ECLI:NL:RBDHA:2025:24206

ECLI:NL:RBDHA:2025:24206, Rechtbank Den Haag, 29-10-2025, 25/5853

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 25/5853
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening over intrekking en terugvordering van de AIO afgewezen. Geen sprake van acute financiële nood.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker, en [verzoekster] , verzoekster, uit [woonplaats] ,

de Sociale Verzekeringsbank, de Svb

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/5853

gezamenlijk ook: verzoekers

(gemachtigde: mr. A. Roozdar),

en

(gemachtigde: K. Verbeek).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de intrekking en terugvordering van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) die verzoeker ontving van de Svb. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 heeft de Svb de AIO-aanvulling van verzoeker beëindigd met ingang van 16 mei 2024. Verzoeker moet een bedrag van € 7.213,93 aan te veel ontvangen bijstand over de periode van mei 2024 tot en met januari 2025 terugbetalen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk (S. Olia) en de gemachtigde van de Svb.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening wordt alleen getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op het ingediende bezwaar- of beroepschrift.

Volgens verzoeker heeft hij een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Verzoeker voert daartoe aan dat hij en zijn partner sinds de beëindiging van de AIO-aanvulling een gezamenlijk inkomen hebben van € 188,26 per maand. Om in hun onderhoud te kunnen voorzien zijn verzoekers aangewezen op hulp van hun kinderen. In de afgelopen periode hebben zij grote bedragen van hen moeten lenen. Ook hebben de financiële problemen een grote impact op hun gezondheid, aldus verzoeker.

De voorzieningenrechter ziet in het betoog van verzoeker onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij op dit moment ongeveer € 5.000,- op zijn bankrekening heeft, waarvan hij ongeveer € 3.000,- heeft geleend van zijn kinderen. Gesteld noch gebleken is dat verzoeker deze leningen op korte termijn moet terugbetalen. De gemachtigde van de Svb heeft op zitting verklaard dat in principe deze maand nog, dus vóór 31 oktober 2025, een beslissing op bezwaar zal worden genomen. Van acute financiële nood is daarom voorlopig nog geen sprake. Gelet hierop gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat er geen spoedeisend belang is waardoor verzoekers niet kunnen wachten op de beslissing op hun bezwaarschrift.

Overigens merkt de voorzieningenrechter op dat de gemachtigde van de Svb ter zitting heeft erkend dat het op informele wijze – dus illegaal – overbrengen van het vermogen van verzoeker vanuit Iran naar Nederland niet de bedoeling is. Wel heeft de Svb gesteld dat verzoeker over zijn Iraanse vermogen kan beschikken op officiële manieren, bijvoorbeeld door bij een vestiging van de Saderat Bank in Frankrijk of Duitsland zijn geld op te nemen. Verzoeker heeft nadrukkelijk weersproken dat dit mogelijk is, en heeft verklaard dat dat hem ook te verstaan is gegeven toen hij in Iran bij de Saderat Bank navraag deed naar deze mogelijkheid. Zonder nadere onderbouwing van de stelling van de Svb bestaat er op voorhand reden voor twijfel over de vraag of verzoeker vanuit Nederland langs deze weg over zijn Iraanse vermogen kan beschikken.

Conclusie en gevolgen

4. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Dat betekent dat het bestreden besluit in ieder geval blijft gelden tot op het bezwaar is beslist. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F. Leichel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?