[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 23 maart 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2. De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, referent en de 15-jarige zoon van eiseres en referent.
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiseres in beroep?
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1970 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Eiseres en haar echtgenoot, de heer [naam] (referent) hebben twee kinderen. Op 4 augustus 2022 hebben eiseres en de kinderen een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij referent in Nederland te verblijven. Bij beschikking van 20 maart 2025 heeft verweerder aan de kinderen van eiseres een mvv verleend. Inmiddels woont de zoon bij referent in Nederland, de dochter woont bij eiseres in Marokko.
4. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres niet is geslaagd voor het basisexamen inburgering buitenland en haar omstandigheden niet maken dat zij ontheven moet worden van de plicht om hiervoor te slagen. Daarnaast is er volgens verweerder met de weigering een mvv te verlenen geen sprake van schending van artikel 8 van het EVRM. Referent heeft het gezinsleven en de relatie met eiseres vanaf het begin altijd op afstand uitgeoefend. Ook is er geen objectieve belemmering om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen.
5. Verweerder heeft ten onrechte geconcludeerd dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om te slagen voor het inburgeringsexamen. Eiseres is analfabeet en functioneel laaggeletterd en heeft zich desondanks ingespannen om aan het inburgeringsvereiste te voldoen. Eiseres heeft zich voorbereid met hulp van haar kinderen, zij heeft oefententamens gemaakt en referent heeft studiematerialen voor haar meegenomen. Aan de verklaring van het trainingscentrum 'Tamouda Dream Language Center', waarin staat dat eiseres als gevolg van analfabetisme niet in staat is om zelfstandig deel te nemen aan het taalonderwijs voor het behalen van het inburgeringsexamen, is ten onrechte geen waarde toegekend door verweerder. Dat is in strijd met het fair play-beginsel en de motiveringsplicht. Eiseres verwijst daarbij naar een uitspraak van deze rechtbank van 14 augustus 2024. Verweerder miskent bovendien dat een analfabeet niet op gelijke voet kan deelnemen aan taallessen, omdat diegene eerst moet leren lezen en schrijven en daarna pas de Nederlandse taal kan leren. Dit is een onevenredige en feitelijk onhaalbare eis. Verder stelt verweerder ten onrechte dat uit de behaalde lage scores door eiseres op het examen blijkt dat zij zich niet heeft voorbereid. De lage scores op het examen van 30 mei 2024 tonen aan dat zij – ondanks haar inzet – grote moeite heeft met het examen als gevolg van haar analfabetisme.
Ook heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de overige bijzondere individuele omstandigheden die zijn aangevoerd in het kader van ontheffing van het inburgeringsvereiste. Referent heeft niet eerder dan in augustus 2022 een mvv-aanvraag kunnen indienen, omdat hij jarenlang niet in staat was om een vaste baan te verkrijgen waarmee hij kon voldoen aan het middelenvereiste. Gelet op de huidige medische situatie van referent, zijn gevorderde leeftijd (bijna 56 jaar oud) en de daarmee gepaard gaande mobiliteitsproblemen, is het voor referent fysiek, financieel en mentaal steeds moeilijker om contact te onderhouden met eiseres.
Het bestreden besluit is daarnaast in strijd met artikel 8 van het EVRM. Van referent kan niet worden gevergd om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen, nu hij een WIA-uitkering ontvangt en hij niet langer dan zes maanden in het buitenland mag verblijven. Ook is de aanvraag van de kinderen voor een mvv ingewilligd, waardoor zij naar Nederland zullen gaan en eiseres alleen achterblijft in Marokko. Verweerder heeft het belang van de kinderen onvoldoende bij de besluitvorming betrokken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden tot zijn besluit heeft kunnen komen en zal het beroep daarom ongegrond verklaren. Hierna licht de rechtbank toe hoe zij tot deze conclusie komt.
7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet is geslaagd voor het inburgeringsexamen en daarmee niet voldoet aan het inburgeringsvereiste zoals vastgelegd in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder h van de Vreemdelingenwet. Wel in geschil is of verweerder eiseres had moeten ontheffen van de inburgeringsplicht. Ontheffing van de inburgeringsplicht is mogelijk wanneer iemand gelet op bijzondere individuele omstandigheden bij handhaving van het inburgeringsvereiste onmogelijk of uiterst moeilijk zijn of haar recht op gezinshereniging kan uitoefenen. In de beoordeling van de individuele omstandigheden betrekt verweerder de getoonde wil om voor het examen te slagen en de geleverde inspanningen om zich voor te bereiden op en te slagen voor het inburgeringsexamen. De behaalde scores voor een examenonderdeel kunnen daarbij een indicatie geven voor de geleverde inspanningen. Ook betrekt verweerder onder andere de medische omstandigheden, de gezondheidstoestand van de betrokken gezinsleden, de reeds gemaakte kosten, het opleidingsniveau/analfabetisme en de duur van het huwelijk of de relatie.
8. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij voldoende inspanningen heeft verricht om te slagen voor het inburgeringsexamen. Verweerder heeft kunnen overwegen dat de verklaring van het trainingscentrum 'Tamouda Dream Language Center' summier is omdat er geen informatie is gegeven over de inhoud en frequentie van de gestelde cursus, niet is toegelicht wat eiseres concreet heeft gedaan tijdens de cursus en op welke manier eiseres is begeleid. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat uit de verklaring niet blijkt dat de cursus aansluit op de behoefte van eiseres als zijnde analfabeet. Daarnaast heeft verweerder mogen concluderen dat de door eiseres gestelde inspanningen niet zijn onderbouwd. Verweerder heeft hiertoe kunnen overwegen dat niet is toegelicht welk oefenmateriaal is aangeschaft door referent, en voor zover dit het zelfstudiepakket van www.naarnederland.nl zou zijn, kan uit de toelichting niet worden opgemaakt dat dit pakket op de juiste manier door eiseres is gebruikt om mee te oefenen voor de verschillende onderdelen van het examen. Ook heeft verweerder mee mogen nemen in de beoordeling dat de stelling dat eiseres oefententamens heeft gemaakt niet met stukken is onderbouwd. Daarnaast heeft verweerder mogen stellen dat gezien de lage scores op het examen van 30 mei 2024 (KNS 2, SV 1, LV 3) niet kan worden aangenomen dat eiseres zich op passende wijze heeft voorbereid. De verwijzing van eiseres naar de uitspraak van deze rechtbank van 14 augustus 2024 slaagt niet. Dat verweerder niet de waarde hecht aan de verklaring die eiseres had willen zien, is anders dan de situatie waarin niet alle overgelegde stukken zichtbaar zijn betrokken, zoals in voorgenoemde zaak het geval was.
9. Het is de rechtbank niet gebleken dat de individuele omstandigheden zodanig bijzonder zijn, dat het voor eiseres onmogelijk of uiterst moeilijk zal zijn om haar recht op gezinshereniging te kunnen uitoefenen. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiseres niet heeft onderbouwd waarom de gezondheidssituatie van referent het lastig maakt om naar Marokko te reizen. Verweerder heeft kunnen overwegen dat referent geen recente informatie heeft verstrekt over zijn medische situatie. De beslissing van de herbeoordeling bij het UWV, het arbeidsdeskundig rapport en de sociaal-medischebeoordeling dateren van meer dan een half jaar voor het bestreden besluit. Verweerder heeft ook kunnen overwegen dat referent niet heeft onderbouwd dat het lastiger voor hem wordt om te reizen naar Marokko. Uit de overgelegde stukken blijkt enkel dat referent gelet op zijn fysieke en psychische omstandigheden niet kan werken, maar niet dat hij gelet hierop niet kan reizen naar Marokko. Verweerder heeft zich daarnaast niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gezondheidssituatie van referent niet dermate dringend is dat van eiseres niet kan worden verwacht dat zij zich alsnog op het examen voorbereidt en hiervoor slaagt. Verweerder heeft hiertoe kunnen overwegen dat niet is aangetoond dat eiseres de enige is die voor referent kan zorgen en dat referent waar nodig hulp en zorg krijgt van Nederlandse zorginstellingen.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eiseres kunnen laten uitvallen. Verweerder heeft hiertoe kunnen overwegen dat er geen sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft referent niet onderbouwd dat het lastiger voor hem wordt om naar Marokko te reizen. Verweerder heeft kunnen overwegen dat er omstandigheden zijn die het mogelijk moeilijker maken om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen, maar dat eiseres mogelijk binnen een redelijke termijn nog aan de voorwaarden voor een mvv kan voldoen en dat eiseres en referent in de tussentijd hun relatie op afstand kunnen voortzetten zoals zij dit momenteel doen. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiseres en referent en hun kinderen vanaf het begin van hun relatie het gezinsleven op afstand hebben uitgeoefend. Ook heeft verweerder kunnen overwegen dat het aan eiseres en referent is of hun kinderen in Nederland komen wonen bij hun vader, of dat zij (voorlopig) bij hun moeder blijven wonen. Hierbij is ook van belang dat eiseres en referent ervoor kunnen kiezen om hun gezinsleven samen met de kinderen in Marokko uit te oefenen. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat zij inmiddels van haar zoon is gescheiden nu hij in Nederland woont. Dit maakt de beoordeling niet anders. Verweerder heeft deze situatie tussen moeder en zoon niet kunnen meewegen in het kader van artikel 8 van het EVRM. Vanwege de ex-tunctoetsing kon ten tijde van het bestreden besluit enkel worden uitgegaan van de situatie dat de zoon van eiseres nog bij eiseres in Marokko woonde.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
12. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.