Verdeling van zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 20 juli 2021 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Polat te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 19 september 2023 van deze rechtbank is een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de vader en [minderjarige] . Daarnaast is aan de moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven op een Montessori basisschool dan wel een openbare (niet op een hindoestaanse grondslag gestoelde) basisschool. Partijen zijn verder verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap. In afwachting van de resultaten van dit traject is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden.
Partijen hebben nadien de omgangsregeling gewijzigd. Deze is nu feitelijk als volgt.
[minderjarige] verblijft voorlopig bij de vader:
In de even weken: - dinsdag uit de naschoolse opvang tot woensdag naar de voorschoolse opvang
- vrijdagmiddag tot maandagochtend
In de oneven weken: dinsdag uit de naschoolse opvang tot donderdag naar de voorschoolse opvang.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het eindverslag van Jeugdformaat van 4 september 2025;
- het F9-formulier van 4 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 13 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
Op 17 oktober 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen en beslist.
Eindverslag Ouderschap Blijft
De ouders zijn in april 2024 gestart met het traject Ouderschap Blijft bij Jeugdformaat, met als doel de onderlinge samenwerking en communicatie rondom zoon [minderjarige] te verbeteren. Het traject werd gekenmerkt door aanhoudende spanningen tussen ouders, vooral over de communicatie en dagelijkse zorg voor [minderjarige] . Er zijn 18 gesprekken gevoerd die doorgaans moeizaam verliepen en regelmatig tot misverstanden en discussies tussen de ouders hebben geleid. De ouders reageren op elkaar vanuit hun eigen standpunt en emotie in plaats van samen te kijken wat goed is voor [minderjarige] . Door de kwetsbaarheid van de ouders en de voortdurende strijd tussen hen was het niet mogelijk om dieper in te gaan op de onderliggende relatieproblemen en is het niet gelukt om duurzame veranderingen in de samenwerking of een zorgregeling tot stand te brengen. Volgens Jeugdformaat blijft ondersteuning op de gebieden van opvoeding en communicatie dan ook noodzakelijk om een stabiele en veilige situatie voor [minderjarige] te kunnen waarborgen. Uit het verslag blijkt dat Jeugdformaat zorgen heeft over de emotionele ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . Deze zorgen zien op het risico dat de aanhoudende strijd tussen de ouders op de lange termijn het gevoel van veiligheid van [minderjarige] zal beïnvloeden, hetgeen gevolgen kan hebben voor zijn emotionele ontwikkeling. De behandelaar van Jeugdformaat heeft daarom advies ingewonnen bij Veilig Thuis, op basis waarvan Jeugdformaat de ouders adviseert zich individueel aan te melden bij de gemeente voor ondersteuning via de Wmo door bijvoorbeeld Gemiva of Middin. Tot slot acht Jeugdformaat het wenselijk dat er door middel van een uitspraak van de rechtbank duidelijkheid komt over de volgende onderwerpen:
Gewijzigde verzoeken zorgregeling na afronding Ouderschap Blijft
Beide ouders hebben schriftelijk gereageerd op het eindverslag en hun verzoeken naar aanleiding daarvan gewijzigd en op de zitting toegelicht. De vader verzoekt een zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] in de even weken bij de vader zal verblijven en de oneven weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment op maandag zal zijn. Ter onderbouwing hiervan voert de vader aan dat er inmiddels duidelijkheid is over de schoolgang van [minderjarige] en dat hij naar een school gaat die gelegen is tussen de woonplaatsen van de ouders. Er is dagelijks voor- en buitenschoolse opvang voor [minderjarige] . De vader stelt dat [minderjarige] sinds de vaststelling van de voorlopige zorgregeling bij beschikking van 19 september 2023 gewend is om ongeveer evenveel tijd bij de vader en de moeder door te brengen. Volgens de vader zal een ‘week op/week af’-regeling rustiger en overzichtelijker zijn voor [minderjarige] , omdat er minder wisselmomenten zullen zijn. Tot slot stelt de vader een verdeling van vakanties en feestdagen voor.
De moeder meent dat het in het belang van [minderjarige] is om zo min mogelijk te veranderen aan de feitelijke voorlopige zorgregeling, omdat hij daar nu aan is gewend. Wel zorgt het contactmoment met de vader van dinsdagmiddag tot woensdagochtend in de even weken volgens de moeder voor onrust en daarom verzoekt zij dit contactmoment te schrappen en de feitelijke voorlopige zorgregeling voor het overige definitief vast te leggen. Ook de moeder doet een voorstel voor wat betreft de verdeling van vakanties en feestdagen. Tot slot verzoekt de moeder de rechtbank om binnen het kader van de gezamenlijke gezagsuitoefening te bepalen dat, zolang tussen partijen geen overeenstemming bestaat, de moeder tijdelijk bevoegd is om de praktische gezagsbeslissingen aangaande school, medische afspraken en vervoer zelfstandig te nemen en uit te voeren.
