ECLI:NL:RBDHA:2025:24208

ECLI:NL:RBDHA:2025:24208, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, NL25.47599 en NL25.47598

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer NL25.47599 en NL25.47598
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

beroepen, asiel, Iran, vrees voor inlichtingendienst Sepah, problemen als gevolg van betaling vanuit Nederland, niet geloofwaardig, risico's bij terugkeer op het vliegveld, vallen niet onder risicogroep, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam1] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.47599 en NL25.47598

[naam2] , eiseres

van Iraanse nationaliteit,

V-nummers: [nummer1] en [nummer2] ,

(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),

en

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen in stand kunnen blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 24 september 2025 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de minister.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard vrijwilligerswerk te hebben verricht. Ook heeft eiser uit eigen zak families gefinancierd. In 1397 (Iraanse jaartelling) (=2018/2019) is eiser bij de Sepah langs geweest en is hij gewaarschuwd om geen geld over te maken aan mensen die de staat zouden ondermijnen. Op [datum] - toen eiser al in Nederland was - heeft eiser geld overgemaakt naar de rekening van meneer [naam3] , en op [datum2] is er een inval gedaan in het huis van eiser. Eiser vermoedt dat het om de inlichtingendienst van de Sepah gaat. Eiser heeft via zijn broer een vonnis kunnen inzien waarin eiser wordt veroordeeld [straf] , wegens het verstoren van de nationale veiligheid en openbare orde. Ter onderbouwing van zijn asielaanvraag heeft eiser een kopie en een vertaling van een vonnis, een link naar de huiszoeking en een Iraans paspoort overgelegd.

Het asielrelaas van eiseres is volledig afhankelijk van dat van eiser.

De bestreden besluiten

4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers.

2. De problemen van eiser met de inlichtingendienst Sepah.

De minister acht de verklaringen van eisers omtrent hun identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Dit asielmotief is door hen volledig onderbouwd met objectieve documenten. De minister gelooft echter niet dat eiser problemen heeft met de inlichtingendienst Sepah. De minister heeft eisers tegengeworpen dat zij niet voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vw 2000. In dit verband heeft de minister overwogen dat de verklaringen over de problemen die eiser heeft ondervonden omdat hij geld heeft overgemaakt naar de heer [naam3] ongerijmd zijn en gebaseerd zijn op vermoedens. De minister heeft er in dit verband op gewezen dat uit het feit dat eisers legaal zijn uitgereisd, blijkt dat zij op dat moment niet in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten stonden. Op dat moment had eiser al meerdere malen, over een langere tijd, geld overgemaakt aan de heer [naam3] . De minister vindt het om die reden niet aannemelijk dat eiser na de laatste betaling - die overigens ook een minder hoog bedrag betrof - plotseling wel in de negatieve belangstelling zou staan. De minister heeft verder overwogen dat de verklaring over de inval enkel is gebaseerd op verklaringen van derden. In dit verband heeft de minister overwogen dat de buren niet als objectieve zin worden gezien. Omdat uit de video niet blijkt dat het gaat om het huis van eisers of dat wat er te zien is door een inval door de Iraanse autoriteiten komt, kan aan de door hem aangeleverde video niet de waarde gehecht worden die eiser wenst. De verklaring over de reden van de inval is gebaseerd op vermoedens. Aan het vonnis kan niet de waarde worden gehecht die eiser wenst. In dit geval heeft de minister er op gewezen dat het een kopie betreft, dat een kopie niet op authenticiteit kan worden onderzocht en dat dit de bewijskracht reduceert. Verder heeft de minister overwogen dat uit het vonnis niet blijkt dat eiser wordt gezocht vanwege het overmaken van geld op 28 mei 2023. Daarmee ondersteunt het vonnis de verklaringen van eiser niet. Volgens de minister kan het, zoals het is omschreven in de aangeleverde kopie van het vonnis, om volstrekt andere vormen van financiële ondersteuning, andere data van overdracht of andere ontvangers van de financiële middelen gaan. Verder stelt de minister dat eiser vaag, oppervlakkig en summier heeft verklaard over het vonnis. In dit verband heeft de minister erop gewezen dat het vaag en onduidelijk is gebleven hoe eisers broer aan een foto van eisers vonnis kon komen en dat eiser ook summier en oppervlakkig heeft verklaard over de inhoud van het vonnis. Zo weet eiser niet waarom het vonnis is uitgevaardigd op 29 oktober 2023 terwijl de inval plaatsvond op 30 mei 2023. Ook kan eiser niet met zekerheid zeggen dat het vonnis enkel op de gebeurtenis rondom het overmaken van geld aan [naam3] ziet. De minister stelt verder dat eiser in het verleden geen concrete persoonlijke problemen heeft ondervonden met de Iraanse autoriteiten. Ook heeft de minister aan eisers tegengeworpen dat zij zich niet zo spoedig als mogelijk - binnen 48 uur na de inval in hun huis in Iran - hebben gemeld voor de indiening van hun asielaanvragen en dat zij daarvoor geen verschoonbare reden hebben aangevoerd. Dat zij niet meer zo jong zijn, vindt de minister geen verschoonbare reden. Tot slot overweegt de minister dat eisers niet met individuele feiten en omstandigheden aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op vervolging of ernstige schade lopen. Uit de algemene informatie zoals door eisers is overgelegd blijkt dat over het algemeen weinig aandacht wordt besteed door de autoriteiten aan afgewezen asielzoekers bij terugkeer naar Iran. In dit verband heeft de minister er opnieuw op gewezen dat eisers Iran legaal hebben verlaten en dat zij niet behoren tot één van de groepen die zijn gekenmerkt als risicoprofiel.

