ECLI:NL:RBDHA:2025:24225

ECLI:NL:RBDHA:2025:24225, Rechtbank Den Haag, 30-07-2025, 23/3640

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 23/3640
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wmo. Beroep tegen de hoogte van het pgb voor vervoerskosten is ongegrond. Vervoerstegemoetkoming is een passende bijdrage voor het realiseren van een situatie waarin eiseres in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie. Schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn,

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K.J. Kerdel),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: mr. L.J. van der Zwart).

en

de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres gericht tegen de hoogte van het toegekende persoonsgebonden budget (pgb) voor vervoerkosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Met het besluit van 8 november 2022 (primair besluit I) heeft het college aan eiseres een persoonsgebonden budget (pgb) voor vervoerskosten met intensiteit intensief toegekend van € 50,- per maand.

Met het besluit van 8 november 2022 (primair besluit II) heeft het college de aanvraag van eiseres voor een traplift ingevolge de Wmo afgewezen.

Met het besluit van 8 november 2022 (primair besluit III) heeft het college de aanvraag voor een douche- en toiletvoorziening ingevolge de Wmo afgewezen.

Op 15 november 2022 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten.

Op 24 maart 2023 heeft eiseres een ingebrekestelling naar het college gestuurd, wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Op 17 mei 2023 heeft eiseres beroep ingesteld, omdat het college niet tijdig een beslissing op bezwaar heeft genomen.

Met het besluit van 27 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten gegrond verklaard.

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege mede betrekking op het bestreden besluit.

Op 27 juli 2023 heeft eiseres een aanvullend beroepschrift ingediend en verzocht om het beroep tegen niet-tijdig beslissen mede aan te merken als het beroep gericht tegen het bestreden besluit. Op 8 september 2023 heeft eiseres aanvullende gronden ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Op 16 februari 2024 heeft eiseres aanvullende stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op 29 augustus 2024 plaatsgevonden. De moeder van eiseres is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Packbier, gemachtigde ter zitting.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiseres in de gelegenheid te stellen bij Valys te informeren of zij in staat zijn om eiseres binnen de reguliere tijd, gelet op haar beperkingen, van deur tot deur te vervoeren. Daarnaast wordt eiseres in de gelegenheid gesteld een medische verklaring over te leggen waarin is vermeld dat eiseres vanwege haar gezondheidsklachten niet langdurig in een bus(je) kan zitten.

Eiseres heeft op 21 november 2024 aanvullende stukken ingediend. Het college heeft bij brief van 2 december 2024 gereageerd.

Partijen hebben de rechtbank niet te kennen gegeven dat zij van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord gebruik willen maken. De rechtbank heeft het onderzoek daarom gesloten op 14 juli 2025.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres is onder andere bekend met leukemie, obesitas en astma. Vanwege long Covid is haar medische situatie verslechterd. Op 31 maart 2022 heeft eiseres een melding gedaan op grond van de Wmo. Bij de melding heeft eiseres aangegeven dat zij vanwege haar aandoeningen zelf geen zaken meer kan oppakken. Haar administratie en financiën moeten worden opgepakt omdat er schulden zijn ontstaan. Eiseres heeft begeleiding nodig voor gespecialiseerde hulpverlening, het opbouwen van een stabiele thuissituatie en het aanleren van sociale en communicatieve vaardigheden. Daarnaast is er hulp nodig bij het onderhouden van contacten, het hebben van een netwerk, het voeren van een huishouden en bij zelfzorg. Ook ervaart eiseres problemen bij het bezoeken van het ziekenhuis en het reizen naar de dagbesteding.

Op 17 augustus 2022 heeft eiseres gesproken met de casemanager Wmo. Naar aanleiding van dat gesprek is er een advies opgesteld.

Op 30 oktober 2022 heeft eiseres een aanvraag voor een vervoersvoorziening, een woningaanpassing en een douche- en toiletvoorziening ingediend. Bij primair besluit I heeft het college aan eiseres een pgb voor vervoerskosten met intensiteit intensief toegekend ter hoogte van € 50,- per maand. Aan de dit besluit ligt ten grondslag dat eiseres beperkingen ervaart met haar mobiliteit, waardoor zij zich onvoldoende kan verplaatsen over lange afstanden. Mensen uit haar omgeving kunnen haar niet of onvoldoende helpen hierbij. Bij primair besluit II heeft het college de aanvraag voor een traplift afgewezen, omdat eiseres de voorziening niet langdurig nodig heeft voor haar beperkingen. Bij primair besluit III heeft het college de aanvraag voor een douche- en toiletvoorziening afgewezen, omdat de voorziening die eiseres vraagt ook door mensen zonder een beperking worden gebruikt en eiseres deze zelfstandig kan kopen.

