ECLI:NL:RBDHA:2025:24167

ECLI:NL:RBDHA:2025:24167, Rechtbank Den Haag, 09-07-2025, 11475521

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-07-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 11475521
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Stelplicht. Onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om vast te stellen dat er in een als gestolen opgegeven huurauto nog goederen lagen die later zijn vervreemd. Ongedaanmakingsverbintenis leidt tot gedeeltelijke terugbetaling van voorschot voor de huur van de auto.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

MD/B

Zaaknummer: 11475521 \ RL EXPL 25-82

Vonnis van 9 juli 2025

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. J. Smit,

tegen

SIXT B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Sixt,

gemachtigden: mrs. J.H.L. ter Beek en T. Mimpen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 december 2024 met producties 1 t/m 10;- de conclusie van antwoord van 5 maart 2025 met productie 1 t/m 6;

- de akte overlegging productie namens Sixt van 6 juni 2025 met productie 7;

- de brief van 10 juni 2025 namens [eisende partij] met productie 11;

- de mondelinge behandeling van 16 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Sixt biedt particulieren en bedrijven de mogelijkheid om voertuigen van haar te huren. [eisende partij] heeft een Sixt+ abonnement bij Sixt afgesloten. Dat kosteloze abonnement betreft een raamovereenkomst, op grond waarvan [eisende partij] voordelen krijgt als hij met Sixt een huurovereenkomst voor een voertuig aangaat.

Op 12 september 2023 heeft [eisende partij] een Audi Q2 (hierna: de auto) van Sixt gehuurd voor een periode van in beginsel 30 dagen. In de huurovereenkomst is, voor zover hier van belang, onder meer het volgende opgenomen:

Huurdagen (per 30 dagen) (…) 561,16 EUR

(…)

Prepaid – reeds betaald bedrag: 679,00 EUR

Op 16 september 2023 heeft [eisende partij] bij de alarmcentrale van Sixt gemeld dat de auto was gestolen. Diezelfde dag heeft hij bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de auto en van zijn goederen die nog in die auto lagen.

In de nacht van 17 september 2023 is de auto door [eisende partij] teruggevonden. De politie is vervolgens ook ter plekke gekomen. Aangezien de auto als gestolen was opgegeven, gaf de politie aan bergingsbedrijf Vreugdenhil de opdracht om de auto naar Sixt af te voeren. Op 19 september 2023 heeft Vreugdenhil de auto aan Sixt ter beschikking gesteld.

[eisende partij] heeft van Sixt een kartonnen doos teruggekregen met daarin een aantal papieren. De auto is vervolgens niet meer aan [eisende partij] in gebruik gegeven. Het Sixt+ abonnement en de huurovereenkomst voor de auto zijn door Sixt ontbonden.

Per e-mail van 26 september 2023 heeft [eisende partij] aan Sixt bericht dat hij de auto zelf op de plek van de vondst had geparkeerd. Verder vermeldt hij dat er kennelijk een lachgascilinder in de auto is geplaatst, dat hij onterecht rekeningen voor schade aan de auto heeft ontvangen en dat zijn persoonlijke spullen uit de auto zijn gestolen.

Uit een ongedateerd bericht van Sixt aan [eisende partij] volgt dat Sixt haar excuses aanbiedt voor de schadeclaim en dat Sixt het dossier zonder verdere gevolgen voor hem sluit.

Per brieven van 14 oktober en 8 november 2023 heeft de gemachtigde van [eisende partij] bij Sixt aanspraak gemaakt op vergoeding van de waarde van de verloren goederen en vergoeding van het door hem betaalde voorschot voor de huur van de auto.

Per e-mail van 19 oktober 2023 heeft Sixt aan [eisende partij] bericht dat zij het verwijt aan haar, inhoudende dat er goederen in de auto zouden hebben gelegen die zijn verdwenen, niet herkent.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert dat de rechtbank, zakelijk weergegeven, na wijziging van eis en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Sixt veroordeelt tot betaling van € 3.278,20, te vermeerderen met de wettelijke rente;

voor recht verklaart dat Sixt het Sixt+ abonnement met [eisende partij] ten onrechte heeft ontbonden en door Sixt dient te worden hersteld, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag;

Sixt veroordeelt tot betaling van het teveel door hem aan Sixt betaalde voor het gebruik van de auto.