Zorgregeling
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat beide ouders de huidige regeling onrustig vinden en dat beide ouders opmerken dat [minderjarige] na een wisselmoment tijd nodig heeft om te landen. Allebei willen zij een regeling die zorgt voor rust en stabiliteit voor [minderjarige] . Uit het verzoek van de moeder en hetgeen zij daaromtrent in de stukken en op de zitting naar voren heeft gebracht, begrijpt de rechtbank dat de moeder op zichzelf geen bezwaar heeft tegen een regeling waarbij [minderjarige] een week lang bij een ouder verblijft. Volgens haar eigen verzoek zou [minderjarige] immers van donderdag in de oneven weken tot vrijdag in de even weken bij haar verblijven. Bovendien zou [minderjarige] in haar verzoek ook tijdens vakanties een week bij de vader kunnen verblijven. Het lijkt er dan ook op dat het bezwaar van de moeder tegen het verzoek van de vader vooral ziet op het feit dat [minderjarige] het hele jaar door om de week een week lang bij de vader zou zijn. Ook voert de moeder aan dat de lange dagen die [minderjarige] zou maken in de week dat hij bij de vader is, omdat hij dan elke dag naar de voor- en naschoolse opvang gaat, te belastend voor hem zouden zijn. Op de zitting heeft de Raad aangegeven geen bezwaren te zien tegen een ‘week op/week af’-regeling, met daarbij de kanttekening dat de ouders [minderjarige] niet moeten belasten met hun eigen emoties daaromtrent.
Net als de ouders is de rechtbank van oordeel dat de huidige zorgregeling onrustig is en veel wisselmomenten kent. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat er duidelijkheid en rust wordt gecreëerd rondom de zorgregeling, ook met het oog op het advies van Jeugdformaat. Het is de rechtbank niet gebleken dat het niet mogelijk of niet in het belang van [minderjarige] is om de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader te verblijven. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader in zoverre toewijzen en bepalen dat [minderjarige] voortaan steeds afwisselend een week bij de vader (even weken) en een week bij de moeder (oneven weken) zal verblijven, waarbij het wisselmoment op maandag via school plaatsvindt. Dat houdt in dat de ouder bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft, hem op maandagochtend naar school of de voorschoolse opvang zal brengen. De andere ouder zal [minderjarige] ophalen uit school of de buitenschoolse opvang. In het geval er geen school is op de maandag en er geen afwijkende regeling geldt vanwege vakanties of feestdagen, geldt dat de ouder bij wie [minderjarige] op maandagochtend verblijft, hem rond de reguliere eindschooltijd naar de andere ouder brengt. Indien ouders dit wensen, staat het hen vrij om in onderling overleg af te spreken dat er één keer in de week een videobelcontact zal zijn met de ouder waar [minderjarige] op dat moment niet bij verblijft.
Het voorgaande brengt mee dat de ouders elkaar in principe niet zullen zien op de wisseldag, net zoals de afgelopen tijd het geval is geweest. In het bezwaar van de moeder dat er hierdoor geen contact zal zijn tussen de ouders op het wisselmoment, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om het wisselmoment niet op deze wijze te laten verlopen. Niet is gebleken dat het ontbreken van contactmomenten tussen de ouders bij het wisselmoment in de afgelopen periode tot problemen heeft geleid. Ook vindt de moeder het bezwaarlijk dat zij bij een ‘week op/week af’-regeling een week lang geen contact zal hebben met de leerkracht van [minderjarige] . De rechtbank merkt in dit verband op dat de zorgregeling losstaat van de mogelijkheid van de moeder om contact op te nemen met de leerkracht van [minderjarige] over school-gerelateerde onderwerpen als zij daartoe aanleiding ziet, derhalve ook in de week dat [minderjarige] bij de vader verblijft.
