RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.6058
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. M.H.S. Volker).
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege de toepasselijkheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Ook is een besluit tot signalering voor de duur van tien jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer: NL25.6057). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.1
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank beslist op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
1 Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 december 2025