Scheiding
Beschikking op het op 1 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Koyak te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
Feiten
Verzoek
Het verzoek van de vrouw strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft via een instemmingsverklaring ingestemd met de verzoeken van de vrouw en hij heeft aangegeven dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de rechtbank zonder mondelinge behandeling beslist op de verzoeken van de vrouw.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling.
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Huurrecht
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Verdeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek over de afwikkeling van het huwelijksvermogen.
Het huwelijksvermogensregime van partijen wordt op grond van artikel 4 en artikel 7 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 nu beheerst door het Nederlandse recht.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw ten aanzien van de verdeling van de inboedel als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats 1] ( [land] );
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ;
*
bepaalt ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap dat de inboedel toegedeeld wordt aan de vrouw, zonder nadere verrekening;
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.