Een ander punt dat door de moeder in de stukken en tijdens de zitting naar voren is gebracht in het kader van de zorgregeling, betreft de kinderalimentatie. De moeder stelt zich op het standpunt dat het ook onwenselijk zou zijn om de zorgregeling te wijzigen, omdat de huidige kinderalimentatie op basis daarvan is bepaald. Een wijziging van de zorgregeling zal, naar haar verwachting, leiden tot nieuwe procedures over kinderalimentatie en dit acht zij in strijd met het belang van [minderjarige] . De rechtbank overweegt dat de voortdurende strijd tussen de ouders en de procedures die daaruit voortvloeien, niet in het belang van [minderjarige] zijn. Op de zitting is hierover gesproken met de ouders. De ouders hebben afgesproken niet te zullen gaan procederen over de hoogte van de kinderalimentatie en andere financiële verplichtingen rondom de kinderen naar aanleiding van een wijziging van de zorgregeling op de wijze die een van de partijen in deze procedure verzoekt, indien de rechtbank daartoe beslist. Nu dat het geval is, verwacht de rechtbank dat de ouders zich aan deze afspraak zullen houden.
Vakantie- en feestdagenregeling
Beide ouders hebben een voorstel gedaan voor de verdeling van vakanties en feestdagen. De rechtbank constateert dat de voorstellen voor een deel overeenkomen en dat beide ouders lijken uit te gaan van een verdeling bij helfte. De rechtbank zal dit uitgangspunt dan ook volgen in de te bepalen verdeling van vakanties en feestdagen, welke als schema is opgenomen in het dictum van deze beschikking.
De ouders verschillen van mening over wanneer de schoolvakanties zouden moeten aanvangen, althans het moment waarop [minderjarige] zal ‘wisselen’ van de ene naar de andere ouder als de ouder bij wie [minderjarige] de schoolvakantie doorbrengt, niet de ouder is bij wie hij verblijft op het moment dat die schoolvakantie begint. De moeder stelt voor om dit op zaterdag om 12.00 uur plaats te laten vinden, zodat er tijd is voor een rustig afscheidsmoment, [minderjarige] niet ineens door een andere ouder wordt opgehaald dan de ouder die hem naar school heeft gebracht en er een contactmoment tussen ouders is. De vader stelt voor dat de ouder bij wie [minderjarige] de schoolvakantie zal doorbrengen, hem op de laatste schooldag voor de schoolvakantie (doorgaans vrijdag) uit school zal halen, zodat de manier waarop het wisselmoment is ingericht, niet afwijkt van de reguliere wisseldagen. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat er duidelijkheid wordt gecreëerd rondom de zorgregeling en de wisselmomenten die daaraan inherent zijn en ziet daarin reden om, voor wat de vakanties en feestdagen betreft, zo min mogelijk af te wijken van de reguliere wijze waarop de wisselmomenten plaatsvinden. Dat betekent dat de wisselmomenten aan het begin van schoolvakanties plaatsvinden via school, waarbij de ouder bij wie [minderjarige] de schoolvakantie zal doorbrengen, hem op de laatste schooldag voor die vakantie zal ophalen uit school.
Als de schoolvakantie een week duurt, zal de ouder bij wie [minderjarige] de schoolvakantie doorbrengt hem weer naar school brengen op de maandag na de schoolvakantie, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat. Als dit ertoe zou leiden dat [minderjarige] dan met een ouder drie weken geen contact heeft, dan eindigt de schoolvakantie op zaterdag na het ontbijt (rond 10:00 uur). De ouder waar [minderjarige] zaterdag is, brengt hem dan bij de ander. Op maandag wordt [minderjarige] door de ouder waar hij dan op zondag is geweest, weer naar school gebracht. Daarna wordt de reguliere regeling hervat. Als een vakantie langer dan een week duurt en volgens het schema tussen de ouders wordt verdeeld (kerst-, mei- en zomervakantie), vindt het wisselmoment tijdens de vakantie plaats op zaterdag voor het eten (rond 17.00 uur), waarbij de ouder bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft hem naar de andere ouder brengt. De ouder bij wie [minderjarige] de laatste week van de schoolvakantie verblijft, brengt hem op de maandag na de schoolvakantie weer naar school, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat.
Ten aanzien van de feestdagen oordeelt de rechtbank als volgt. De ouders zijn het erover eens dat Sinterklaas aanvangt op 4 december om 18.00 uur en duurt tot 6 december om 8:45 uur, waarna de reguliere regeling zal worden hervat. De rechtbank zal dienovereenkomstig bepalen. Voor wat de overige feestdagen betreft, voor zover die één dag omvatten, oordeelt de rechtbank dat de feestdag van start gaat om 18.00 uur op de avond voor de feestdag en eindigt om 18.00 uur op de feestdag. Alleen voor Moederdag en Vaderdag geldt dat de feestdag eindigt op de maandag na de feestdag, wanneer de ouder bij wie [minderjarige] Moeder- of Vaderdag heeft doorgebracht, hem op maandagochtend naar school brengt en waarna de reguliere zorgregeling zal worden hervat. In geval van de dubbele Feestdagen Pasen en Pinksteren geldt dat de feestdagen eindigen op de dinsdag na de feestdagen, wanneer de ouder bij wie [minderjarige] Pasen of Pinksteren heeft doorgebracht, hem op dinsdagochtend naar school brengt en waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat. Ook voor de feestdagen geldt dat de ouder bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft, [minderjarige] naar de ouder brengt bij wie hij de feestdag volgens de regeling zal doorbrengen.