Sixt voert verweer. Sixt concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de (werkelijke) kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

Schadevergoeding voor goederen van [eisende partij]

Aan zijn eerste vordering legt [eisende partij] ten grondslag dat hij goederen in de auto had liggen op het moment dat die in opdracht van de politie door Vreugdenhil werd afgevoerd. Het gaat volgens hem om een Macbook Pro, sneakers, een Ray Ban bril en verschillende soorten merkkleding. Van Sixt heeft hij echter slechts een kartonnen doos met papieren teruggekregen. Dat betekent dat zijn goederen zijn vervreemd terwijl Sixt die in bewaring had. Om die reden heeft zij niet als goed zaakwaarnemer voor zijn goederen in de auto zorggedragen. Zij is daarnaast ook kwalitatief aansprakelijk, omdat haar werknemers en Vreugdenhil als hulppersonen van Sixt gelden.

Sixt heeft weersproken dat de door [eisende partij] gestelde goederen in de auto lagen op het moment dat zij de auto van Vreugdenhil ter beschikking kreeg. Zij voert aan dat nergens uit blijkt dat de goederen daadwerkelijk in de auto hebben gelegen en wijst erop dat [eisende partij] in de aangifte van de diefstal van de goederen grotendeels andere goederen noemt dan in zijn dagvaarding. Voorts is volgens haar niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor zaakwaarneming of voor de aansprakelijkheid voor hulppersonen en/of ondergeschikten. Verder stelt zij dat haar aansprakelijkheid contractueel is uitgesloten, dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eisende partij] omdat hij de goederen niet uit de auto heeft gehaald en dat [eisende partij] zijn schade op een onjuiste manier begroot.

De kantonrechter stelt voorop dat [eisende partij] ter zitting heeft erkend dat Sixt niet de opdracht aan Vreugdenhil heeft gegeven voor het afvoeren van de auto. Dat heeft de politie gedaan. Door [eisende partij] is verder niet gesteld dat medewerkers van Sixt daarbij betrokken zijn geweest. [eisende partij] heeft wel gesteld dat het de schuld van Sixt is dat de auto moest worden afgevoerd, omdat zij op het moment van de vondst van de auto niet bereikbaar was. Dat heeft Sixt weersproken. Volgens haar was haar alarmcentrale bereikbaar. De kantonrechter overweegt dat zelfs als zou komen vast te staan dat Sixt niet bereikbaar was, dat er niet toe zou leiden dat zij daarmee verantwoordelijk zou zijn voor het afvoeren van de auto door Vreugdenhil. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Sixt niet (kwalitatief) aansprakelijk is voor eventuele handelingen met de auto en/of de goederen van [eisende partij] voorafgaand aan het moment dat zij de auto van Vreugdenhil ter beschikking kreeg.

Het voorgaande brengt mee dat moet worden vastgesteld of de door [eisende partij] genoemde goederen in de auto lagen op het moment dat Sixt die auto van Vreugdenhil ter beschikking kreeg. Volgens [eisende partij] moet dat het geval zijn geweest, omdat bij de afgifte van de auto aan Vreugdenhil zijn goederen nog in de auto lagen. Sixt heeft weersproken dat de goederen in de auto lagen toen zij die verkreeg. Volgens haar lagen er alleen wat papieren in de auto, die zij aan [eisende partij] heeft teruggegeven. Bij gebrek aan wetenschap heeft zij ook betwist dat de goederen bij het afvoeren door Vreugdenhil in de auto lagen. [eisende partij] heeft bewijs aangeboden dat de goederen in de auto lagen toen die werd afgevoerd. De kantonrechter komt echter niet aan bewijslevering toe, omdat [eisende partij] zijn stelling dat de goederen zich nog in de auto bevonden toen Sixt de auto van Vreugdenhil heeft ontvangen, onvoldoende concreet heeft onderbouwd. Daarover heeft hij slechts een e-mailbericht van Vreugdenhil overgelegd, met de algemene mededeling dat het terrein van Vreugdenhil is afgesloten en is voorzien van camera’s. Uit die mededeling volgt niet dat de auto mét de goederen eerst bij Vreugdenhil en vervolgens bij Sixt is aangekomen. Verder heeft [eisende partij] niets gesteld over de ontvangst van de auto met goederen door Sixt. Dat lag wel op de weg van [eisende partij] , temeer nu Sixt per e-mail van 19 oktober 2023 al heeft betwist dat zij die goederen heeft ontvangen. Dat betekent dat [eisende partij] onvoldoende heeft onderbouwd dat de goederen in de auto bij Sixt zijn aangekomen. Aan bewijslevering van die stelling komt de kantonrechter daarom niet toe.