In het kader van de bezwaarprocedure heeft het college om een sociaal medisch advies gevraagd aan Calder Werkt. Op 15 mei 2023 heeft er een medisch onderzoek aan huis plaatsgevonden. Op dezelfde dag is er een medisch advies opgemaakt. In het advies wordt geconcludeerd dat eiseres geen huishoudelijke taken kan verrichten omdat zij nog geen 5 minuten en geen 5 meter kan lopen. Ook kan zij geen zware inspanning uitoefenen vanwege een laag energieniveau en problemen aan de luchtwegen. Ze heeft hulp nodig bij Algemene Dagelijkse levensverrichtingen, douchen en het huishouden. Ze kan niet traplopen en buitenshuis heeft ze een vervoersmiddel nodig. Ook kan ze niet buigen of hurken. Ze heeft een breed sociaal netwerk dat haar kan helpen bij het doen van boodschappen. Haar situatie kan na gerichte behandeling – die binnenkort plaats zal vinden – iets verbeteren, maar het effect hiervan wordt pas na enkele jaren verwacht.

Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres tegen primair besluit II en primair besluit III gegrond verklaard. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat, op grond van de medische informatie verkregen in bezwaar, er aanleiding bestaat voor het verstrekken van een traplift waarbij eiseres zelfstandig transfers kan maken. Ook is voldoende aannemelijk gemaakt dat gezien de (ook energetische) beperkingen van eiseres en de ondersteuning die zij bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen behoeft, een toilet of toiletbril met een spoelfunctie noodzakelijk is.

Het college heeft het bezwaar van eiseres tegen primair besluit I ongegrond verklaard. Met de verleende maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb van € 50,- per maand, wordt eiseres geacht in haar vervoersdoelen op middellange en lange afstand in de Regio Den Haag te kunnen voorzien. De gemeente verstrekt een pgb voor regionaal vervoer als zich een situatie voordoet waarbij regionaal contact noodzakelijk is voor de participatie en zelfredzaamheid van eiseres. Bovenregionaal vervoer behoort niet tot de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar wordt uitgevoerd door het Rijk via de Valys. Voor ziekenhuisafspraken en revalidatietrajecten kan eiseres via de zorgverzekering taxivervoer of rolstoelvervoer aanvragen. Dit is een voorliggende voorziening. Dat betekent dat van de vervoersdoelen van eiseres, alleen de volgende doelen onder de Wmo vallen:

twee tot driemaal per week naar de dagbesteding; 5,8 kilometer retour; ca. 17,4 kilometer per week;

eenmaal per maand naar de bingo; 15,6 kilometer retour; 3,6 kilometer per week;

eenmaal per twee weken kaarten; 15,6 kilometer retour; 7,8 kilometer per week.

Dit komt in totaal uit op 28,8 kilometer per week. Dit past in een verplaatsingsbehoefte tot 40 kilometer per week, aldus binnen de intensiteit Plus met een pgb van € 33,- per maand. In verband met het verbod van reformatio in peius laat het college dit in bezwaar ongemoeid, en blijft het pgb € 50,- per maand.

Wat vindt eiseres?

3. Eiseres stelt dat de toegekende vervoersvoorziening niet toereikend is om in haar vervoersbehoefte te voorzien. Het college heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de beperkingen en belemmeringen van eiseres ten aanzien van de voorliggende vervoersvoorzieningen. Gelet op haar fysieke en psychische gesteldheid, kan van eiseres niet worden verwacht dat zij gebruik maakt van het vervoer via Valys. Dit vervoer is onvoldoende afgestemd op haar individuele behoeftes. Ook groepsvervoer en openbaar vervoer zijn voor eiseres niet passend. Gezien haar ernstige overgewicht kan zij niet in elk vervoersmiddel vervoerd worden. Eiseres is vanwege ernstige jeugdtrauma’s gediagnosticeerd met PTSS. Daarnaast heeft zij ADHD. Ook dit maakt dat vervoer via Valys voor eiseres belastend is. Daarnaast heeft ze last van wagenziekte en moet ze regelmatig een toilet bezoeken. Voorts is ten onrechte aangenomen dat eiseres voor ziekenhuisafspraken en revalidatietrajecten via de Zorgverzekering in aanmerking zou kunnen komen voor taxivervoer of rolstoelvervoer. Ook heeft het college niet onderkend dat de vervoersbehoefte van eiseres dusdanig hoog is dat zij hiervoor niet altijd een beroep kan doen op haar netwerk. De medisch noodzakelijke behandeling van eiseres komt in het gedrag door te volstaan met vervoerskosten van € 50,- per maand. Ook heeft het college niet meegewogen dat eiseres in een (verder) isolement zal raken als zij niet of onvoldoende wordt voorzien in vervoer naar de door haar opgegeven activiteiten en sociale contacten. Het college heeft ten onrechte geen uitzondering gemaakt op grond van artikel 3.4.1, vijfde lid, van de Regeling maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 voor het vervoer buiten de regio Den Haag en voor het vervoer naar medische afspraken. Het college heeft nagelaten om een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 van de Awb te maken.

