[naam]
zich noemende:
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.M.J. van Zantvoort),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. W. van Hoof en mr. J. Visschers).
Inleiding
In het besluit van 27 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op een zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Visschers.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres is geboren op [datum] 1989 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Hoewel zij als man is geboren en officieel [naam] heet, identificeert zij zich als vrouw en noemt zij zich [eiseres] .
2. Op 19 juli 2023 heeft eiseres asiel aangevraagd in Nederland. Op 10 november 2023 en 17 april 2024 is zij door verweerder gehoord over haar asielmotieven. Zij heeft verklaard dat zij in Venezuela werd gediscrimineerd, uitgescholden en mishandeld omdat zij een transvrouw is. Eiseres is eerst werkzaam geweest als kapster. Dit werk is opgehouden en vervolgens was eiseres aangewezen op werk in de prostitutie. Eiseres werd uitgebuit door de drie uitbaters van de tippelzone waarin zij werkte. Toen zij vonden dat eiseres niet genoeg geld voor hen verdiende, is zij vernederd, mishandeld en met de dood bedreigd. Als eiseres zou moeten terugkeren naar Venezuela vreest zij dat zij niet zichzelf kan zijn en dat zij gevaar loopt omdat zij transvrouw is.
3. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Verweerder heeft ook geloofwaardig geacht dat eiseres op mannen valt en zich identificeert als vrouw. Verweerder acht het echter niet geloofwaardig dat eiseres uit Venezuela is gevlucht vanwege problemen die voortvloeien uit haar seksuele identiteit en genderidentiteit, omdat haar verklaringen daarover niet samenhangend en aannemelijk zijn. Hierbij heeft verweerder het standpunt ingenomen dat de door eiseres ondervonden problemen niet zijn voortgekomen uit haar seksuele identiteit en genderidentiteit, maar uit haar werk in de prostitutie. Eiseres heeft daarom volgens verweerder geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade, zodat zij niet in aanmerking komt voor een asielvergunning. Hierbij heeft verweerder overwogen dat transgenders in Venezuela volgens de beschikbare landeninformatie weliswaar worden achtergesteld, maar niet systematisch worden vervolgd. Verweerder heeft tegen eiseres geen terugkeerbesluit uitgevaardigd, omdat hij haar voorlopig uitstel van vertrek om medische redenen heeft verleend tot 18 maart 2026.
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat verweerder onvoldoende heeft meegewogen dat transgenders in Venezuela zijn aangeduid als een risicoprofiel. Verweerder heeft niet onderkend dat zij ten gevolge van haar transgenderidentiteit werd gedwongen om in de prostitutie te gaan werken. Dit volgt ook uit de overgelegde landeninformatie. Verweerder heeft deze informatie ten onrechte terzijde geschoven door te stellen dat deze niet over de persoonlijke situatie van eiseres gaat. Uit deze informatie blijkt dat transgenders in Venezuela gevaar lopen en een slechte maatschappelijke positie hebben. Verweerder heeft ten onrechte niet beoordeeld of de transseksualiteit van eiseres en de noodzaak om in de prostitutie te werken leidt tot een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarbij is er ten onrechte geen rekening mee gehouden dat eiseres eerder is mishandeld. Hierbij is van belang dat de transgenderidentiteit voor eiseres belangrijk is en zij als zodanig wil blijven uiten. Ten slotte leidt terugkeer vanuit Europa in Venezuela tot het vermoeden dat je geld hebt, waardoor eiseres door de autoriteiten zal worden opgesloten.
5. Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit juist is. Eiseres heeft niet persoonlijk aannemelijk gemaakt dat zij geen ander werk kon doen dan prostitutie vanwege haar transgenderidentiteit. Het behoren tot een risicoprofiel heeft alleen een signaalfunctie voor de beslismedewerker, maar betekent geen wijziging in de bewijslast. Hoewel uit de door eiseres overgelegde landeninformatie volgt dat het voor transpersonen moeilijk is in Venezuela, is niet gebleken van een hoge mate van geweld, gebrek aan bescherming of het structureel onthouden van zorg.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Het ligt op de weg van de asielzoeker om alle elementen ter staving van het asielverzoek (zo spoedig mogelijk) in te dienen. Verweerder heeft vervolgens tot taak om deze elementen in samenwerking met de asielzoeker te beoordelen. Indien de asielzoeker het relaas niet met documenten kan onderbouwen, moet worden beoordeeld of diens verklaringen geloofwaardig kunnen worden geacht. Daarbij moet verweerder onder meer rekening houden met de vraag of de verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn, en met de beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor de asielaanvraag. Dit volgt uit artikel 4 van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) en artikel 31 van de Vw, in het bijzonder het zesde lid, aanhef en onder c.
