ECLI:NL:RBDHA:2025:23964

ECLI:NL:RBDHA:2025:23964, Rechtbank Den Haag, 02-09-2025, 23/7221

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 23/7221
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep n.a.v. afwijzing verzoek om handhaving kozijn en rookgasafvoer; beroep ongegrond; gewijzigd bouwwerk vergunningvrij o.g.v. artikel 3 onder 8 van bijlage II bij het Bor; terecht aangenomen dat kozijn voldoet aan brandwerendheidseisen uit Bouwbesluit; besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid t.a.v. rookgasafvoer, maar gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd; geen overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen

Vereniging [eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres

het college van Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/7221

(gemachtigde: [naam 1])

en

(gemachtigde: [naam 2]).

1. Deze uitspraak gaat over een verzoek om handhaving. Eiseres heeft het college verzocht handhavend op te treden, omdat de buurman van eiseres (de vergunninghouder) volgens eiseres afwijkend van de bouwtekeningen bij een omgevingsvergunning en in strijd met het Bouwbesluit 2012 heeft gebouwd door een kozijn en een rookgasafvoer te realiseren. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat volgens het college geen sprake is van een overtreding. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het handhavingsverzoek mocht afwijzen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen, omdat geen sprake is van een overtreding. Voor de uitgevoerde werkzaamheden is geen omgevingsvergunning vereist en het kozijn en de rookgasafvoer voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. De rechtbank kent wel een vergoeding van het griffierecht toe, omdat het college de afwijzing van het handhavingsverzoek beter had moeten motiveren en de afwijzing niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De rechtbank zal beoordelen of het college terecht heeft aangenomen dat handhavend optreden niet mogelijk is omdat geen sprake is van een overtreding. Daarbij zal worden beoordeeld of de uitgevoerde bouwwerkzaamheden omgevingsvergunningplichtig zijn en of is gehandeld in overeenstemming met het Bouwbesluit 2012.

Procesverloop

2. Op 16 mei 2022 heeft eiseres een handhavingsverzoek ingediend. Het college heeft dat verzoek op 16 februari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 september 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. Op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat het handhavingsverzoek voor die datum is gedaan, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dat volgt uit het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet.

Aanleiding voor het handhavingsverzoek

4. Eiseres is een vereniging van eigenaren van een appartementencomplex. Deze appartementen grenzen haaks aan een ander pand. Op 20 november 2019 is aan de eigenaar van dit pand een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van winkelruimte naar appartementen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt, vanwege een raam dat in de achtergevel op de erfgrens geplaatst zou worden. Na overleg met de vergunninghouder is afgesproken dat in plaats van een raam zogenoemde daklichten zouden worden geplaatst. Eiseres heeft haar bezwaar daarop ingetrokken. Toen bleek dat de daklichten niet gerealiseerd konden worden omdat de eigenaar van het dak daarvoor geen toestemming wilde geven, heeft de vergunninghouder alsnog een raam in de gevel geplaatst. Volgens het college was daarvoor geen wijziging van de vergunning nodig. Eiseres is het daar niet mee eens en heeft het college verzocht handhavend op te treden omdat niet in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning is gebouwd. Eiseres heeft daarbij ook verzocht om handhavend op te treden omdat het raam en een gerealiseerde rookgasafvoer in strijd zijn met het Bouwbesluit 2012. Eiseres vindt dat het raam niet brandwerend is en dat de rookgasafvoer te dicht bij het perceel van eiseres is geplaatst.

Is eiseres ontvankelijk?

5. Het college vindt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar beroep, omdat onduidelijk is of de heer [naam 1] op eigen titel of namens de vereniging van eigenaren procedeert. In het laatste geval is onduidelijk of de voorzitter van de vve bevoegd was om namens deze vereniging beroep in te stellen. Bovendien heeft eiseres volgens het college geen echte beroepsgronden aangevoerd en zien de punten die eiseres in haar beroepschrift benoemt niet op het bestreden besluit.