Wat oordeelt de rechtbank?

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar

4. Omdat het college met het bestreden besluit alsnog een beslissing op het bezwaar van eiseres heeft genomen en blijkens de ontvangstbevestiging ingebrekesteling van 28 maart 2023 een dwangsom heeft verstrekt wegens het niet tijdig beslissen, is het procesbelang bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit komen te vervallen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank ziet hierin aanleiding om te bepalen dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt en het college te veroordelen in de proceskosten van eiseres.

Beroep tegen het bestreden besluit

De rechtbank stelt vast dat de weigering om een maatwerkvoorziening in de vorm de traplift en een douche- en toiletvoorziening niet meer ter beoordeling ligt, aangezien het college deze maatwerkvoorzieningen bij het bestreden besluit heeft toegekend.

Tussen partijen is in geschil of de financiële vervoerstegemoetkoming van € 50,- per vier weken een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin eiseres in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie.

Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

In artikel 3.6, eerste lid van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2018 (de verordening) is bepaald dat een cliënt in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening of het aanpassen van een eigen vervoersmiddel, wanneer de cliënt niet of onvoldoende gebruik kan maken van een algemene voorziening voor vervoer. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat het college nadere regels kan stellen inzake de toegang, aard, inhoud en omvang van de in dit artikel genoemde maatwerkvoorzieningen.

In artikel 3.4.1, eerste lid van de Regeling maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 (de regeling) bepaalt het college de maximum normbedragen voor de kosten van vervoersvoorzieningen in de vorm van een pgb in bijlage II. Het vierde lid van dit artikel bepaalt dat voor vergoeding in aanmerking komt het vervoer in de regio Haaglanden, bestaande uit de gemeenten: Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Het vijfde lid bepaalt dat het college in bijzondere gevallen gemotiveerd kan afwijken van het vierde lid.

Volgens vaste rechtspraak mag het college bij de invulling van de op hem rustende verplichting tot compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die betrokkene ondervindt, zich beperken tot diens lokale vervoersbehoefte. Het college is op grond van de Wmo niet gehouden om een vervoersvoorziening te treffen die eiseres in staat stelt zich bovenregionaal te verplaatsen. Dit betekent dat aan de aanwezigheid van bovenregionale sociale contacten op zichzelf geen, dan wel slechts in bijzondere situaties een beslissende betekenis toekomt.

De vraag is of er in geval van eiseres bijzondere omstandigheden zijn die reden geven om af te wijken van het beleid dat slechts regionale contacten voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de beoordeling hiervan is van belang of eiseres in een sociaal isolement dreigt te raken. Daarvan is sprake indien binnen de regio geen sociale contacten zijn en de buiten de regio wonende familie en vrienden niet in staat zijn een betrokkene te bezoeken. Daarvan is de rechtbank onvoldoende van gebleken. Door eiseres is weliswaar gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt dat zij in een sociaal isolement zal raken. Het college heeft terecht overwogen dat eiseres heeft verklaard dat zij onder andere driemaal per week naar het buurtcentrum gaat, een knutselavond en naar de bingo. Niet is gebleken dat eiseres is een sociaal isolement zal raken indien zij haar bovenregionale contacten niet door middel van het afleggen van persoonlijke bezoeken kan onderhouden. Ook is niet gebleken dat haar familie niet bij haar op bezoek zou kunnen komen. Verder is niet gebleken dat het college de medische situatie van eiseres en haar vervoersbehoefte onvoldoende en onjuist in kaart heeft gebracht. De rechtbank is daarom niet gebleken van een dusdanige situatie die toepassing van artikel 3.4.1, vijfde lid, van de regeling kan rechtvaardigen.

