[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. A. Aïssal),
en
het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp, het college
(gemachtigde: mr. A. Nandpersad).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om bijzondere bijstand.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juni 2024 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand is gebleven.
De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2025 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft om bijzondere bijstand gevraagd bij het college. De reden hiervoor is dat de zoon van eiser het raam van hun woning heeft beschadigd. Eiser moet € 2.238,- betalen aan de verhuurder om het raam te repareren. Volgens het college heeft eiser geen recht op bijzondere bijstand. De kosten voor de schade aan het raam zijn namelijk uitgesloten van de bijzondere bijstand. Dit staat in artikel 14, onder c, van de Participatiewet. Het college heeft de aanvraag daarom afgewezen.
3. Eiser is het hier niet mee eens. Op de zitting heeft de advocaat van eiser verteld waarom eiser het niet met de afwijzing eens is. Dat de kosten zijn uitgesloten van de bijzondere bijstand bestrijdt eiser niet meer. Eiser vindt dat hij vanwege bijzondere omstandigheden toch bijzondere bijstand zou moeten krijgen.
Het college kan aan iemand die volgens de regels geen bijzondere bijstand krijgt, in sommige situaties toch bijzondere bijstand geven. Dit staat in artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet. Dit kan alleen wanneer er zeer dringende redenen zijn. Dit betekent dat er een acute noodsituatie is die alleen kan worden beëindigd door alsnog bijstand te geven. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer er een levensbedreigende situatie is of als een situatie ernstige schade kan veroorzaken die niet meer over gaat. Ook als het niet verlenen van bijstand andere ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van iemand kan er sprake zijn van een acute noodsituatie. Het moet dan wel gaan om een bijzondere, ernstige situatie waarbij het heel duidelijk is dat het onacceptabel is om geen bijzondere bijstand te geven.
Eiser vindt dat er in zijn geval sprake is van bijzondere omstandigheden, maar hij heeft niet laten zien waarom dat zo is. Eiser heeft ook niet verteld waarom er sprake is van een bijzondere, ernstige situatie waardoor hij toch bijzondere bijstand zou moeten krijgen. Het college hoeft daarom geen uitzondering te maken door alsnog bijzondere bijstand aan eiser geven.
4. Het beroep is daarom ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk heeft. Hij krijgt dus geen bijzondere bijstand. Omdat het beroep gegrond is, worden de proceskosten en het griffierecht niet aan eiser vergoed.
5. Op de zitting is verteld hoe partijen in hoger beroep kunnen gaan tegen de mondelinge uitspraak. Dat is hieronder beschreven.
Beslissing
Het beroep is ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2025 door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.