Daar is de rechtbank het niet mee eens. Uit het beroepschrift blijkt dat dit is ingesteld namens [eiseres] door de heer [naam 1], in zijn hoedanigheid van voorzitter van de vve. Daarmee is duidelijk dat het beroep is ingesteld door de vve. Daarnaast blijkt uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht van de eigenaren van Oeverzicht dat de heer [naam 1] bevoegd is om namens de vve te procederen. Ook zijn duidelijke beroepsgronden aangevoerd. Dat betekent dat het beroepschrift voldoet aan de eisen die artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hieraan stelt en dat eiseres bevoegdelijk wordt vertegenwoordigd in deze procedure. Eiseres is dus ontvankelijk.

Was voor de wijzigingen een vergunning nodig?

6. Eiseres vindt dat de bouwkundige wijzigingen ten opzichte van de bouwtekeningen bij de verleende omgevingsvergunning niet zijn toegestaan zonder nieuwe omgevingsvergunning. Eiseres vindt dat het college daarom handhavend had moeten optreden.

Het college vindt dat het plaatsen van het raam en de rookgasafvoer vergunningvrije wijzigingen van het pand zijn. Dit omdat de wijzigingen geen veranderingen aanbrengen in de draagconstructie en de brandcompartimentering en de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume niet uitbreiden. Dat deze wijzigingen niet in overeenstemming zijn met de verleende omgevingsvergunning, is volgens het college daarom niet relevant.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Het staat vast dat het raam en de rookgasafvoer op een andere plek zijn geplaatst dan in de bouwtekeningen bij de omgevingsvergunning staat. De vergunninghouder heeft daarom gebouwd in afwijking van de omgevingsvergunning, wat in principe niet is toegestaan. Als voor de betreffende bouwactiviteit geen vergunning nodig is, is het echter toegestaan om van de omgevingsvergunning af te wijken. Dat is hier het geval. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) staat dat – onder de daar genoemde voorwaarden – geen omgevingsvergunning is vereist voor een kozijn in de achtergevel. Het plaatsen van het kozijn is daarom in dit geval vergunningvrij. Ook het plaatsen van de rookgasafvoer is vergunningvrij. In het Bor is bepaald dat geen omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk nodig is voor een verandering van een bouwwerk, zolang de draagconstructie en de brandcompartimentering daardoor niet wijzigen en de verandering de bouwoppervlakte en het bouwvolume niet uitbreidt. Bij het plaatsen van de rookgasafvoer is aan deze voorwaarden voldaan. Een omgevingsvergunning voor het plaatsen van het kozijn en de rookgasafvoer was daarom niet nodig. Het college heeft in zoverre terecht aangenomen dat geen sprake is van een overtreding.

Is ten aanzien van het raam sprake van een overtreding van het Bouwbesluit 2012?

7. Eiseres vindt dat het raam te makkelijk te openen is en dat het daarom niet voldoet aan de eisen voor brandwerendheid uit het Bouwbesluit 2012. De controle van het raam is niet goed uitgevoerd, omdat bij die controle niet van binnenuit naar het raam is gekeken. Eiseres vindt dat geen ramen op de erfgrens geplaatst mogen worden.

Het college vindt dat eiseres geen belang heeft bij de mate van brandwerendheid van de ramen, omdat de eisen voor brandwerendheid zijn bedoeld voor de veiligheid van de bewoners van het pand waarin de ramen zitten. Eiseres kan daar dus geen beroep op doen. Voor zover de rechtbank het college niet in dit standpunt zou volgen, stelt het college dat na controle is gebleken dat de ramen voldoende brandwerend zijn. Het bezwaar van eiseres tegen het raam op de erfgrens is privaatrechtelijk van aard, dus het college kan wat dat betreft niet handhavend optreden.

Strekken regels over brandwerendheid tot bescherming van omwonenden?

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de rechtzoekende door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de rechtzoekende. Dit wordt het relativiteitsvereiste genoemd.

De rechtbank is van oordeel dat het relativiteitsvereiste in dit geval geen rol speelt. De bezwaren van eiseres zien op de brandwerendheid van het raam. Als het gaat over constructieve veiligheid, branddoorslag of brandoverslag zijn de regels van het Bouwbesluit 2012 niet alleen bedoeld om de veiligheid van de mensen in een bouwwerk te beschermen, maar ook om de veiligheid van mensen in gebouwen op naastgelegen percelen te beschermen. Aangezien het raam zich vlakbij het gebouw van eiseres bevindt, zijn de regels van het Bouwbesluit 2012 over brandwerendheid van het raam ook van belang voor eiseres.

