ECLI:NL:RBDHA:2025:23971

ECLI:NL:RBDHA:2025:23971, Rechtbank Den Haag, 27-11-2025, NL25.48075

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer NL25.48075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel - Venezolaanse nationaliteit - problemen met colectivo's - Colombia als veilig derde land vanwege nationaliteit echtgenoot - verweerder moest asielrelaas inhoudelijk beoordelen - beroep gegrond

Uitspraak

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres

mede namens haar minderjarige zoon

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2019, V-nummer: [v-nummer 2]

(gemachtigde: mr. S. Oukil),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: C.A. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar asielaanvraag. Eiseres heeft op 27 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Tegelijkertijd heeft de rechtbank het beroep van de echtgenoot van eiseres met zaaknummer NL25.48079 behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiseres, de echtgenoot van eiseres, de gemachtigde van eiseres, mw. Taalman als tolk (telefonisch) en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2] 1994. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij en haar gezin in Venezuela worden bedreigd door de colectivo’s en afgeperst door Tren de Aragua . Eiseres en haar echtgenoot hebben deelgenomen aan demonstraties tegen de Venezolaanse regering. Zij leverden met hun textieldrukkerij t-shirts en andere campagnematerialen voor deze demonstraties. De colectivo’s hebben eiseres en haar man daarom bedreigd, hun textieldrukkerij vernield en hen opgedragen om Venezuela en andere landen waarin de colectivo’s actief zijn, te verlaten.

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat Colombia voor haar aangemerkt kan worden als veilig derde land. Verweerder wijst erop dat de echtgenoot en de oudste zoon van eiseres de Colombiaanse nationaliteit hebben, zodat ook eiseres en haar jongste zoon daar zouden kunnen verblijven. Verweerder heeft daarom de asielmotieven van eiseres niet inhoudelijk beoordeeld.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat Colombia voor haar niet geldt als veilig derde land. Uit landeninformatie en de verklaringen van eiseres blijkt namelijk dat er voor haar ook in Colombia een dreiging uitgaat van de gewapende groeperingen. De Colombiaanse autoriteiten kunnen hiertegen geen bescherming bieden. Eiseres wijst erop dat volgens IB 2023/3 van verweerder Colombia in het algemeen niet geldt als veilig derde land, onder andere vanwege een zwak asielsysteem en omdat de rechten van asielzoekers en erkende vluchtelingen er in de praktijk onvoldoende gewaarborgd zijn. Dat de echtgenoot van eiseres Colombiaans is, maakt niet dat zij daar veilig is. Verweerder moest daarom de problemen van eiseres vanwege haar politieke activiteiten, inhoudelijk beoordelen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.

Zoals verweerder in het bestreden besluit heeft benoemd, merkt hij Colombia in zijn algemeenheid niet aan als veilig derde land. Wel kan verweerder op basis van een beoordeling van de individuele omstandigheden van een vreemdeling, tot de conclusie komen dat Colombia alsnog geldt als veilig derde land. Uit het beleid van verweerder blijkt dat bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt vormt.

Naar het oordeel van de rechtbank kon verweerder, gelet op de verklaringen van eiseres, niet tot de conclusie komen dat Colombia voor haar geldt als veilig derde land zonder haar asielrelaas inhoudelijk te beoordelen. Eiseres heeft namelijk in het nader gehoor verklaard: ‘Wij moesten naar een ver land gaan. Daarom konden we niet naar Peru of Colombia. We hadden geen garanties dat het daar veilig was. Wij moesten naar een land waar Venezuela geen invloed heeft.’ Eiseres heeft hiermee verklaard dat zij ook problemen met de colectivo’s zal ondervinden in Colombia en heeft gewezen op landeninformatie waaruit volgt dat verschillende Venezolaanse bendes daar ook aanwezig zijn. Dat de echtgenoot van eiseres de Colombiaanse nationaliteit heeft, is niet voldoende voor de conclusie dat Colombia voor haar een veilig land is, nu dit hooguit kan zien op de toegang tot en band met Colombia. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met haar verklaringen en de verwijzingen naar landeninformatie voldaan aan haar deel van de gedeelde bewijslast, en was het aan verweerder om de problemen die eiseres in Colombia zou ondervinden, nader te onderzoeken. De rechtbank volgt eiseres erin dat verweerder hiertoe tijdens het nader gehoor onvoldoende vragen heeft gesteld over het gevaar voor eiseres in Colombia. Verweerder heeft ook niet aan eiseres mogen tegenwerpen dat zij niet heeft onderbouwd dat de door haar genoemde bendes ook in Venezuela actief zijn, nu het juist aan verweerder was om hier nadere vragen over zou stellen. Daar komt bij dat eiseres reeds in de zienswijze heeft verwezen naar landeninformatie om haar stelling te onderbouwen dat de colectivo’s ook in Colombia een risico vormen. Ook de vraag of de autoriteiten van Colombia bescherming kunnen bieden tegen de gestelde problemen, kon verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet beantwoorden zonder deze gestelde problemen inhoudelijk te beoordelen.

5. Alleen al vanwege het voorgaande is het beroep gegrond. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat verweerder het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd en niet zorgvuldig heeft voorbereid. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

Verweerder moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag van eiseres en moet daarin het risico dat eiseres stelt te lopen in Colombia inhoudelijk beoordelen, zo nodig aanvullend onderzoek doen en daarbij betrekken dat eiseres heeft aangevoerd dat de Venezolaanse colectivo’s ook in Colombia actief zijn.

De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag van eiseres te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor het beroep vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J.P. Bosman

Griffier

  • mr. H.S. van Wessel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?