ECLI:NL:RBDHA:2025:24198

ECLI:NL:RBDHA:2025:24198, Rechtbank Den Haag, 18-09-2025, 24/5756

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 24/5756
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Pw. Beroep ongegrond. Bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting en stoffering terecht afgewezen. Kosten vloeien niet voort uit bijzondere omstandingen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/5756

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),

en

(gemachtigde: M. de Weger).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting en stoffering. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting en stoffering op grond van de Participatiewet (Pw). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 18 januari 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 mei 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2025 op zitting behandeld. Hierbij was de gemachtigde van het college aanwezig, vergezeld door een collega. Eiser en de gemachtigde van eiser zijn met voorafgaand bericht niet op zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat het bestreden besluit over?

3. Eiser is op 7 december 2023 verhuisd naar [plaats] . Op 28 december 2023 heeft eiser bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van woninginrichting en stoffering. Op het aanvraagformulier heeft eiser aangegeven bijstand aan te vragen voor de kosten van onder andere een bed, een televisie, een wasmachine en gordijnen tot een bedrag van € 2.500,-. Het college heeft deze aanvraag afgewezen.

Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de kosten waar eiser bijzondere bijstand voor heeft gevraagd niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De verhuizing is niet uit noodzaak ontstaan, maar uit de wens om in een rustige omgeving te wonen. De verhuizing was voorzienbaar en eiser had daarom kunnen sparen voor de kosten, aldus het college.

Wat vindt eiseres?

4. Eiser voert aan dat hij genoodzaakt was om te verhuizen naar [plaats] , omdat hij in Den Haag in een rumoerige woning woonde met vreemden. De meubels in zijn vorige woning waren niet zijn eigendom en daarom kon hij deze niet meenemen. De meubels die hij wel tot zijn beschikking had waren oud en versleten en daarom aan vervanging toe. Omdat eiser zelf niet over duurzame gebruiksgoederen beschikte, kon hij ook niet voorzien dat deze door slijtage, na verloop van tijd, vervangen moesten worden. Bovendien had eiser vanwege zijn lage inkomen geen ruimte om te sparen.

Wat oordeelt de rechtbank?

5. Degene die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden wordt geconfronteerd met noodzakelijke bestaanskosten, waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan, heeft recht op bijzondere bijstand. Om welke kosten het daarbij gaat, hangt af van de omstandigheden in het individuele geval.

Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw, moet achtereenvolgens worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Tot slot moet de vraag worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de gevraagde kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

De kosten van een verhuizing en inrichting van een woning moeten worden gerekend tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke bestaanskosten. Deze kosten dienen in beginsel te worden betaald hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Slechts wanneer de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, kan dit een aanleiding zijn om bijzondere bijstand te verlenen.

Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Met het college is de rechtbank van oordeel dat niet is vast komen te staan dat de verhuizing noodzakelijk was. Er was geen medische noodzaak om te verhuizen en eiser had ook geen urgentieverklaring. Ook anderszins heeft eiser de noodzaak van zijn verhuizing niet aannemelijk gemaakt. Daar komt bij dat eiser al langere tijd op zoek was naar een nieuwe woning en dat de verhuizing dus voorzienbaar was. Eiser ontving voorafgaande aan zijn aanvraag om bijzondere bijstand een uitkering op bijstandsniveau. Dat hij niet heeft kunnen reserveren voor de kosten is niet aannemelijk gemaakt. De omstandigheid dat eiser de meubels die hij tot zijn beschikking had in zijn vorige woning niet kon meenemen naar zijn nieuwe woning, maakt dit niet anders.

Gelet op het voorgaande heeft het college terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting en stoffering afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.M. Meessen

Griffier

  • mr. F. Leichel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?