De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen van eisers terecht zijn afgewezen als ongegrond.

Verwijzing naar zienswijze

5. De rechtbank overweegt allereerst dat de stelling van eisers in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eisers om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hen niet juist of toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eisers in beroep heeft aangevoerd.

Heeft de minister het tweede asielmotief van eiser ongeloofwaardig kunnen achten?

6. Eisers stellen dat de minister het tweede asielmotief ten onrechte niet geloofwaardig acht. Volgens eisers zijn hun verklaringen over de problemen als gevolg van het overmaken van geld naar Iran niet alleen gebaseerd op vermoedens. Verder stellen zij dat zij zonder problemen legaal hebben kunnen uitreizen omdat geen uitreisverbod tegen hen is uitgevaardigd en dat - als dit al het geval zou zijn geweest - het enkele dagen kan duren voordat dit in het systeem wordt verwerkt. Eisers voeren verder aan dat de inval in hun woning niet alleen is gebaseerd op verklaringen van derden. De verklaringen komen van de broer en hij heeft ook een video-opname gemaakt van het huis na de inval. Eisers menen voldoende inspanningen te hebben geleverd om hun asielrelaas aannemelijk te maken. Verder menen eisers dat de minister ten onrechte geen waarde hecht aan het vonnis, omdat het een kopie betreft. Ook bestrijdt eiser dat hij summier heeft verklaard over het vonnis. Omdat eiser eerder problemen heeft gehad met de Iraanse autoriteiten en de minister deze problemen geloofwaardig acht, dient de minister nader te onderzoeken en te motiveren welke gevaren eiseres lopen bij terugkeer naar Iran.

