ECLI:NL:RBDHA:2025:24228

ECLI:NL:RBDHA:2025:24228, Rechtbank Den Haag, 11-09-2025, 23/4686

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer 23/4686
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Zvw. Bezwaar tegen definitieve jaarafrekening terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege late indiening. Beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

het Centraal Administratie Kantoor (CAK), het CAK

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/4686

en

(gemachtigde: [naam]).

1. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve jaarafrekening 2019. Dit betreft de bijdrage die eiser moet betalen in verband met medische zorg, de zogeheten buitenlandbijdrage. Het CAK heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CAK het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege de te late indiening. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 2 maart 2021 (het primaire besluit) heeft het CAK de definitieve jaarafrekening over 2019 vastgesteld en de bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet bepaald op € 1.768,81. Met het bestreden besluit van 9 mei 2023 heeft het CAK het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1945 en is woonachtig in [woonplaats], Duitsland. Eiser ontvangt een uitkering op grond van de Algemene ouderdomswet. Met het besluit van 24 maart 2015 heeft het CAK vastgesteld dat eiser met ingang van 17 maart 2015 verdragsgerechtigd is en een verdragsbijdrage (ook wel: buitenlandbijdrage) dient te betalen.

Met het primaire besluit heeft het CAK de definitieve jaarafrekening over 2019 vastgesteld op € 1.768,81. Volgens de eindafrekening moest eiser nog een bedrag van € 200,22 aan het CAK betalen. Het CAK heeft betalingsherinneringen aan eiser verstuurd. Eiser heeft in reactie hierop laten weten dat hij de definitieve jaarafrekening over 2019 niet heeft ontvangen. Het CAK heeft deze vervolgens op 4 juni 2021 naar eiser gemaild. Daarna heeft het CAK nog diverse betalingsherinneringen naar eiser verstuurd. Eiser heeft eerst op 8 februari 2023 een bezwaarschrift ingediend tegen de definitieve jaarafrekening 2019.

Met het bestreden besluit heeft het CAK het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Het CAK heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de termijn om bezwaar in te dienen verliep op 13 april 2021. Het is niet gebleken dat eiser niet in staat was binnen de daarvoor wettelijk gestelde termijn bezwaar aan te tekenen.

Wat vindt eiser?

4. Eiser voert aan dat zijn bezwaarschrift niet te laat is ingediend. Het CAK had zijn e-mail van 6 juni 2021 namelijk moeten beschouwen als een inhoudelijk bezwaarschrift. Daarnaast kon eiser niet eerder reageren. Hij betwist niet dat de brief met de jaarafrekening is verzonden, echter heeft hij deze nooit ontvangen. Omdat het CAK het bezwaarschrift inhoudelijk heeft behandeld, is het volgens eiser ontvankelijk geworden. Daarnaast voert eiser aan dat het CAK de jaarafrekening van 2019 onjuist heeft vastgesteld.

Wat oordeelt de rechtbank?

5. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint te lopen op de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag waarop het besluit aan de geadresseerde is toegezonden. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet-tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaanniet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.

Het primaire besluit is bekendgemaakt door verzending aan eiser op 2 maart 2021. Dit betekent dat het bezwaar uiterlijk op 13 april 2021 ingediend had moeten zijn. Eiser heeft pas op 13 februari 2023 bezwaar ingediend. Dit is ruim na afloop van de termijn.

Eiser ontkent dat hij het besluit van 2 maart 2021 heeft ontvangen. Gelet hierop ligt het op de weg van het CAK om aannemelijk te maken dat het besluit aan eiser is toegezonden. Hiertoe heeft het CAK de stappen in het verzendproces verduidelijkt en een kopie van de ‘Detailinformatie definitieve jaarafrekening persoonsgegevens’ en ‘Batch 00008789’ overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat het kenmerk van het primaire besluit (001649018DE19D01) in de administratie van het CAK correspondeert met het besluit nummer 000010848568. Dit document is als onderdeel van batch 8789 op 24 februari 2021 aangeleverd bij PostNL en op 2 maart 2021 verzonden naar het adres van eiser ([adres] in [woonplaats], Duitsland). Hiermee heeft het CAK de verzending van het besluit aannemelijk gemaakt. Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van de geadresseerde om het vermoeden van ontvangst van het besluit op het adres te ontzenuwen. Het ligt dus op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat aan de ontvangst van het besluit redelijkerwijs kan worden getwijfeld. Eiser is hierin niet geslaagd. Hij heeft namelijk geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan de ontvangst van het primaire besluit redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Daarom moet het er voor worden gehouden dat eiser het primaire besluit heeft ontvangen.

Eiser heeft geen omstandigheden genoemd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hem niet kan worden verweten dat hij te laat bezwaar heeft aangetekend. Daarbij acht de rechtbank tevens van belang dat het CAK op 4 juni 2021 de jaarafrekening per mail aan eiser heeft overgelegd. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij niet in staat was om binnen zes weken na ontvangst hiervan bezwaar te maken, en waarom hij dit pas veel later, namelijk op 8 februari 2023 heeft gedaan.

Het betoog van eiser dat zijn e-mail van 6 juni 2021 als bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt slaagt niet. Het CAK heeft terecht gesteld dat dit een e-mail met vragen betreft naar aanleiding van de betalingsherinnering. Er blijkt niet uit dat eiser het niet eens is met het besluit en dat hij daartegen in bezwaar wil gaan.

Voor zover eiser aanvoert dat de niet-ontvankelijkverklaring is opgeheven doordat het CAK zijn bezwaarschrift inhoudelijk heeft behandeld, volgt de rechtbank dit evenmin. Het CAK heeft eiser in een aparte brief van 9 mei 2023 geïnformeerd over de wijze waarop de definitieve jaarafrekening is berekend. Deze brief met een toelichting op de wijze waarop de jaarafrekening is vastgesteld, was onverplicht en leidt er niet toe dat het bezwaar ontvankelijk is geworden.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het CAK het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat hij dit te laat heeft ingediend. Daarom komt de rechtbank niet aan een inhoudelijke bespreking van de overige beroepsgronden toe.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.J. Waterbolk

Griffier

  • mr. F. Leichel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?