RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17911
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
Procesverloop
Bij besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke bescherming) per 4 maart 2022 van rechtswege eindigt en heeft verweerder tegen verzoeker een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Verzoeker heeft beroep (NL25.12382) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat er op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. In de uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.12382, heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op: