Vastelling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 25 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Kara te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Zij hebben hier geen gebruik van gemaakt.
Op 20 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De moeder en de vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.
Feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen bij de vader zijn:
waarbij het halen en brengen gelijkelijk tussen de ouders wordt verdeeld, althans een zorgregeling te bepalen die de rechtbank in goede justitie verneemt te behoren, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Vaststelling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat zij meerdere keren heeft geprobeerd met de vader afspraken te maken over de zorgregeling. Uiteindelijk zijn zij overeengekomen dat de kinderen om het weekend van vrijdag 17:00 uur tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven. Ten aanzien van de vakanties en feestdagen is de vader niet bereid om tot een verdeling te komen. De moeder wil dat er duidelijkheid, rust en regelmaat komt.
De rechtbank overweegt als volgt. De relatie tussen de ouders is recent beëindigd. De moeder stelt dat zij een zorgregeling zijn overeengekomen, waarbij de kinderen om het weekend van 17:00 uur tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven. Zij stelt dat deze regeling ook wordt uitgevoerd. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet naar de zitting gekomen om zijn kant van het verhaal te vertellen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de ouders deze regeling hebben afgesproken en dat zij deze regeling ook uitvoeren. Daarnaast heeft de vader zich niet verzet tegen de verzochte verdeling van de vakanties en feestdagen.
De rechtbank vindt het belangrijk dat de kinderen regelmatig contact hebben met hun vader. Daarbij rust op beide ouders de verantwoordelijkheid om voor de kinderen te zorgen, ook tijdens vakanties en feestdagen. Gelet hierop zal de rechtbank de zorgregeling die de moeder heeft verzocht, inclusief verdeling van vakanties en feestdagen, vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de kinderen om het weekend van vrijdag 17:00 uur tot zondag 19:00 uur bij de vader zijn alsmede de helft van de zomervakantie, kerstvakantie en feestdagen, waarbij het halen en brengen tussen de ouders gelijkelijk wordt verdeeld;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.