De rechtbank is van oordeel dat de minister het tweede asielmotief niet ten onrechte niet geloofwaardig acht. In dit verband heeft de minister er in de eerste plaats terecht op gewezen dat eisers niet hebben betwist dat zij de asielaanvragen niet zo spoedig als mogelijk hebben ingediend en dat zij daarvoor geen goede verklaring hebben. De rechtbank overweegt verder dat de minister terecht stelt dat eisers weliswaar stellen dat een overboeking van 50 miljoen Iraanse rial vanuit Nederland naar de heer [naam3] in Iran zou hebben gezorgd voor het blokkeren van hun bankrekening, de inval in hun woning en het vonnis van de rechtbank, maar dat eisers geen bankafschriften hebben overgelegd waaruit blijkt dat een betaling zou zijn gedaan vanuit Nederland naar Iran. Wel zijn bankafschriften overgelegd van de periode dat zij nog in Iran verbleven. Uit die bankafschriften volgt dat eiser eerder – in maart en mei 2023 - veel grotere bedragen (tweemaal 200 miljoen Iraanse rial en éénmaal 500 miljoen Iraanse rial) heeft overgemaakt aan de heer [naam3] . Uit de verklaringen van eisers en het feit dat zij legaal op hun eigen paspoorten hebben kunnen uitreizen, kan worden afgeleid dat deze betalingen niet tot problemen hebben geleid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat niet valt in te zien waarom dan het overboeken van een bedrag van 50 miljoen Iraanse rial voor een operatie plotseling de interesse van de autoriteiten zou opwekken. Ten aanzien van de inval in de woning heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat eisers deze informatie hebben gekregen van derden en dat uit de video-opname van het huis van eisers na de inval niet kan worden afgeleid dat de Sepah een inval in hun woning zou hebben gedaan. Dat de minister geen waarde zou hebben toegekend aan het kopie van de door eiser overgelegde vonnis, is een onjuiste lezing van het bestreden besluit. In het bestreden besluit heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat een kopie niet kan worden onderzocht op authenticiteit en dat aan het document niet de waarde toekomt die eisers wensen. Wel heeft de minister enige waarde aan het document toegekend. De minister heeft immer ook gekeken naar de inhoud van het vonnis en overwogen dat ook de inhoud van het vonnis geen onderbouwing vormt voor de gestelde problemen. Uit het vonnis volgt volgens de minister namelijk niet dat de veroordeling het gevolg is van een betaling die vanuit Nederland heeft plaatsgevonden. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister er verder op gewezen dat in het vonnis staat dat eerdere dagvaardingen of oproepingen en schriftelijke waarschuwingen die door het provinciehuis van de provincie [provincienaam] aan eiser zijn betekend. Uit de verklaringen van eisers blijkt hiervan niet. Gelet op het voorgaande heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat het tweede asielmotief niet geloofwaardig is. De beroepsgrond slaagt niet.

Risico op vervolging

7. Eisers zijn van mening dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel kans op vervolging hebben in het land van herkomst.

De rechtbank stelt vast dat eisers deze stelling niet nader hebben onderbouwd. Zonder deze nadere onderbouwing kan niet worden gesproken van een gemotiveerde beroepsgrond die de rechtbank moet beoordelen. Voor zover deze beroepsgrond naar voren is gebracht in het kader van de geloofwaardigheid van het tweede asielmotief, kan deze beroepsgrond niet slagen, gelet op het hiervoor onder 6.1 gegeven oordeel. Het enkele feit dat geloofwaardig is dat eisers uit Iran komen, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met de informatie uit het AAB Iran voor wat betreft de risico’s bij terugkeer?

8. Eisers stellen dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het AAB Iran en dat hij onvoldoende heeft onderzocht en heeft gemotiveerd welke risico’s zij lopen bij terugkeer naar Iran bij de grens en ook als zij Iran hebben ingereisd.

De rechtbank stelt vast dat de minister op pagina 5 en 6 van het bestreden besluit van eiser gemotiveerd heeft aangegeven dat en waarom de enkele verwijzing naar beschikbare landeninformatie over de situatie op de luchthaven bij terugkeer naar Iran is onvoldoende om aannemelijk te achten dat eisers daadwerkelijk een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade vanwege enkel de terugkeer. Volgens de minister hebben eisers dat niet met individuele feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt. In dit verband heeft de minister onder verwijzing naar pagina 116 van het AAB Iran overwogen dat over het algemeen weinig aandacht wordt besteed door de autoriteiten aan afgewezen asielzoekers bij terugkeer naar Iran. De minister heeft er daarbij op gewezen dat in het geval van terugkeer van eisers naar Iran zou leiden tot een ondervraging, dit met name als doel zou hebben om te achterhalen of zij politieke of religieuze activiteiten hebben ondernomen. Volgens de minister is daarvan, gelet op de verklaringen van eisers en het gegeven dat asielmotief 2 ongeloofwaardig is geacht, geen sprake. De minister heeft ten slotte overwogen dat eisers Iran legaal hebben verlaten en dat zij niet vallen onder één van de groepen die voor Iran zijn gekenmerkt als risicoprofiel. Bij gebrek aan een nadere onderbouwing, volgt de rechtbank eisers stelling dan ook niet. De beroepsgrond slaagt niet.

9. De rechtbank ziet verder ambtshalve geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de asielaanvragen van eisers ten onrechte zijn afgewezen als ongegrond.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvragen van eisers terecht afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en dat zij moeten terugkeren naar Iran. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?