7. Dit heeft verweerder in deze zaak onvoldoende gedaan. Verweerder heeft zich bij het ongeloofwaardig achten van de door eiseres gestelde problemen namelijk beperkt tot het standpunt dat deze problemen volgens de verklaringen van eiseres voortkomen uit haar werk in de prostitutie en niet uit haar seksuele identiteit en genderidentiteit. Hierbij heeft verweerder ten onrechte niet onderkend dat eiseres heeft verklaard dat zij nu juist vanwege haar seksuele identiteit en genderidentiteit werd gedwongen om in de prostitutie te gaan werken. Ook heeft verweerder niet onderkend dat dit wordt ondersteund door de beschikbare landeninformatie.
8. Eiseres heeft tijdens de gehoren van 10 november 2023 en 17 april 2024, en tijdens de zitting van 4 december 2025, verklaard dat zij via een vriendin in een kapsalon kon gaan werken, dat deze kapsalon ophield te bestaan omdat de eigenares het land had verlaten, en dat het haar niet lukte om een nieuwe baan als kapster te vinden omdat zij overal werd geweigerd vanwege haar transgenderidentiteit. Ook heeft eiseres verklaard dat zij als kapster aan huis niet genoeg inkomen kon genereren, dat zij met dat werk bovendien het risico liep om te worden beroofd, en dat het werk in de prostitutie de enige manier was om haar hoofd boven water te houden. Geen van deze verklaringen is door verweerder ongeloofwaardig geacht, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan.
9. Daarbij komt dat uit de door eiseres aangehaalde landeninformatie volgt dat transgenders in Venezuela nauwelijks werk kunnen vinden, aangewezen zijn op informeel, laagbetaald werk en alleen door in de prostitutie te werken kunnen voorzien in hun levensonderhoud. Hierbij wijst de rechtbank met name op het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Venezuela van 11 juni 2020, en het rapport ‘Venezuela. Seksuele en genderminderheden’ van het Belgische Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) van 12 januari 2024. Dit heeft verweerder ten onrechte niet bij de geloofwaardigheidsbeoordeling betrokken. Verweerder is namelijk ten onrechte uitsluitend in het kader van de zwaarwegendheidsbeoordeling op de landeninformatie ingegaan. Al het voorgaande leidt ertoe dat verweerder met de gegeven motivering de door eiseres gestelde problemen niet ongeloofwaardig heeft mogen achten.
10. Dit brengt verder mee dat verweerder bij de zwaarwegendheidsbeoordeling ten onrechte van een gedeeltelijk ongeloofwaardig asielrelaas is uitgegaan. De rechtbank hecht eraan hierbij op te merken dat verweerder daarnaast bij de zwaarwegendheidsbeoordeling ten onrechte heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2048, aangezien deze niet gaat over transgenders maar over homoseksuelen, welke groep in Venezuela een wezenlijk andere positie heeft.
11. Nu hiermee duidelijk is dat het bestreden besluit geen stand kan houden, komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van de overige beroepsgronden. De rechtbank komt dus ook niet toe aan de vraag of verweerder in voldoende mate heeft onderkend dat transgenders in onderdeel C7/36.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 zijn aangemerkt als een risicoprofiel. Verweerder zal hier in het nieuw te nemen besluit opnieuw aandacht aan moeten besteden. Het komt de rechtbank overigens niet als op voorhand logisch voor dat het aanwijzen van risicoprofielen geen andere functie heeft dan het alert maken van de beslismedewerker, omdat beslismedewerkers bij het beoordelen van alle asielaanvragen alert moeten zijn.
12. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsvereiste van artikel 3:2 en het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit geheel in stand te laten of om op een andere manier zelf in de zaak te voorzien. Het ligt namelijk op de weg van verweerder om alsnog een deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling te verrichten, de beschikbare landeninformatie daarbij te betrekken, en vervolgens een nieuwe en deugdelijke zwaarwegendheidsbeoordeling te verrichten. De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen om opnieuw op de asielaanvraag van eiseres te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
13. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.814, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro) aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan op 10 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.