RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30730
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 16 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Namens eiser is hier desgevraagd schriftelijk op gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Het beroep tegen het bestreden besluit dateert van 10 juli 2025. Op 21 augustus 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 14 augustus 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde heeft in haar reactie medegedeeld dat het laatste contact telefonisch heeft plaatsgevonden op 31 juli 2025. Telefoontjes zijn niet beantwoord en op mails naar eiser wordt niet gereageerd. Ook heeft zij meerdere WhatsApp-berichten gestuurd, maar deze worden door eiser niet ontvangen.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Deze situatie doet zich, gelet op het hiervoor weergegeven bericht van de gemachtigde van eiser, niet voor. Daarom heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 12 december 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.