Evenmin zal de kantonrechter aan Sixt opdragen dat zij moet bewijzen dat Vreugdenhil de goederen heeft vervreemd, zoals ter zitting door de gemachtigde van [eisende partij] is betoogd. Daarvoor heeft [eisende partij] gesteld dat Sixt hem ten onrechte verwijt dat er een lachgascilinder in de auto is gevonden en er door hem schade aan de auto zou zijn ontstaan. De kantonrechter overweegt dat slechts in bijzondere omstandigheden aanleiding kan zijn voor het bepalen van een andere bewijslast dan uit de wet volgt. In dit geval heeft Sixt een factuur aan [eisende partij] gestuurd voor schade aan de auto, maar die factuur na protest van zijn kant ook weer ingetrokken. Daarnaast stelt Sixt de lachgascilinder in de auto gevonden te hebben, maar heeft zij in de procedure aangegeven dat zij slechts kan speculeren over de herkomst daarvan. De kantonrechter is van oordeel dat er in die omstandigheden geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, waaruit zou volgen dat Sixt moet bewijzen dat Vreugdenhil de goederen heeft vervreemd.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat Sixt de door [eisende partij] gehuurde auto samen met zijn goederen heeft ontvangen. Om die reden kan de kantonrechter ook niet oordelen dat Sixt voor het verdwijnen van die goederen aansprakelijk is. De eerste vordering van [eisende partij] zal daarom worden afgewezen. De overige verweren van Sixt tegen deze vordering kunnen gelet op deze conclusie onbesproken blijven.

Herstel Sixt+ abonnement

Aan zijn tweede vordering legt [eisende partij] ten grondslag dat Sixt het Sixt+ abonnement ten onrechte heeft ontbonden. Als gevolg daarvan loopt hij voor toekomstige huurovereenkomsten de bij het abonnement behorende voordelen mis. Sixt stelt zich op het standpunt dat zij de gang van zaken omtrent de aangifte van diefstal van de auto, terwijl [eisende partij] die zelf op de plek van de vondst heeft geparkeerd, dermate onduidelijk vindt dat zij geen nieuwe huurovereenkomsten voor voertuigen met [eisende partij] zal aangaan. Ter zitting heeft de gemachtigde van [eisende partij] het standpunt ingenomen dat er in dat geval onvoldoende belang bij herstel van het Sixt+ abonnement bestaat. De kantonrechter overweegt dat [eisende partij] met alleen het herstel van het Sixt+ abonnement niet bewerkstelligt dat hij alsnog voertuigen bij Sixt kan huren. De voordelen van het abonnement zou hij in dat geval dus ook niet genieten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [eisende partij] in deze omstandigheden onvoldoende belang heeft bij herstel van het Sixt+ abonnement. Zijn tweede vordering wordt daarom afgewezen.

