ECLI:NL:RBDHA:2025:24068

ECLI:NL:RBDHA:2025:24068, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, NL25.51102

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-10-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer NL25.51102
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Bewaring 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b – de Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank met een zogenoemde ‘omarmende 91-2’ bevestigd – de rechtbank publiceert haar uitspraak alsnog omdat anders niet duidelijk is naar welke overwegingen de Afdeling verwijst – in dit geval ziet de ‘omarming’ op de overwegingen van de rechtbank over het recht op rechtsbijstand tijdens het bewaringsgehoor en het onttrekkingsrisico – de rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel rechtmatig is opgelegd, de Afdeling heeft dit oordeel bevestigd

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] (V-nummer: [V-nummer]), eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL25.51102

(gemachtigde: mr. D. Matadien),

en

(gemachtigde: mr. S. Faddach).

Procesverloop

Bij besluit van 16 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft op 20 oktober 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 24 oktober 2025 de maatregel van bewaring opgeheven en aan eiser een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd.

De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft door middel van een door hem ondertekende afstandsverklaring afstand gedaan van zijn recht om te worden gehoord en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1992 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. Eiser voert aan dat verweerder niet heeft voldaan aan de informatieplicht van artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Uit het dossier blijkt volgens eiser onvoldoende dat bij de onderhavige maatregel een informatiefolder is uitgereikt. In het dossier zijn twee informatiefolders terug te vinden, maar daaruit blijkt niet welke informatiefolder betrekking heeft op het bestreden besluit.

De rechtbank overweegt dat in het dossier twee informatiefolders zijn gevoegd die zien op artikel 59b Vw. Dat komt ook overeen met het feit dat eiser ook reeds op 25 augustus 2025 een maatregel van bewaring opgelegd heeft gekregen op grond van artikel 59b Vw. Alhoewel de informatiefolders niet zijn voorzien van een datum volgt uit de M110 en de M109 dat de informatiefolder in de Arabische taal een eiser is uitgereikt. De meest recent toegevoegde informatiefolder komt wat betreft de daarin aangekruiste gronden ook overeen met het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldoende gebleken dat aan eiser de informatiefolder is uitgereikt en dat verweerder heeft voldaan aan de informatieplicht van artikel 5.3 van de Vb 2000.

4. Eiser stelt ook dat er sprake is van een vormfout omdat de piketcentrale niet is ingelicht. Eiser en zijn gemachtigde hebben elkaar weliswaar gesproken, maar doordat er geen piketmelding is gedaan is er sprake van een vormverzuim.

De rechtbank overweegt als volgt. Het beleid over bijstand van een advocaat tijdens het gehoor bij inbewaringstelling is opgenomen in art. A5/6.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Daarin staat het volgende opgenomen:

“[…] Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.[…]”

In het geval van eiser gaat het om een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc. Eiser verblijft sinds 25 augustus 2025 in bewaring. Uit het dossier is gebleken dat toen een piketmelding is aangemaakt en geaccepteerd. Op 3 september is wederom een piketmelding gedaan. Uit de M110 volgt dat verweerder de advocaat die eiser eerder heeft bijgestaan heeft gebeld en op de hoogte heeft gesteld van het gehoor. Deze advocaat gaf aan niet bij het gehoor aanwezig te kunnen zijn. Eiser heeft toen aangegeven mogelijk een andere advocaat te hebben, maar heeft ook aangegeven dat deze niet direct op de hoogte gebracht hoeft te worden. Na het gehoor heeft verweerder dit alsnog gedaan en gemachtigde van eiser heeft bevestigd hem bij te staan in de bewaringsprocedure. Ook heeft gemachtigde van eiser aangegeven de piketmelding van 3 september 2025 overgenomen te hebben. De gemachtigde van eiser heeft kennis genomen van de omzetting van de maatregel van bewaring en de stukken met betrekking tot de omzetting ontvangen. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser op enig moment verstoken is geweest van rechtsbijstand of dat hij in zijn belangen is geschaad. Bovendien heeft verweerder conform beleid gehandeld. De beroepsgrond slaagt daarom niet. De rechtbank merkt hierbij op dat indien, zoals gemachtigde aangeeft, het DTC hem in de avonduren geen toegang biedt als hij geen piketmelding kan tonen, hij daarover een klacht kan indienen bij het DTC.

5. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk was met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. Ter zitting heeft verweerder zware grond 3i en lichte grond 4b laten vallen.

7. Eiser betwist de grondslagen van het bestreden besluit en alle zware en lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de zware en de lichte gronden aan de maatregel ten grondslag had mogen leggen. De feitelijke juistheid van deze gronden heeft verweerder in de maatregel van bewaring ook voldoende toegelicht. De rechtbank overweegt over de zware grond onder 3a dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet op de voorgeschreven wijze is ingereisd. Eiser is niet in het bezit van reisdocumenten en is op 25 augustus 2025 met een lp door Zwitserland overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten. Dat doet er niet aan af dat hij eerder al zonder documenten (en dus niet op de voorgeschreven wijze) ingereisd is. Eiser betwist niet dat hij zich op 25 januari 2022 en 4 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Daarmee heeft eiser zich dus enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen onttrokken. Dit heeft echter niet zo lang geleden plaatsgevonden dat verweerder dit nu niet meer mocht betrekken. Zware grond 3b is daarmee ook feitelijk juist. Eiser stelt daarnaast dat hij alle benodigde gegevens over zijn identiteit en nationaliteit heeft verstrekt, maar betwist niet dat hij eerder tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt (zware grond 3e). De zware gronden 3a, 3b en 3e zijn samen reeds voldoende en kunnen, mede gelet op de toelichting daarbij, de maatregel van bewaring ‘onder a en b’ dragen, omdat daaruit het risico voortvloeit dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De overige betwiste gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

8. Tenslotte stelt eiser dat er ten onrechte geen lichter middel is toegepast. Er is sprake van een aanzienlijke medische en psychische problematiek en eiser heeft zorg nodig die hij niet krijgt. Eiser ervaart de maatregel van bewaring als strafrechtelijke handhaving en had in een AZC geplaatst kunnen worden met een meldplicht.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval niet heeft hoeven volstaan met een lichter middel dan de maatregel van bewaring en dat ook voldoende heeft gemotiveerd in de maatregel. Voorop staat het risico op onttrekking aan het toezicht, zoals dat uit de gronden volgt. Verder is eisers medische situatie voldoende betrokken. Tijdens het bewaringsgehoor is gevraagd naar zijn medische situatie en is gesproken over eventuele veranderingen daarin sinds het vorige gehoor bij inbewaringstelling van 3 september 2025. Uit de maatregel blijkt bovendien dat is betrokken wat in het bewaringsgehoor is besproken over eiser medische situatie. Nergens blijkt uit dat eiser niet de benodigde zorg en/of medicatie kon krijgen en kreeg in het detentiecentrum of dat hij detentieongeschikt was. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de bewaring voor eiser onevenredig bezwarend was. Van eiser mag worden verwacht dat hij het onderbouwd als dat volgens hem anders is, maar dat heeft hij onvoldoende gedaan. Er zijn ook geen andere feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die aanleiding hadden moeten zijn voor een lichter middel dan bewaring.

9. De rechtbank heeft verder alle aspecten die de rechtmatigheid van de maatregel betreffen beoordeeld en overweegt dat ook deze rechtmatigheidsbeoordeling niet tot de conclusie leidt dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van

mr. K.M.R.L. Kamp, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 oktober 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. van Lokven

Griffier

  • mr. K.M.R.L. Kamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?