Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/223906-25
Datum uitspraak: 12 december 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 28 november 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Noort en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.M.J. Nuijten naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1 hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van cocaïne en/of MDMA en/of metamfetamine en/of synthetische cathinonen, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door het voorhanden hebben van: - een hoeveelheid (547 liter) chemicaliën (waaronder ethylacetaat, ligroin/petroleumether, zoutzuur, MEK, aceton) en/of - een hoeveelheid versnijdingsmiddel (tetramisol) en/of - actief kool en/of - een stoffen masker
2 hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te ‘s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten 46 MDMA- pillen aanwezig heeft gehad.
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feiten 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feiten 1 en 2 moet worden vrijgesproken.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Bewijsoverwegingen
Met betrekking tot feit 1
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 15 augustus 2025 heeft de politie in de schuur in de tuin van de woning van de verdachte jerrycans gevuld met verschillende vloeistoffen, een zak met actief kool korrels, een gasmasker met daarop meerdere witte en lichtbruine vlekken en witte brokjes en restanten van een poeder en korrels verspreid over de vloer en op de plank aan de muur aangetroffen. Na onderzoek aan die stoffen bleek het te gaan om 547 liter chemicaliën (waaronder ethylacetaat, zoutzuur, methylethylketon (MEK), hexaan en aceton), vijf kilo actief kool korrels en een hoeveelheid van levamisol, dexamisol en procaïne. Op de rand van het gezichtsstuk van het masker is een DNA-mengprofiel aangetroffen met een match met het DNA van de verdachte.
De stoffen levimasol, deximasol en procaïne zijn versnijdingsmiddelen voor cocaïne en zoutzuur, aceton, ethylacetaat, hexaan en MEK kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging en bewerking van MDMA, metamfetamine, cocaïne en synthetische cathinonen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de in de schuur aangetroffen stoffen (waaronder genoemde versnijdingsmiddelen) en voorwerpen, bestemd moeten zijn geweest voor het bereiden en bewerken van cocaïne, MDMA, metamfetamine en synthetische cathinonen. Naar het oordeel van de rechtbank staat ook vast dat de verdachte deze stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad. De schuur waarin deze stoffen en voorwerpen zijn aangetroffen, bevond zich immers in de tuin van de woning van de verdachte. Hij kon daar vrij over beschikken.
Met betrekking tot de vraag of de verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de spullen die in zijn schuur stonden, bestemd waren voor het bereiden en bewerken van drugs, overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte heeft voor het eerst bij de reclassering en vervolgens ter terechtzitting verklaard dat een bekende hem heeft gevraagd om tegen een beloning van € 1.000,- jerrycans voor hem te bewaren en dat hij niet wist wat er in de jerrycans zat, maar wel een vermoeden had dat er aceton in zat. Verder heeft de verdachte enerzijds verklaard dat hij niets te zoeken had in de schuur, daar nooit kwam, er geen spullen van hem in de schuur lagen en hij niet betrokken was bij het opslaan van de spullen door de bewuste bekende. Anderzijds heeft de verdachte verklaard wel in de schuur te zijn geweest en het masker dat daar op de grond zou hebben gelegen, te hebben opgeraapt, maar kon hij niet vertellen waarom hij in de schuur was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte hiermee een ongeloofwaardige verklaring afgelegd over zijn kennis van de aanwezigheid van de hiervoor genoemde stoffen en voorwerpen in zijn schuur. De rechtbank betrekt hierbij dat zowel op de vloer van de schuur als op de plank waarop het masker met DNA van de verdachte is aangetroffen, restanten wit poeder en beige korrels waren verspreid, die geïdentificeerd werden als tetramisol, een versnijdingsmiddel voor de bewerking van cocaïne. De aanwezigheid van het poeder en de korrels, in combinatie met de tientallen jerrycans gevuld met een zeer grote hoeveelheid chemicaliën (547 liter) en het masker met DNA van de verdachte, maakt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet anders kan dan dat de verdachte moet hebben geweten of op zijn minst ernstige reden moet hebben gehad om te vermoeden dat de spullen bestemd waren voor het bereiden en bewerken van drugs.
Uit het voorgaande volgt dat het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.
Met betrekking tot feit 2
In de slaapkamer in de woning van de verdachte is een gripzakje met daarin 46 MDMA-pillen aangetroffen. Voor het eerst op de zitting heeft de verdachte verklaard dat de aangetroffen pillen niet van hem zijn. Hij zou regelmatig feestjes in zijn woning houden en mogelijk zouden die pillen door anderen kunnen zijn achtergelaten, aldus de verdachte.
De hoeveelheid pillen die in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen, is niet een gebruikershoeveelheid, maar een handelshoeveelheid waarmee een aanzienlijk geldbedrag kan worden verdiend. Gelet hierop en ook gelet op de plaats waar de pillen zijn aangetroffen, acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat de pillen door feestgangers zouden zijn achtergelaten en schuift de rechtbank de verklaring van de verdachte als onaannemelijk terzijde.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de 46 MDMA-pillen opzettelijk in zijn slaapkamer aanwezig heeft gehad en komt zij ook tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1 hij op 15 augustus 2025 te ’s-Gravenhage, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten - het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en - het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, MDMA, metamfetamine en synthetische cathinonen, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, - voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door het voorhanden hebben van: - een hoeveelheid (547 liter) chemicaliën (waaronder ethylacetaat, zoutzuur, MEK, aceton) en - een hoeveelheid versnijdingsmiddel (tetramisol) en - actief kool en - een masker
2 hij op 15 augustus 2025 te ‘s-Gravenhage, opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 46 MDMA- pillen aanwezig heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.
