RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.58941
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Faber)
en
(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).
Procesverloop
Bij besluit van 1 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 10 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is, met behulp van een videoverbinding, verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1976 en heeft de Litouwse nationaliteit.
Grondslag van de maatregel
2. Eiseres voert aan dat zij het verwijderingsbesluit van 23 januari 2017 niet heeft ontvangen, zodat zij niet op de hoogte was van de beëindiging van haar verblijfsrecht en haar verplichting tot terugkeer. Om die reden heeft verweerder de maatregel van bewaring ten onrechte gebaseerd op het gestelde onrechtmatige verblijf van eiseres.
3. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het verwijderingsbesluit van 23 januari 2017 is verzonden naar het postadres van eiseres waar eerder het voornemen in verband met dit verwijderingsbesluit naar is gestuurd. Uit dit verwijderingsbesluit blijkt dat eiseres op dat voornemen heeft gereageerd. Dat heeft eiseres niet betwist. Verweerder mocht er daarom van uitgaan dat dit adres correct was en dat eiseres daar post ontving. Daarnaast heeft eiseres aangegeven het verwijderingsbesluit van 23 januari 2017 in september 2024 te hebben gezien, zodat zij op de hoogte was van de beëindiging van haar verblijfsrecht en haar verplichting tot terugkeer. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de maatregel van bewaring heeft kunnen baseren op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
Maatregel van bewaring
4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat deze wordt gevorderd door het belang van de openbare orde, omdat er een risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en zij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Als zware gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiseres:
En als lichte gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiseres:
5. Verweerder heeft ter zitting zware grond 3a laten vallen.
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet heeft betwist. Deze zware en lichte gronden zijn feitelijk juist en voor zover nodig voldoende toegelicht in de maatregel van bewaring om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en zij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.
Lichter middel
7. Eiseres voert verder aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel vanwege haar persoonlijke omstandigheden. Eiseres verblijft inmiddels 30 jaar in Nederland, volgt een methadonprogramma en verblijft bij haar vriend in [plaats] . Verder is zij meermaals in contact geweest met de autoriteiten, zodat verweerder had kunnen volstaan met een meldplicht.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast. Hierbij acht de rechtbank van belang dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd voldoende zijn om een risico aan te nemen dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en haar vertrek belemmert of ontwijkt. Daartoe is ook van belang dat eiseres zich niet aan haar vertrekplicht heeft gehouden en meerdere malen heeft aangegeven niet naar Litouwen te willen terugkeren of aan haar vertrek daarheen te willen meewerken. Verweerder heeft verder ten aanzien van haar methadongebruik bij de belangenafweging terecht overwogen dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Verder is niet gebleken dat eiseres detentieongeschikt is.
Ambtshalve toets
9. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.