ECLI:NL:RBDHA:2025:23749

ECLI:NL:RBDHA:2025:23749, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, AWB 25 14050

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer AWB 25 14050
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

vovo, griffierecht niet betaald, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend vanwege de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. De griffier van de rechtbank stelt een termijn vast waarbinnen het griffierecht betaald moet worden. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of contant zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Wanneer iemand het griffierecht niet of niet op tijd betaalt, kan de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaren. Een niet-ontvankelijkverklaring van de voorlopige voorziening laat de voorzieningenrechter achterwege als hij het niet (op tijd) betalen van het griffierecht verontschuldigbaar vindt. In dat geval bestaat er namelijk een goede reden waarom iemand het griffierecht niet (op tijd) heeft betaald.

Is er een betalingstermijn gegeven voor het betalen van griffierecht?

3. Met de aangetekende nota griffierecht van 11 juli 2025 heeft de griffier verzoeker gewezen op de verplichting om griffierecht te betalen. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekenen van deze brief het griffierecht te betalen. Daarbij heeft de griffier vermeld dat als het griffierecht niet (binnen de betalingstermijn) wordt betaald, verzoeker het risico loopt dat zijn verzoek om voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk wordt verklaard.

4. In de aangetekende brief van 11 juli 2025 staat het adres van verzoeker. Uit het afleverbewijs van PostNL blijkt dat de brief op 19 juli 2025 is bezorgd aan datzelfde adres. Er is voor ontvangst van de brief getekend.

Heeft verzoeker het griffierecht betaald?

5. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat verzoeker het griffierecht niet heeft voldaan. Verzoeker heeft ook geen reden gegeven waarom hij het griffierecht niet kan betalen aan de rechtbank. De rechtbank vindt het niet betalen van het griffierecht daarom niet verontschuldigbaar.

Conclusie en gevolgen

6. Omdat verzoeker het griffierecht niet heeft betaald en daar geen reden voor heeft gegeven, is het verzoek niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?