Teveel betaald voor gebruik van de auto

Aan zijn derde vordering legt [eisende partij] ten grondslag dat hij voor de huur van de auto een voorschot heeft betaald dat de kosten voor het werkelijk gebruik van de auto overstijgt. [eisende partij] heeft ter zitting zijn eis verminderd, door te stellen dat hij € 679,00 als voorschot heeft betaald, waarvan een bedrag van € 561,16 voor de huur van de auto voor een periode van 30 dagen was. Aangezien de huurovereenkomst met acht dagen is ontbonden, stelt hij voor de overige 22 dagen naar rato terugbetaald te moeten worden uit hoofde van een ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding van die huurovereenkomst. Sixt heeft in haar conclusie gesteld dat de kosten voor de acht huurdagen hoger zijn dan het voorschot dat [eisende partij] heeft betaald, met als gevolg dat [eisende partij] dus niet te veel heeft betaald. Ter onderbouwing daarvan heeft zij een rekening in het geding gebracht. De kantonrechter overweegt dat uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt dat voor de huur van de auto voor 30 dagen een bedrag van € 561,16 door Sixt aan [eisende partij] wordt gerekend. Uit de door Sixt overgelegde rekening volgt echter dat zij voor de acht huurdagen het volledige bedrag van € 561,16 in rekening heeft gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat Sixt de kosten voor het gebruik van de auto naar verhouding had moeten aanpassen, omdat Sixt de huurovereenkomst met acht dagen heeft ontbonden en [eisende partij] dus geen 30 dagen van de auto gebruik heeft kunnen maken.

Ter zitting is namens Sixt nog gesteld dat zij wel degelijk een bedrag naar rato heeft gerestitueerd. [eisende partij] heeft dat betwist. De kantonrechter overweegt dat Sixt in haar conclusie dat standpunt niet heeft ingenomen. Uit de door haar ingebrachte rekening blijkt evenmin een verdeling naar rato of een restitutie aan [eisende partij] . Uit die rekening volgt juist dat [eisende partij] nog meer zou moeten betalen dan het voorschot. De kantonrechter is van oordeel dat Sixt haar stelling dat zij een bedrag aan [eisende partij] heeft terugbetaald in die omstandigheden onvoldoende concreet heeft onderbouwd. De kantonrechter komt daarom ook niet aan bewijslevering toe en zal de derde vordering van [eisende partij] toewijzen voor het bedrag van € 458,38. Dat bedrag bestaat uit het door hem betaalde voorschot van € 679,00 minus € 181,07, zijnde 8/30e deel van de kosten voor de huurdagen ad. € 561,16 plus btw van 21%, en minus de kosten voor het bijtanken inclusief 21% btw van € 39,55.

De proceskosten

Sixt heeft zich op het standpunt gesteld dat [eisende partij] deze procedure dermate lichtzinnig is gestart, dat hij moet worden veroordeeld tot betaling van de werkelijke proceskosten van Sixt. [eisende partij] heeft daar verweer tegen gevoerd. De kantonrechter overweegt dat een veroordeling in de werkelijke proceskosten mogelijk is als het instellen van de vorderingen, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Daar kan sprake van zijn als de eisende partij zijn vordering baseert op feiten of omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Daarbij past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.

De kantonrechter overweegt dat [eisende partij] één vordering ter zitting heeft ingetrokken, omdat de achtergrond daarvan voor hemzelf ook niet duidelijk was. Die ene vordering is dus mogelijk evident ongegrond. Zowel in de processtukken als op zitting is er echter nauwelijks over die vordering gesproken, zodat Sixt daarin ook nauwelijks in haar belangen is geschaad. Tegenover die ene vordering staat verder dat [eisende partij] nog drie andere vorderingen heeft ingediend, waarvan er één wordt toegewezen. Dat de kantonrechter de overige twee vorderingen zal afwijzen bij gebrek aan belang en het niet voldoen aan de stelplicht, maakt niet dat [eisende partij] op voorhand had moeten begrijpen dat die vorderingen geen kans van slagen zouden hebben. Al met al is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van evidente ongegrondheid van de inhoudelijk behandelde vorderingen van [eisende partij] . Om die reden zal [eisende partij] niet in de werkelijke proceskosten van Sixt worden veroordeeld.

[eisende partij] is echter wel grotendeels in het ongelijk gesteld. Daarom moet hij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sixt worden begroot op:

- salaris gemachtigde

476,00

(2 punten × € 238,00)

- nakosten

119,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

595,00

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Sixt om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 458,38,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 595,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.J. Doornink en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?