ECLI:NL:RBDHA:2025:24134

ECLI:NL:RBDHA:2025:24134, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, NL25.15421

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer NL25.15421
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Mvv-nareis, zoon van referent, Syrië, voldoet niet aan jongvolwassenbeleid + geen sprake van bijkomende elmenten van afhankelijkheid (8EVRM), beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15421

(gemachtigde: mr. A.C. Pool),

en

(gemachtigde: mr. W. Epema).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van Isamail Jalou (referent) ten behoeve van eiser voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor verblijf als familie- of gezinslid. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag voor een mvv in stand kan blijven. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft de aanvraag om een mvv met het besluit van 20 oktober 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 maart 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding

3. Referent is de vader van eiser. Zij hebben beide de Syrische nationaliteit. Referent is op 31 januari 2022 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Referent woont in Nederland samen met zijn tweede vrouw, [naam tweede vrouw] em hun minderjarige kinderen. Referent heeft op 5 april 2022 ten behoeve van eiser een mvv-aanvraag ingediend in het kader van nareis, waarmee de termijn van drie maanden is veiliggesteld.

4. Referent is in 2008 vetrokken naar de Verenigde Arabische Emiraten.

Eiser heeft tot 2019 in Syrië samengewoond met de tweede vrouw van referent (niet zijnde de biologische moeder van eiser). Daarna is hij alleen vertrokken uit Syrië. Hij verblijft sinds 2019 in Erbil, Irak.

Besluitvorming

5. In het primaire besluit heeft de minister de mvv-aanvraag afgewezen en hieraan het volgende ten grondslag gelegd. De minister twijfelt niet aan de identiteit van eiser noch aan het feit dat eiser de zoon van referent is. De minister heeft zich echter op het standpunt gesteld dat zich een contra-indicatie voordoet die moet leiden tot afwijzing van de aanvraag zodat aan een nader onderzoek naar de feitelijke gezinsband en het eventuele familieleven niet wordt toegekomen. Referent is namelijk gehuwd met twee vrouwen, [naam eerste vrouw] en [naam tweede vrouw]. Bij brief van 16 september 2022 heeft referent bevestigd dat deze huwelijken, gesloten in Syrië, nog voortduren. In Nederland is het echter slechts mogelijk om met één vrouw tegelijkertijd gehuwd te zijn. Volgens de Nederlandse wetgeving mag referent wel gehuwd zijn met meer dan één vrouw, maar is het niet toegestaan dat beiden op het Nederlandse grondgebied verblijven. Referent heeft ervoor gekozen om zijn tweede vrouw, [naam tweede vrouw], naar Nederland te laten komen. De minister stelt dat er daarom sprake is van een blokkade. De minister concludeert dat eiser, een zoon uit het eerste huwelijk met [naam eerste vrouw], zich niet bij referent kan vestigen, ondanks dat referent zijn biologische vader is.

6. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en heeft een echtscheidingsakte overlegd, waaruit blijkt dat het huwelijk tussen referent en [naam eerste vrouw] is beëindigd.

7. Met het bestreden besluit handhaaft de minister de afwijzing van de mvv-aanvraag. De minister stelt dat geen sprake meer is van de tegenwerping polygamie. Dit betekent dat aan het nader onderzoek nu wel wordt toegekomen. Verder stelt de minister dat met het overleggen van de echtscheidingsakte de identiteit van eiser en de familierechtelijke relatie tussen referent en eiser aannemelijk zijn gemaakt De minister gunt eiser daarom het voordeel van de twijfel om nader onderzoek te doen naar de feitelijke gezinsband en het eventuele familieleven en heeft dat nader onderzoek gestart in de vorm van een ambtelijke hoorzitting op 18 september 2024. De minister stelt echter dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referent niet aannemelijk is gemaakt. Daarnaast bestaat op grond van artikel 8 van het EVRM geen aanleiding om een mvv te verlenen. Eiser voldoet volgens de minister niet aan de voorwaarden voor toepassing van het jongvolwassenbeleid en niet is gebleken dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Ook is volgens de minister niet gebleken van hechte persoonlijke banden tussen eiser en de minderjarige kinderen van referent.

Juridisch kader

8. Op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend aan het meerderjarige kind van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (de referent), indien dat meerderjarige kind zodanig afhankelijk is van de referent dat hij om die reden tot diens gezin behoort. Deze bepaling is nader uitgewerkt in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). Uit paragraaf C2/4.1.2 van de Vc 2000 volgt dat de minister een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000 verleent als het desbetreffende gezinslid feitelijk behoort tot het gezin van de referent.

9. De minister gebruikt het jongvolwassenenbeleid, neergelegd in paragraaf B7/3.8.1 van de Vc 2000, om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van het EVRM zonder dat de minister daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten: het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in zijn eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd.

Jongvolwassenbeleid: vereisten ‘in gezinsverband samenleven’ en ‘niet in zijn eigen onderhoud voorzien’

10. Eiser voert (primair) aan dat hij wel onder het jongvolwassenbeleid valt. Eiser betoogt daartoe dat de minister bij zijn beoordeling had moeten betrekken dat hij tot 2019 in gezinsverband heeft samengewoond met het gezin waartoe hij en referent behoorden en dat hij na 2019 noodgedwongen Syrië moest verlaten. Dat eiser sinds 2019 in Irak woont, was geen vrijwillige keuze. Eiser voert verder aan de dat minister ten onrechte stelt dat er geen enkel objectief aanknopingspunt is dat aannemelijk maakt dat eiser niet zelf kan voorzien in zijn levensonderhoud. Tijdens de hoorzitting van 18 september 2024 heeft referent verklaard dat eiser door zijn zus en later door zijn neef werd onderhouden. Zij hebben hem onderdak en eten geboden. Referent heeft ook verklaard over de moeilijke positie waarin eiser zich noodgedwongen bevindt. De minister heeft volgens eiser niet inzichtelijk gemaakt dat met deze verklaringen rekening is gehouden. De minister had hem daarom op grond van het jongvolwassenbeleid een mvv moeten verlenen.

11. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser ten tijde van het peilmoment (datum aanvraag) 21 jaar was. Eiser is jongvolwassen en er zijn geen omstandigheden waaruit blijkt dat hij een eigen gezin heeft gevormd. In geschil is of eiser voldoet aan de overige cumulatieve vereisten van het jongvolwassenbeleid: het in gezinsverband samenleven met referent en het niet in eigen onderhoud kunnen voorzien.

12. Naar het oordeel van de rechtbank motiveert de minister voldoende waarom eiser niet voldoet aan het vereiste van samenleven in gezinsverband. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser al geruime tijd niet meer in gezinsverband samenwoont met referent. Hierbij heeft de minister terecht betrokken dat referent sinds 2008 vooral in de Verenigde Arabische Emiraten verbleef en dat eiser – na zijn vertrek uit Syrië – sinds 2019 in Irak woont. Eiser en referent woonden ten tijde van de aanvraag al twee jaar niet meer in gezinsverband samenDat het vertrek van eiser naar Irak niet vrijwillig was omdat eiser bang was gerekruteerd te worden, doet er niet aan af dat eiser en referent sinds 2019 niet meer in gezinsverband samenwonen en eiser sindsdien stappen naar zelfstandigheid heeft gezet. Eiser heeft deze vlucht immers zelfstandig – in de zin van onbegeleid – genomen en is sindsdien op zichzelf is aangewezen.

De minister werpt eiser daarnaast terecht tegen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in zijn eigen levensonderhoud heeft voorzien. Zo was eiser ten tijde van het peilmoment 21 jaar en woonde hij al ruim twee jaar zelfstandig in Irak. Ten tijd van het bestreden besluit was eiser 24 jaar, in goede gezondheid en woonde al meer dan vijf jaar in Irak. Dat eiser niet kan werken in Irak of op andere wijze kan voorzien in zijn eigen levensonderhoud heeft hij, naar de minister terecht stelt, niet aannemelijk gemaakt. Te meer nu eiser in Irak eerst bij een zus verbleef en op het moment bij een neef van referent verblijft, die kennelijk allebei wel in eigen levensonderhoud kunnen voorzien in Irak. Eiser heeft verder op geen enkele wijze onderbouwd dat en waarom hij niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

13. Nu eiser niet aan het jongvolwassenenbeleid voldoet, kan alleen familie- of gezinsleven in het kader van artikel 8 van het EVRM worden aangenomen tussen eiser en referent indien sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat daarvan geen sprake is.

14. Het is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat pas kan worden gesproken van een door artikel 8 van het EVRM beschermd gezinsleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen en meerderjarige broers en zussen, als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie; er moet sprake zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Uit de rechtspraak volgt ook dat de vraag of sprake is van beschermd gezinsleven van feitelijke aard is en afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte, persoonlijke banden. Hierbij kan onder meer relevant zijn: de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst. De minister heeft ruimte bij de weging van die elementen en de uitkomst van die beoordeling toetst de bestuursrechter enigszins terughoudend.

15. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die leiden tot beschermenswaardig gezinsleven tussen eiser en referent. Eiser verwijst naar wat hij heeft aangevoerd ten aanzien van het jongvolwassenbeleid. Daarnaast benadrukt eiser dat zijn situatie in Erbil moeilijk is en verwijst daartoe naar een artikel van The New Arab van 3 september 2024. Eiser betoogt dat er geen sprake is van een duurzame situatie waarin hij zonder problemen in Irak kan verblijven. Hoewel de afhankelijkheid van een jongeman die vanaf zijn 18e levensjaar noodgedwongen is gescheiden van zijn kerngezin zich moeilijk laat uitdrukken, meent eiser dat juist dit maakt dat hij veel behoefte heeft om herenigd te worden met referent en de overige gezinsleden.

16. De minister stelt terecht voorop dat de situatie van Syriërs in Irak in het algemeen en in Erbil in het bijzonder geen onderdeel vormt van het toetsingskader. De verwijzing naar het nieuwsbericht treft dan ook geen doel.

De omstandigheid dat eiser op zijn 18e is gescheiden van referent en dat hij graag herenigd wil worden met zijn kerngezin, heeft de minister betrokken bij de beoordeling. De minister stelt zich daarover niet ten onrechte op het standpunt dat het begrijpelijk is dat eiser en referent elkaar missen en bij elkaar wensen te zijn, maar dat dit als zodanig onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Daarnaast heeft de minister onbestreden betrokken dat geen sprake is van praktische, financiële en medische afhankelijkheid. Wat betreft de samenwoning, verwijst de rechtbank naar wat zij onder 12 heeft overwogen. De rechtbank is van oordeel dat de minister gelet op het voorgaande zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op grond waarvan beschermenswaardig familie- of gezinsleven moet worden aangenomen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Rashid, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Loof

Griffier

  • mr. S. Rashid

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?