niet heeft plaatsgevonden, heeft verweerder het niet ten onrechte vreemd geacht dat er van deze demonstratie diverse bronnen te vinden zijn die geen van alle melding maken van dit overlijden, terwijl het volgens eiser nu juist de reden is om hem te vervolgen. Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat het niet inzichtelijk is waarom hij met de dood van de politieman in verband wordt gebracht, aangezien de nabijheid van zijn kapperszaak en de omstandigheid dat een personeelslid van zijn kapperszaak bij de demonstratie aanwezig was daartoe niet voldoende is. Ook heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat het vreemd is dat hij na een verblijf van drie tot vier maanden in Kambia zou zijn teruggaan naar [woonplaats] aangezien hij daar zou worden gezocht, en dat het vreemd is dat eiser niet met naam genoemd is in de berichten op een blog over de demonstratie terwijl zijn naam volgens zijn eigen verklaringen wel bekend was. Verweerder heeft hieruit kunnen afleiden dat eisers vrees dat hij wordt gezocht door de autoriteiten slechts gebaseerd is op vermoedens.

11. Op grond van artikel 83, eerste lid, en artikel 83a van de Vw moet de rechtbank rekening houden met de na het bestreden besluit door eiser overgelegde internetartikelen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat hij zich pas na het bestreden besluit zou hebben gerealiseerd dat hij zijn asielaanvraag met stukken moest onderbouwen. Niet alleen kan het als vanzelfsprekend worden beschouwd dat een asielzoeker documenten die zijn asielrelaas kunnen onderbouwen verzamelt en overlegt, het gaat hier volgens eiser om artikelen die sinds 2020 makkelijk op het internet vindbaar zijn zodat niet valt in te zien waarom hij deze niet eerder heeft kunnen overleggen. Daarnaast heeft eiser tijdens zijn aanmeldgehoor van 21 augustus 2023 bevestigd de brochure ‘Voordat uw asielprocedure begint’ te hebben ontvangen. Daarin wordt melding gemaakt van het belang van ondersteunende documenten. Tijdens het nader gehoor op 8 juli 2025 is eiser er nogmaals op gewezen dat documenten van groot belang zijn. Gelet hierop, en op wat hiervoor is overwogen, zou een nadere schriftelijke reactie van eiser op het punt van de modified data niet leiden tot een andere uitkomst. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het onderzoek te heropenen.

12. Eisers verwijzing naar de algemene situatie in Sierra Leone is niet voldoende om aan te nemen dat hij enkel op grond daarvan in aanmerking komt voor een asielvergunning. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verweerder terecht een terugkeerbesluit tegen eiser heeft uitgevaardigd.

13. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand.

14. Er bestaat daarom geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 10 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?