Gezagsuitoefening
Naar de rechtbank begrijpt baseert de moeder haar verzoek om te bepalen dat zij, binnen het kader van de gezamenlijke gezagsuitoefening, tijdelijk bevoegd is om de praktische gezagsbeslissingen aangaande school, medische afspraken en vervoer zelfstandig te nemen en uit te voeren, op het advies van Jeugdformaat dat er via een uitspraak van de rechtbank duidelijkheid moet komen over “andere praktische regelingen”. De rechtbank begrijpt dit advies echter niet als een advies om de moeder ten aanzien van bepaalde onderwerpen feitelijk het eenhoofdig gezag toe te kennen en is bovendien van oordeel dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor een dergelijk verzoek. Daarom zal de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek.
In dit verband merkt de rechtbank nog het volgende op. De rechtbank leest het advies van Jeugdformaat om tot duidelijke afspraken over andere praktische regelingen te komen, in samenhang met het advies aan de ouders om zich individueel aan te melden voor ondersteuning via de Wmo op het gebied van communicatie en opvoedondersteuning. Op de zitting is gebleken dat ouders zich hiervoor nog niet hebben aangemeld. De moeder heeft gewacht op de vader omdat zij dit samen met de vader wilde doen. De vader heeft aangegeven dat hij nog geen opvolging heeft gegeven aan het advies omdat hij al enige tijd naar tevredenheid wordt ondersteund door een praktijkondersteuner van de huisarts. De rechtbank overweegt dat er, ondanks deze ondersteuning aan de zijde van de vader, in de huidige situatie nog altijd sprake is van aanhoudende spanningen tussen de ouders alsook verschillen in de manier waarop zij naar de opvoeding van [minderjarige] kijken. De rechtbank acht het – net als Jeugdformaat en de Raad – van groot belang dat beide ouders individueel persoonlijke hulpverlening inschakelen zoals Jeugdformaat heeft geadviseerd. Dit is op de zitting met de ouders besproken en de rechtbank verwacht dan ook dat de ouders zich ieder individueel aanmelden voor hulpverlening via de Wmo. De rechtbank verwacht dat het inschakelen van dergelijke hulpverlening behulpzaam zal zijn in het verbeteren van de huidige situatie en hoopt dat het de ouders in staat zal stellen om in het belang van (de emotionele veiligheid van) [minderjarige] te werken aan duurzame verbetering van hun communicatie en het samen nemen van de belangrijke beslissingen die [minderjarige] aangaan.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 19 september 2023 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] , bij ieder van de ouders zal zijn:
reguliere zorgregeling:
op basis van een ‘week-op-week-af’ regeling, waarbij [minderjarige] in de oneven weken van maandag uit school tot de maandag daarop naar school bij de vader verblijft en in de even weken van maandag uit school tot de maandag daarop naar school bij de moeder verblijft;
vakanties en feestdagen:
volgens het navolgende schema, waarbij de volgende uitgangspunten gelden:
o Voor Sinterklaas geldt dat de feestdag aanvangt op 4 december om 18.00 uur en eindigt op 6 december om 8.45 uur;
o Voor Pasen en Pinksteren geldt dat de feestdagen eindigen op de dinsdag na de feestdagen, wanneer de ouder bij wie [minderjarige] Pasen of Pinksteren heeft doorgebracht, hem op dinsdagochtend naar school brengt en waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat;
o Voor Moederdag en Vaderdag geldt dat de feestdag eindigt op de maandag na de feestdag, waarbij de ouder bij wie [minderjarige] Moeder- of Vaderdag heeft doorgebracht, hem op maandagochtend naar school brengt en waarna de reguliere zorgregeling zal worden hervat;
- De ouder bij wie [minderjarige] verblijft, brengt hem steeds naar de ouder bij wie [minderjarige] de feestdag zal doorbrengen. De ouder bij wie [minderjarige] de feestdag doorbrengt, brengt [minderjarige] terug naar de andere ouder indien [minderjarige] volgens de regeling na de feestdag bij die andere ouder verblijft.
en verklaart deze verdeling van zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het anders of meer verzochte.