ECLI:NL:RBDHA:2025:24305

ECLI:NL:RBDHA:2025:24305, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.35672

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer NL25.35672
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Terugkeerbesluit, besluit tot signalering en zwaar inreisverbod. Beroep ongegrond. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Beroep op artikel 8 EVRM slaagt niet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.35672

geboren op [geboortedatum] ,

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),

en

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat aan hem een terugkeerbesluit, een zwaar inreisverbod en een besluit tot signalering voor de duur van tien jaren is opgelegd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Aan eiser is op 23 juli 2025 een terugkeerbesluit en een besluit tot signalering opgelegd en een inreisverbod voor de duur van 10 jaar (zwaar inreisverbod) uitgevaardigd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening. Hierop is bij uitspraak van 28 november 2025 beslist.

Eiser is op 1 december 2025 uitgezet naar Marokko.

De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser is met kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank ziet in de stelling van eiser dat hij voldoet aan de voorwaarden voor verblijf in Frankijk, onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat hij daadwerkelijk een verblijfsrecht heeft in Frankrijk. Uit het verweerschrift maakt de rechtbank op dat de minister navraag heeft gedaan bij de Franse autoriteiten en dat daaruit is gebleken dat eiser sinds 17 januari 2024 geen rechtmatig verblijf heeft in Frankrijk en dat tegen hem een uitzettingsbevel is uitgevaardigd.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling van eiser dat de minister het proces-verbaal van gehoor niet heeft mogen betrekken in het besluit, geen doel treft. Eiser heeft de stelling dat de tolk op een gegeven moment in het Engels tegen hem praatte en niet goed heeft kunnen verstaan doordat de tolk in de auto zat onvoldoende onderbouwd en concreet gemaakt. Eiser heeft niet aangegeven op welke onderdelen het proces-verbaal van het gehoor niet klopt of wat hij meer had willen verklaren. Uit het proces-verbaal van gehoor blijkt verder dat eiser heeft verklaard de tolk goed te verstaan en te begrijpen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser de stelling dat hij in Nederland werk heeft gevonden bij zijn voormalige werkgever onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft de toezegging van zijn voormalige werkgever niet overgelegd.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. De minister is in het besluit ingegaan op de aard en ernst van het misdrijf en het tijdsverloop sinds het misdrijf werd gepleegd. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank kunnen overwegen dat er geen aanwijzingen zijn dat de omstandigheden waarin eiser tot zijn daden komt of zijn normbesef dusdanig positief zijn gewijzigd, dat niet meer voor nieuwe misdrijven hoeft te worden gevreesd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarom geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het opleggen van het inreisverbod of om de duur van het inreisverbod te verkorten. De rechtbank is verder van oordeel dat de stelling van eiser dat hij zijn gedrag heeft verbeterd in de PI geen doel treft. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het goede gedrag van eiser in detentie onvoldoende zegt over het toekomstige gedrag in de samenleving.

De rechtbank is tot slot van oordeel dat het beroep op artikel 8 van het EVRM niet slaagt. Eiser heeft de gestelde aanwezigheid van en banden met zijn dochter, zijn verloofde, zijn vrienden en andere familie niet onderbouwd of concreet gemaakt. De niet onderbouwde stellingen dat hij vaak naar België is geweest op doorreis, telefonisch contact had met zijn dochter, een rol wil spelen in haar leven, wil samenwonen met zijn verloofde in Nederland en ooms, tantes, een broer en een zus heeft in Spanje, Frankrijk en Noorwegen zijn daartoe onvoldoende.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of de in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn genoemde belangen of het beginsel van non-refoulement aan het opleggen van het terugkeerbesluit in de weg staan. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. Dit blijkt niet uit het dossier of algemene informatie. Eiser is op 19 juni 2025 geïnformeerd over het voorstel om een zwaar inreisverbod en een terugkeerbesluit op te leggen. Eiser heeft desgevraagd aangegeven geen problemen te hebben in Marokko. Hij vertelde daar ook op vakantie naartoe te gaan. Omdat hij gewend is in Europa wil hij in Frankrijk wonen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. K.E. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?