RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 25/23846 en AWB 25/23847
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.P.J. Grommen),
en
Procesverloop
Bij besluiten van 18 augustus 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder bepaald dat eiser een eigen bijdrage in de kosten van de opvang over de peilmaanden februari en maart 2025 verschuldigd is, omdat eiser inkomen heeft gegenereerd.
Verzoeker heeft tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummers AWB 25/18198 en AWB 25/18200 heeft de rechtbank beslist op de beroepen waarop deze verzoeken om voorlopige voorzieningen betrekking hebben. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op: