RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
MD/B
Zaaknummer: 11402608 \ RL EXPL 24-21779
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
[eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [naam] ,
tegen
MINOR MUNDUS B.V.,
te 's-Gravenhage,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Minor Mundus,
gemachtigde: mr. B.J. den Besten.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 november 2024 met producties 1 t/m 5;- de conclusie van antwoord van 15 januari 2025 met productie 1 t/m 5;
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Minor Mundus voert verbouwingen uit aan onroerende zaken van derden. Voor haar werkzaamheden schakelt zij diverse onderaannemers in. Omstreeks januari 2022 heeft zij [eiser] op basis van mondelinge afspraken ingeschakeld om loodgieters- en installatiewerkzaamheden te verrichten in meerdere woningen. [eiser] heeft vervolgens voor Minor Mundus werkzaamheden in meerdere woningen verricht.
Per e-mail van 25 maart 2022 is namens Minor Mundus aan [eiser] aangegeven dat de werkzaamheden aan het Bouwbesluit en de NEN normen moeten voldoen.
Per e-mail van 25 april 2022 is [eiser] namens Minor Mundus uitgenodigd om bij de controle van zijn werkzaamheden door VDE Keuringsadvies aanwezig te zijn. In het daaropvolgende keuringsrapport van 29 april 2022 is opgenomen dat er bij drie woningen nog resterende werkzaamheden en aanwezige gebreken zijn.
In de periode van 20 januari 2022 tot en met 4 april 2022 heeft [eiser] 18 facturen aan Minor Mundus gestuurd. Van die facturen heeft Minor Mundus er acht betaald.
Op 10 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] een ingebrekestelling aan Minor Mundus verzonden, met de sommatie om de tien openstaande facturen te voldoen. Op 22 oktober 2024 is namens [eiser] een aanmaning verzonden. Minor Mundus heeft de openstaande facturen niet voldaan.
3. Het geschil
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Minor Mundus tot betaling van € 11.747,50, vermeerderd met rente en kosten.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij op basis van mondelinge afspraken werkzaamheden heeft uitgevoerd. Die werkzaamheden heeft hij gefactureerd en moeten door Minor Mundus betaald worden.
Minor Mundus voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Minor Mundus erkent dat [eiser] werkzaamheden heeft uitgevoerd. Zij betwist echter dat [eiser] de werkzaamheden deugdelijk heeft uitgevoerd en heeft afgerond. Verder zijn de facturen van [eiser] volgens haar niet juist, althans haar niet bekend.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Partijen twisten over de vraag of Minor Mundus de openstaande facturen van [eiser] moet voldoen.
Een partij die zich beroept op een rechtsgevolg van door die partij gestelde feiten of rechten, draagt de stelplicht en bewijslast van die feiten of rechten. Het is daarom aan [eiser] om (voldoende onderbouwd) te stellen, en zo nodig te bewijzen, welke werkzaamheden tegen welke prijs hij volgens de afspraak met Minor Mundus zou uitvoeren en dat hij die werkzaamheden deugdelijk heeft uitgevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat hij niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[eiser] heeft in de dagvaarding alleen gesteld dat hij in opdracht van Minor Mundus heeft gewerkt op basis van een overeengekomen uurtarief en dat hij daarvoor facturen heeft gestuurd. Daaruit kan de kantonrechter niet afleiden welke werkzaamheden hij met Minor Mundus heeft afgesproken, of die deugdelijk zijn uitgevoerd en afgerond en ook niet wat er per opdracht nog open staat. Die onduidelijkheid klemt des te meer, omdat het gaat om werkzaamheden in vijf verschillende woningen, waarvoor sommige facturen wel en sommige facturen niet zijn betaald. Ook is ter zitting gebleken dat [eiser] wist dat Minor Mundus niet tevreden was met zijn werk en dat had laten keuren. Dat betekent dat hij in de dagvaarding had moeten uitleggen waarom het werk volgens hem wel goed was uitgevoerd. Ook dat heeft hij niet gedaan.
De kantonrechter heeft begrip voor de omstandigheid dat [eiser] slechts op basis van mondelinge afspraken voor Minor Mundus aan het werk is gegaan. Dat laat echter onverlet dat het op zijn weg had gelegen om concreet uit te leggen welke werkzaamheden hij conform welke afspraken deugdelijk heeft uitgevoerd en welke facturen daarop zien.
De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat [eiser] onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat Minor Mundus nog moet betalen voor door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden. Zijn vordering wordt dan ook afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Minor Mundus worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.J. Doornink en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.