4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feit uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden de voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd met uitzondering van het contactverbod.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een taakstraf bepleit en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het aantal dagen dat de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft in zijn schuur voorwerpen en stoffen, waaronder een aanzienlijke hoeveelheid diverse (vloeibare) chemicaliën (547 liter), bewaard om daarmee harddrugs zoals cocaïne, MDMA en metamfetamine te bereiden en te bewerken. Ook heeft de verdachte een handelshoeveelheid van MDMA/XTC pillen in bezit gehad.
Harddrugs leveren een ernstig gevaar op voor de volksgezondheid, omdat ze verslavend zijn en regelmatig gebruik daarvan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid. De handel in deze verdovende middelen gaat dikwijls gepaard met andere vormen van (gewelddadige) criminaliteit, die de maatschappij veel overlast bezorgen. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de handel in en verspreiding van drugs die voor de samenleving schadelijk zijn. Daarnaast brengt de opslag van een grote hoeveelheid chemicaliën in een woonwijk grote gevaren met zich, waaronder brandgevaar, ontploffingsgevaar en het gevaar voor het vrijkomen van giftige stoffen. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zijn buurtbewoners aan deze gevaren heeft blootgesteld.
Het strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 28 oktober 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.
De persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 25 november 2025, waaruit volgt dat sprake is van een laag tot gemiddeld recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte aan hem op te leggen een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling bij de Waag of een soortgelijke zorgverlener alsmede een behandeling gericht op het middelengebruik bij de forensische polikliniek Fivoor of een soortgelijke instelling als de reclassering op basis van de middelencontrole een indicatie heeft van problematisch middelengebruik, een contactverbod met de medeverdachten, het meewerken aan middelencontrole (alcohol en drugs) en het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke gevallen wordt opgelegd.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De rechtbank acht een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Daaraan zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, met uitzondering van het contactverbod, omdat de rechtbank daarvoor geen aanleiding ziet. De rechtbank acht een langer voorwaardelijk strafdeel dan geëist door de officier van justitie passend om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. De daaraan te stellen bijzondere voorwaarden moeten ervoor zorgen dat een oplossing wordt gevonden voor de problemen die de verdachte op diverse (leef)gebieden heeft om ook zo de kans op recidive terug te dringen.
7. De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
8. De beslissing
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
ten aanzien van feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 10 (TIEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 5 (VIJF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 (twee) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland (RN Advies &Toezichtunit 6 Zuid-West),op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener en zich houdt aan de door die zorgverlener bij de behandeling te geven huisregels en aanwijzingen – waaronder ook kan vallen het innemen van medicijnen als de zorgverlener dat nodig vindt;
- zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van (betaald) werk met een vaste structuur;
geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Dit vonnis is gewezen door
mr. A. Tsjapanova, voorzitter,
mr. B.J. van de Griend, rechter,
mr. C.A.W. Zijlstra, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. Gest, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 december 2025.
Bijlage
De bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit het procesdossier PL1500202575732 in het onderzoek Klause van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag-West, bestaande onder andere uit het voorgeleidingsdossier en het raadkamerdossier, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 214) en het FO-dossier (pagina 1 tot en met 65; hierna: het FO-dossier).
Met betrekking tot feit 1
1. Een proces-verbaal bevindingen van LFO (team Landelijke Faciliteit Ontmantelen), opgemaakt op 15 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 27-30):
Op 15 augustus 2025 hebben wij, verbalisanten , een onderzoek ingesteld in de woning [adres] te Den Haag. Tijdens het ingestelde onderzoek werd ten behoeve van een nader in te stellen analyseonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut monsters veiliggesteld en voorzien van een SIN (Spoor Identificatie Nummer).
In de schuur [werden] jerrycans aangetroffen. Op de vloer van de schuur lagen verspreid restanten wit poeder. Dit poeder werd geïdentificeerd als zijnde tetramisol. Tetramisol is een bekend versnijdingsmiddel voor cocaïne. Links van de ingang van de schuur bevond zich aan de wand een plank. Op deze plank lag een halfgelaatsmasker. Op de plank lagen verder restanten wit en beige korrels, die geïdentificeerd werden als zijnde tetramisol. Het halfgelaatsmasker werd door medewerkers van de afdeling Forensische Opsporing ten behoeve een nader in te stellen onderzoek veiliggesteld. Na onderzoek bleken zich in de jerrycans diverse chemicaliën te bevinden, die te relateren zijn aan de bewerking van cocaïne. Met betrekking tot de exacte omschrijving van alle eventueel aan de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs aangetroffen goederen en eventueel veiliggestelde monsters wordt verwezen naar de onderstaande inventarisatielijst.
