[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Selçuk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Hoesseinbaks).
Inleiding
Met het besluit van 26 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een mvv met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]' ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2025 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, referente ([naam]) en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser is geboren op [datum] 2005 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Referente is de oma van eiser. Zij heeft op 30 april 2020 een aanvraag ingediend voor een mvv voor verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot. Op 8 januari 2021 is aan referente verblijf verleend. Op 6 september 2023 heeft referente voor eiser een mvv aangevraagd.
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 7 maart 2024 (het primaire besluit) en die beslissing bij het bestreden besluit gehandhaafd. Volgens verweerder wordt niet voldaan aan artikel 3.28, eerste lid, van het Vb, omdat niet is gebleken dat eiser in Suriname geen aanvaardbare toekomst heeft. Daarnaast is volgens verweerder niet gebleken van hechte persoonlijke banden tussen eiser en referente, waardoor er geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat hij geen aanvaardbare toekomst in Suriname heeft en dat zijn gezinsleven met referente wordt beschermd door artikel 8 van het EVRM. Tot het vertrek van referente naar Nederland in 2021 heeft hij altijd deel uitgemaakt van haar gezin. Referente heeft altijd voor hem gezorgd en doet dat nog steeds. Volgens eiser wordt een onmogelijke bewijslast bij hem weggelegd door te verlangen dat de hechte persoonlijke band wordt aangetoond met objectieve stukken. De overgelegde voogdijbeschikking en verklaringen bieden daarvoor voldoende onderbouwing. Verder heeft referente uitgelegd dat zij niet direct bij aankomst in Nederland een aanvraag voor eiser heeft ingediend, omdat zij eerst hier haar leven op orde wilde krijgen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Onaanvaardbare toekomst
4. Op grond van artikel 3.28, eerste lid, van het Vb kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid worden verleend aan de minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, en die naar het oordeel van verweerder in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft.
5. Volgens het beleid van verweerder, neergelegd in onderdeel B7/3.7.1 van de Vc, is geen sprake van een aanvaardbare toekomst als er zodanige omstandigheden zijn dat het kind niet of bezwaarlijk in het land van herkomst kan worden verzorgd door naaste bloed- of aanverwanten die daar wonen. Onder naaste bloed- of aanverwanten wordt verstaan de ouders, grootouders, broers of zusters van het buitenlandse pleegkind of de broers of zusters van de ouders van het buitenlandse pleegkind (ooms en tantes van het buitenlandse pleegkind).
6. Vooropgesteld moet worden dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag of eiser in Suriname geen aanvaardbare toekomst heeft. Dat betekent dat de toetsing door de bestuursrechter terughoudend moet zijn. Aan de andere kant moet verweerder het besluit wel zorgvuldig voorbereiden en deugdelijk motiveren. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in Suriname wonende naaste bloed- of aanverwanten niet of bezwaarlijk voor hem kunnen zorgen.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen aanvaardbare toekomst heeft in Suriname. Verweerder heeft referente met een brief van 15 februari 2024 gevraagd naar naaste familieleden van eiser in Suriname en waarom zij niet of heel moeilijk voor eiser kunnen zorgen. Daarop heeft referente in een brief van 25 februari 2024 verklaard dat eiser sinds haar vertrek bij zijn opa woonde, maar dat opa dementerend was. Zij heeft een verklaring van een klinisch geriater overgelegd waarin dit wordt bevestigd. Referente heeft verder verklaard dat er nog een oom en twee tantes van eiser in Suriname zijn. Eiser zou daar niet terecht kunnen omdat zij zelf met veel moeite kunnen voorzien in hun bestaan en de zorg voor eiser er niet bij kunnen en willen hebben. Er zou sprake zijn van beperkte woonruimte en de tante die sinds het vertrek van referente samen met opa voor eiser zorgde, zou sociale, psychische en lichamelijke problemen hebben. Er zijn echter geen objectieve bewijsstukken overgelegd om deze stellingen te onderbouwen, terwijl verweerder daar in de brief van 15 februari 2024 ook expliciet om heeft verzocht. Er is dan ook onvoldoende aangetoond dat eisers familie in Suriname, eventueel met financiële ondersteuning van referente, niet voor hem kan zorgen. Daarmee is evenmin aannemelijk gemaakt dat eiser in Suriname geen aanvaardbare toekomst heeft.
Hechte persoonlijke banden
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiser en referente. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat eiser sinds zijn geboorte door referente is verzorgd en opgevoed. Als daar al van uit moet worden gegaan, dan is niet gebleken dat eiser sinds het vertrek van referente naar Nederland nog deel uitmaakt van haar gezin. Daarbij is van belang dat referente in 2020 bij haar aanvraag voor een mvv voor verblijf bij haar partner geen melding heeft gemaakt van eiser of van een wens tot zijn overkomst naar Nederland. Referente is vervolgens begin 2021 naar Nederland gekomen, maar pas in juli 2023 heeft zij de voogdij over eiser gekregen (voor zover hier al van kan worden uitgegaan, aangezien de overgelegde voogdijbeschikking niet gelegaliseerd is). De aanvraag voor een mvv is pas in september 2023 ingediend. Uit deze omstandigheden kan niet afgeleid worden dat het de intentie van referente is geweest om met eiser een gezin te blijven vormen. Tot slot heeft referente verklaard dat de zorg voor eiser vanuit Nederland bestaat uit het sturen van geld en levensmiddelen en bijna dagelijks telefonisch contact om eiser moed in te spreken. Dit leidt evenmin tot de conclusie dat tussen eiser en referente sprake is van hechte persoonlijke banden.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 9 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.