In hetgeen eiseres in haar aanvullende gronden van 21 november 2024 naar voren heeft gebracht, heeft de rechtbank geen steun gevonden om tot een ander oordeel te komen. Uit de mailwisseling met Valys volgt dat binnen het huidige contract onvoldoende ruimte is voor maatwerk, maar dat eiseres welkom is een Valyspas aan te vragen en dat zij altijd gratis een begeleider mag meenemen. Uit de door eiseres overgelegde ontslagbrief van HSK-groep van 25 november 2019 volgt dat er bij eiseres sprake is van een posttraumatische-stressstoornis en een depressieve stoornis. Verder volgt hieruit dat na het ontslag nog steeds sprake was van deze stoornissen en dat een doorverwijzing besproken is. Uit de door eiseres overgelegde (medische) stukken kan echter niet worden afgeleid dat zij vanwege haar gezondheidsklachten niet langdurig in een busje kan zitten. Eiseres heeft daarom niet onderbouwd waarom vervoer met Valys – een voorliggende voorziening op het bovenlokaal vervoer - niet adequaat zou (kunnen) zijn.

Voorts heeft eiseres niet met objectieve gegevens onderbouwd dat zij voor bezoeken aan het ziekenhuis en het revalidatiecentrum buiten de regio geen beroep kan doen op de Zorgverzekeringswet.

Ook het betoog van eiseres dat in Mijn Plan is toegezegd dat voor het bezoek aan het graf van haar vader één keer per maand zou worden gecompenseerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank volgt het college in het standpunt dat er uitsluitend compensatie is voor vervoersdoelen die onder de Wmo 2015 vallen. In geval van eiseres zijn dat tweemaal tot driemaal per week naar de dagbesteding, eenmaal per maand naar de bingo en eenmaal per twee weken kaarten. Dat is 28,8 km per week en past in een verplaatsingsbehoefte van 40 km per week en dus in intensiteit plus met een pgb bedrag van € 33,- per maand. Gelet op de reformatio in peius heeft het college terecht de toegekende € 50,- per maand gehandhaafd. Dit is ook het maximaal toe te kennen bedrag op basis van de regeling. Hiermee is dan ook feitelijk voorzien in het maandelijks bezoeken van het graf van de vader van eiseres.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college terecht de vervoerstegemoetkoming op € 50,- per vier weken vastgesteld als passende bijdrage voor het realiseren van een situatie waarin eiseres in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie. Het bestreden besluit is derhalve niet in strijd met het motiverings- of zorgvuldigheidsbeginsel.

Conclusie

5. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand.

6. De rechtbank ziet aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten die eiseres inzake het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank is van oordeel dat eiseres voor dit beroepschrift een proceskostenveroordeling met een wegingsfactor van 0,5 toekomt. Met inachtneming hiervan stelt de rechtbank de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn

7. De rechtbank ziet aanleiding om te beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor een schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Na het indienen van de aanvullende informatie op 21 november 2024 heeft de rechtbank nagelaten om eiseres op adequate wijze in te lichten over de verdere afhandeling van het beroep. Gelet hierop heeft de afdoening van deze zaak onnodig lang geduurd.

De behandeling van zaken als deze, waarin van een bezwaar- en beroepstermijn sprake is, mag maximaal twee jaar duren. Daarbij is een termijn van zes maanden voor de behandeling van het bezwaar en een termijn van anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep redelijk. De te beoordelen periode vangt aan met de datum waarop het bezwaarschrift door het college is ontvangen en loopt door tot de datum waarop de rechtbank in eerste aanleg (eind)uitspraak heeft gedaan. De schadevergoeding bedraagt € 500,- per overschrijding van een half jaar, naar boven afgerond.

De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op 15 november 2022, de datum waarop eiseres bezwaar heeft ingediend tegen het primaire besluit. Dit betekent dat de redelijke termijn op 15 november 2024 afliep. Gelet op de datum van deze uitspraak, 30 juli 2025, is de redelijke termijn overschreden me (afgerond naar boven) 9 maanden is overschreden. Daarmee correspondeert een vergoeding van immateriële schade van € 1.000,-.

Bij de toekenning van de schadevergoeding moet de rechtbank beoordelen in hoeverre de overschrijding van de redelijke termijn is toe te rekenen aan het college respectievelijk aan de rechtbank. De bezwaarprocedure heeft – gerekend vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 15 november 2022 tot aan het bestreden besluit van 27 juni 2023 – 9 maanden geduurd. Dit is een overschrijding van 2 maanden. De procedure bij de rechtbank heeft – gerekend vanaf de datum van de beslissing op bezwaar tot deze uitspraak – ruim 18 maanden geduurd. Dit is een overschrijding van 7 maanden.

Het bedrag van € 1.000,- zal in evenredigheid worden toegerekend aan het college en de Staat. De rechtbank zal het college veroordelen tot betaling van een bedrag van € 222,22 (2/9 van € 1.000) en de Staat tot betaling van een bedrag van € 777,78 (7/9 van € 1.000).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.C. Bannink

Griffier

  • mr. F. Leichel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?