Interpretatie LFO
Ethylacetaat en MEK kunnen als algemeen oplosmiddel bij veel drugsprocessen worden gebruikt, met name bij het terugwinnen van cocaïne. Aceton wordt gebruikt bij de bewerking en vervaardiging van onder andere MDMA, metamfetamine, cocaïne en synthetische cathinonen. Zoutzuur wordt gebruikt voor de vervaardiging en bewerking van MDMA, metamfetamine, cocaïne en synthetische cathinonen.
2. Een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende “drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 15 augustus 2025 op de
locatie [adres] te Den Haag, zaaknummer 2025.09.01.062 (aanvraagnummer 003), opgesteld op 15 oktober 2025 door dr. [naam 1] , NFI-deskundige forensisch drugsonderzoek, voor zover inhoudende:
Resultaten
Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat
Conclusie
Aceton, ethylacetaat, hexaan en methylethylketon (MEK, 2-butanon) worden in de
chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kunnen deze stoffen
worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
In relatie tot drugs is (een mengsel van) levamisol en/of dexamisol een
versnijdingsmiddel voor cocaïne. Een 1 op 1 mengsel van beide stoffen is bekend onder de naam tetramisol.
3. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 138-142):
Op 15 augustus 2025, kwamen wij, verbalisanten voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] , [postcode] ’s-Gravenhage. In de schuur zagen wij aan de linkerzijde op de onderste houten plank een halfgelaatsmasker liggen. Ik, verbalisant [verbalisant] , heb goederen veiliggesteld voor een nader onderzoek.
Veiliggestelde sporendragers
SIN : AAQO9210NL
Object : masker
Bijzonderheden : gasmasker in schuur
4. Een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.09.01.062 (aanvraag 002), opgesteld op 24 oktober 2025 door [naam 2] , BASc, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, voor zover inhoudende (FO-dossier, p. 55-58):
Onderstaand materiaal is ontvangen van de politie. SIN: AAQO9210NL, omschrijving: masker (gasmasker in schuur).
Van het gezichtsstuk van het masker is de rand bemonsterd. Deze bemonstering is als AAQ09210NL#01 veiliggesteld en onderworpen aan een DNA-onderzoek.
In onderstaande tabel staat van wie het DNA-profiel is betrokken bij het onderzoek binnen deze zaak.
In onderstaande tabel staat het resultaat van het vergelijkend DNA-onderzoek. In deze tabel is ook het resultaat van de berekende bewijskracht vermeld.
5. Een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.09.01.062, aanvraagnummer 02, op 16 oktober 2025 opgesteld door dr. [naam 3] , NFI-deskundige forensisch drugsonderzoek, voor zover inhoudende (FO-dossier, p. 59-65):
Onderzoek
Het onderzoeksmateriaal [AAQO9210NL] bestond uit een halfgelaatsmasker met daarop witte en lichtbruine vlekken en witte brokjes. Hiervan werd een lichtbruine vlek (monster A) op het - van de voorkant bekeken - linker neusgedeelte en een witte vlek op beide gasfilters (monster B) afgenomen met een met methanol bevochtigd wattenpropje. Daarnaast werden witte brokjes uit de binnenzijde bemonsterd (monster C).
Tabel onderzoeksmateriaal en resultaat
Conclusie In de bemonsteringen van het onderzoeksmateriaal zijn (een mengsel van)levamisol en/of dexamisol en een kleine hoeveelheid procaïne aangetoond. In relatie tot drugs zijn (een mengsel van) levamisol en/of dexamisol en procaïneversnijdingsmiddelen voor cocaïne. Een 1 op 1 mengsel van levamisol en dexamisol is bekend onder de naam tetramisol.
Met betrekking tot feiten 1 en 2
6. Een proces-verbaal van doorzoeking, opgemaakt op 15 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 46-48):
Op 15 augustus 2025 werd de doorzoeking van de woning [adres] in Den Haag geopend.Aantreffen relevante goederen:
In schuur 1 onder andere:- 402 liter ethylacetaat- 20 liter zoutzuur- actief kool
In slaapkamer 1 onder andere:- meerdere pillen XTC.
Met betrekking tot feit 2 voorts
7. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 58-59):
Op 17 augustus 2025 werd mij, verbalisant, een hoeveelheid vermoedelijke drugs aangeboden met het verzoek deze indicatief te testen. De goederen waren aangetroffen in een woning aan de [adres] Den Haag. Ik zag:• Goednummer 2025275732-3372685Een gripzakje met daarin 46 diamantvormige roze kleurige tablettenmet het Punisher logo met een totaal gewicht van 23 gram. Vervolgens heb ik het materiaal op de mogelijke aanwezigheid van verdovende middelen getest met gebruik van de "TRUNARC". Het resultaat gaf aan dat de tabletten MDMA bevatten.
8. Een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.11.26.093 (aanvraagnummer 001), op 26 november 2025 opgesteld door ing. [naam 4] , NFI-deskundige forensische drugsonderzoek, voor zover inhoudende (pagina 1 van 1):
Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie
MDMA is vermeld op lijst I van de Opiumwet.