Moest het college ten aanzien van het raam handhavend optreden?

De rechtbank is van oordeel dat het college ten aanzien van de brandwerendheid van het raam terecht niet handhavend heeft opgetreden, omdat geen sprake is van een overtreding van het Bouwbesluit 2012. Het college heeft in dit verband terecht gewicht toegekend aan de bevindingen van zijn toezichthouder en een medewerker van de brandweer Hollands Midden. Hierbij geldt dat het college in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de bevindingen in een rapport als de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een daartoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Als de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan een besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. Daarbij is van belang hoe de waarnemingen in het rapport zijn weergegeven en onderbouwd en de aard van de waarneming en daarbij in het bijzonder in welke mate die waarneming waarderende elementen kent.

Een toezichthouder van het college heeft samen met een medewerker van Brandweer Hollands Midden een controle uitgevoerd. Dat zijn personen die geacht worden voldoende expertise te hebben op het gebied van regels over brandwerendheid. Bij de controle is geconstateerd dat het raam is vervangen door brandwerende beglazing en dat het raam niet te openen is. Dat is vastgelegd in het rapport van 11 september 2023, dat door de toezichthouder is ondertekend. Het rapport bevat ook foto’s van het raam en een detailfoto van het keurmerk. Het rapport zelf bevat geen grond om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Daarmee voldoet het rapport aan de hiervoor weergegeven vereisten. Het college mocht dus in beginsel uitgaan van de juistheid van het rapport.

De betwisting van het rapport door eiseres geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Uit het constateringsrapport blijkt inderdaad niet dat het raam van binnenuit is gecontroleerd, maar wel dat is geconstateerd dat het raam niet open kan. Op de door eiseres overgelegde foto is duidelijk te zien dat het raam geen hendel heeft om het te openen en dat het raam is vastgeschroefd. De rechtbank ziet daarom geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van het rapport. Het college heeft daarom in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding hoeven zien om te twijfelen aan de bevindingen van zijn toezichthouder en de brandweer. Op grond hiervan heeft het college terecht aangenomen dat voldaan wordt aan de brandwerendheidseisen uit het Bouwbesluit 2012, zodat in zoverre geen sprake is van een overtreding waartegen handhavend kon worden opgetreden.

Voor zover eiseres vindt dat het burenrecht aan realisatie van het raam in de weg staat omdat het raam op de erfgrens is geplaatst, is de bestuursrechter niet de bevoegde rechter om daarover te oordelen. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit een kwestie is die eiseres desgewenst aan de burgerlijke rechter kan voorleggen.

Is ten aanzien van de rookgasafvoer sprake van een overtreding van het Bouwbesluit 2012?

8. Eiseres vindt dat de rookgasafvoer niet voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012, omdat de rookgasafvoer zich te dicht bij de perceelsgrens bevindt.

Het college vindt dat de regels uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de rookgasafvoer alleen het belang van de bewoners van de woning beschermen, zodat eiseres daar geen beroep op kan doen. Voor zover de rechtbank het college niet in dit standpunt zou volgen, stelt het college dat de uitmonding van de rookgasafvoer aan een openbare weg grenst, zodat geen sprake is van een overtreding van het Bouwbesluit 2012.

Strekt artikel 3.51 van het Bouwbesluit 2012 tot bescherming van eiseres?

In het derde lid van artikel 3.51 van het Bouwbesluit 2012 staat dat de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas zijdelings gemeten minstens een meter van de perceelsgrens moet liggen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat deze bepaling is bedoeld om de belangen van omwonenden te beschermen. De rechtbank sluit zich bij dit oordeel aan. Aangezien het perceel van eiseres grenst aan het perceel van de vergunninghouder, staat het relativiteitsvereiste niet in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

De overige leden van artikel 3.51 van het Bouwbesluit 2012 strekken niet tot bescherming van omwonenden. De rechtbank zal daarom alleen artikel 3.51, derde lid van het Bouwbesluit 2012 betrekken bij de beoordeling van de vraag of het college terecht heeft geoordeeld dat de rookgasafvoer is geplaatst in overeenstemming met het Bouwbesluit 2012.

