ECLI:NL:RBDHA:2025:24099

ECLI:NL:RBDHA:2025:24099, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, NL25.59581

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer NL25.59581
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring. BZ. Tanzaniaanse. Lichter middel. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59581

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.

Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 10 december 2025 beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op dezelfde dag een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft op 15 december 2025 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Tanzaniaanse nationaliteit te hebben.

Maatregel van bewaring

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag vanwege een risico op onttrekking. Als zware gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

En als lichte gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

Tevens heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiser (1°) in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen.

3. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval de zware gronden 3a en 3b feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht, zodat deze aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd. Deze zware gronden kunnen de maatregel zelfstandig dragen.

4. Gelet op het voorgaande hoeft de rechtbank niet meer te beoordelen of de maatregel van bewaring ook kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Eén bewaringsgrondslag is namelijk voldoende om de maatregel van bewaring op te kunnen baseren.

Lichter middel

5. Eiser voert aan – zo begrijpt de rechtbank – dat de belangenafweging in het kader van het lichter middel onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van bewaring was enkel gericht op terugkeer naar het land van herkomst terwijl de huidige maatregel van bewaring is opgelegd in het kader van zijn asielaanvraag. Verweerder had eiser dan ook op andere wijze moeten horen om te beoordelen of hij niet had kunnen volstaan met een lichter middel, aldus eiser.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kon worden toegepast om het onttrekkingsrisico te ondervangen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, voldoende gronden aanwezig zijn om een risico aan te nemen dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarnaast is eiser eerder met onbekende bestemming vertrokken. Verder is hij tijdens het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van bewaring voldoende in de gelegenheid gesteld om omstandigheden naar voren te brengen voor de beoordeling of verweerder kan volstaan met een lichter middel. Hij is hierop tijdens dit gehoor meermaals op gewezen, zodat het gehoor op zorgvuldige wijze is afgenomen. Dat er vragen zijn gesteld in het kader van terugkeer maakt het voorgaande niet anders. Tot slot is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is.

Ambtshalve toets

7. Verder leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep ongegrond; en

 wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 16 december 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?