ECLI:NL:RBDHA:2025:24297

ECLI:NL:RBDHA:2025:24297, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.60199

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer NL25.60199
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Beroep tegen niet bestaand verlengingsbesluit. Rechtbank onbevoegd. Oneigenlijke wijze van procederen door eisers gemachtigde. Van eisers gemachtigde, een advocaat, mag worden verwacht dat zij prudent omgaat met de rechtsmiddelen die haar cliënt ter beschikking staan en van haar mag eveneens worden verwacht dat zij deze rechtsmiddelen niet inzet om kenbaar te maken dat zij notificaties op één van haar andere zakelijke e-mailadressen wenst te ontvangen. Te meer nu zij al eerder erop is gewezen dat voor het doen van je beklag over dergelijke zaken andere wegen openstaan. Schadelijk bijkomend effect is dat door deze handelwijze een onevenredig beslag wordt gelegd op de rechtspraak die – naar algemeen bekend is – al zwaar is belast.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60199

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),

en

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

De minister heeft op 11 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft op 8 december 2025 beroep ingesteld tegen een verlengingsbesluit.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is op 18 december 2025 gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat hij kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij de hiervoor genoemde maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 december 2025 (in de zaak NL25.59319) volgt dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 8 december 2025, rechtmatig was.

Verlengingsbesluit

3. Eiser heeft direct na de ontvangst van de uitspraak in de zaak NL25.59319 op 8 december 2025 beroep ingesteld tegen een verlengingsbesluit. Op het formulier ‘Beroepschrift Vreemdelingenbewaring Vw 2000’ heeft eisers gemachtigde aangegeven dat het gaat om een besluit van 3 december 2025. Daarbij heeft zij in het formulier onder het kopje ‘Wat zijn de gronden van het beroep?’ het volgende opgemerkt:“Heden maakte uw rechtbank een uitspraak bekend tegen het voortduren van de maatregel bewaring. Echter, indien uw rechtbank (zelf) een zaak aanmaakt in KEI, gebruikt uw rechtbank steeds een e-mailbox voor de notificaties die onjuist is. Hierop is uw rechtbank al meermalen gewezen, maar in casu is zulks wederom geschied, getuige de notificatie die gemachtigde heden (per toeval) onder ogen kreeg. Nu eerdere contacten hierover met uw rechtbank niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, wordt dit op deze wijze gepoogd.”.

4. Gelet op de omstandigheid dat aan eiser met ingang van 11 september 2025 een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 is opgelegd, hiervoor geen andere maatregel van bewaring aan hem is opgelegd en sindsdien nog geen zes maanden zijn verstreken, heeft de rechtbank de minister verzocht aan te geven of het klopt dat er een verlengingsbesluit is genomen.

5. De minister heeft bij brief van 12 december 2025 de rechtbank laten weten dat er geen verlengingsbesluit is genomen. Daarbij heeft hij toegelicht dat een verlengingsbesluit in de regel wordt genomen wanneer een maatregel de termijn van zes maanden gaat overschrijden. Daarvan is in het geval van eiser (nog) geen sprake, aangezien eiser op 11 september 2025 in bewaring is gesteld en de maatregel nu grofweg drie maanden duurt. Verder heeft de minister opgemerkt dat hoewel uit het beroepschrift enerzijds lijkt te volgen dat het beroep is gericht tegen een verlengingsbesluit, daaruit anderzijds volgt dat het beroep is ingediend vanwege ongenoegens van eisers gemachtigde over het aanmaken van zaken en het gebruik van e-mailboxen door de rechtbank. De minister heeft aangegeven dat hij daar graag buiten blijft.

6. De rechtbank leidt hieruit af dat er geen verlengingsbesluit door de minister is genomen. De rechtbank stelt voorop dat er alleen tegen een besluit in de zin van de Awb beroep open staat. Nu geen sprake is van een verlengingsbesluit en de minister gelet op de periode dat eiser in vreemdelingenbewaring zit (nog) niet gehouden was deze te nemen, is de rechtbank kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het beroep.

Oneigenlijke wijze van procederen door eisers gemachtigde

7. Hierbij hecht de rechtbank er belang aan het volgende op te merken over deze gang van zaken. Uit de gronden van het beroepschrift maakt de rechtbank op dat eisers gemachtigde helemaal niet beoogt de rechtmatigheid van een verlengingsbesluit aan de rechter voor te leggen. Hieruit blijkt immers duidelijk dat dit beroep een heel ander doel heeft, namelijk haar ongenoegen uiten over het e-mailadres waarop de gemachtigde in de zaak met NL25.59319 notificaties heeft ontvangen. Verder maakt de rechtbank uit het document ‘Habib-Portier NOVA’ op dat door de automatische koppeling met de gegevens van eisers gemachtigde, zoals deze zijn opgenomen in de Beheer Advocaten Registratie (BAR), zij de notificaties heeft ontvangen op het algemene e-mailadres van haar kantoor, [email adres 1] in plaats van op het door haar gewenste (eigen) zakelijke e-mailadres: [email adres 2]

8. De rechtbank acht het stuitend dat eisers gemachtigde ervoor kiest om onderhavige weg te bewandelen om haar ongenoegen te uiten over wat er – in haar ogen – in de zaak met zaaknummer NL25.59319 niet goed is gegaan. Een nieuw beroep aanhangig maken, met uitsluitend als doel aandacht te vragen voor iets dat in een andere zaak niet goed zou zijn gegaan, is een oneigenlijke wijze van procederen en neigt naar misbruik van recht. Van de gemachtigde van eiser mag worden verwacht dat zij prudent omgaat met de rechtsmiddelen die haar cliënt ter beschikking staan en van haar mag eveneens worden verwacht dat zij deze rechtsmiddelen niet inzet om kenbaar te maken dat zij notificaties op één van haar andere zakelijke e-mailadressen wenst te ontvangen. Daarvoor staan andere wegen open. Schadelijk bijkomend effect is dat door deze handelwijze een onevenredig beslag wordt gelegd op de rechtspraak die – naar algemeen bekend is – al zwaar is belast. Bovendien is de gemachtigde van eiser al eerder erop gewezen dat het instellen van beroep uitdrukkelijk niet de geëigende weg is om je beklag te doen over een gang van zaken die je niet zint, terwijl het beroep evident niet een rechtmatigheidstoets van een voorliggend besluit beoogt. Van een advocaat, die daarop nota bene eerder al is gewezen, mag professioneler gedrag worden verwacht.

Conclusie

9. De rechtbank is kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het beroep voor zover gericht tegen een (niet bestaand) verlengingsbesluit.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het gestelde verlengingsbesluit.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. de Jong-Nibourg, rechter, in aanwezigheid van mr.drs. B.E.C. Bertens, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 december 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.J. de Jong-Nibourg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?