Is de rookgasafvoer geplaatst in overeenstemming met artikel 3.51, derde lid, van het Bouwbesluit 2012?

De rechtbank is van oordeel dat het college beter had moeten motiveren waarom de rookgasafvoer niet in strijd is met het Bouwbesluit 2012, maar dat dit een gebrek is dat geen gevolgen hoeft te hebben omdat de plaatsing van de rookgasafvoer niet in strijd is met art. 3.51, derde lid van het Bouwbesluit 2012. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

De adviescommissie bezwaarschriften heeft het college geadviseerd om nader te onderzoeken of de rookgasafvoer voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Het college heeft daar gehoor aan gegeven door een tweede controle uit te voeren. Uit het constateringsrapport blijkt echter niet dat het college aan alle relevante eisen van het Bouwbesluit 2012 heeft getoetst. In het constateringsrapport staat namelijk alleen maar dat de uitmonding van de rookgasafvoer zich ‘niet op een afstand van 2 mtr van de perceelsgrens’ bevindt. Uit de enkele vaststelling van de toezichthouder dat de uitmonding zich niet op een afstand van twee meter van de perceelsgrens bevindt, kan niet worden afgeleid of de toezichthouder de afstand tot de perceelsgrens ook zijdelings heeft gemeten, zoals is voorgeschreven in artikel 3.51, derde lid, van het Bouwbesluit 2012. Ook in het bestreden besluit wordt artikel 3.51, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 niet genoemd. Het is daarom onduidelijk of is getoetst aan het derde lid van artikel 3.51 van het Bouwbesluit 2012. Tijdens de zitting bij de rechtbank kon de gemachtigde van het college daar geen uitsluitsel over geven. Het college heeft in het bestreden besluit daarom onvoldoende gemotiveerd waarom de plaatsing van de rookgasafvoer in overeenstemming is geacht met de regels van het Bouwbesluit 2012 en het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid door niet aan alle relevante eisen van het Bouwbesluit 2012 te toetsen.

De rechtbank ziet echter aanleiding dit gebrek moet toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren. Voor de toepassing van dit artikel is vereist dat aannemelijk is dat, als de schending van (in dit geval) het motiveringsbeginsel uit artikel 7:12, eerste lid,van de Awb en het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 van de Awb niet zou hebben plaatsgevonden, geen ander besluit zou zijn genomen. Verder moet aannemelijk zijn dat belanghebbenden door de schending niet zijn benadeeld. Naar het oordeel van de rechtbank wordt in dit geval aan deze voorwaarden voldaan. Het is aannemelijk dat eiseres door het gebrek niet is benadeeld, omdat de plaatsing van de rookgasafvoer naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming is met artikel 3.51, derde lid, van het Bouwbesluit 2012. Op basis van de tijdens de zitting getoonde foto’s en gegeven toelichting is namelijk aannemelijk geworden dat de opening van de rookgasafvoer zich, als wordt gemeten zoals voorgeschreven in artikel 3.51, derde lid, van het Bouwbesluit 2012, op meer dan een meter van de perceelsgrens bevindt. Er is dus geen sprake van een overtreding van deze bepaling. Het college heeft dus terecht niet handhavend opgetreden ten aanzien van de plaatsing van de rookgasafvoer. Ook als de toezichthouder de afstand wel had gemeten of dat in ieder geval duidelijker was gemotiveerd, zou de uitkomst van het bestreden besluit hetzelfde zijn geweest.

Wat is overwogen onder 8.4.1 en 8.4.2 leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, maar dat dit niet leidt tot gegrondverklaring van het beroep van eiseres.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen. Gelet op wat is overwogen onder 8.4, bestaat wel aanleiding om het college te veroordelen het griffierecht van eiseres te vergoeden. Aan de zijde van eiseres is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Groes, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Wesselo, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Groes

Griffier

  • mr. M.M. Wesselo

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?