ECLI:NL:RBDHA:2025:24315

ECLI:NL:RBDHA:2025:24315, Rechtbank Den Haag, 04-12-2025, NL25.21065 en NL25.21066

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer NL25.21065 en NL25.21066
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Asiel. Iran. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. Verweerder mocht geloven dat de inval niet heeft plaatsgevonden. Maar verweerder gelooft wel dat eisers afvallig zijn. En dan moet verweerder zijn eigen beleid toepassen, zoals dat staat in Informatiebericht (IB) 2023/35. Dat heeft verweerder niet gedaan. Ook had verweerder moeten onderzoeken of eisers in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.21065 en NL25.21066 (beroepen)

en zijn echtgenote:

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres

hierna gezamenlijk: eisers

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

(gemachtigde: S. Beyik).

1. Eisers komen uit Iran. Ze zijn in november 2022 met een visum op bezoek bij hun dochter in Nederland gekomen. Eisers hebben vervolgens asiel gevraagd. Tijdens hun verblijf in Nederland zou de Iraanse veiligheidsdienst hun woning in Iran zijn ingevallen. Verweerder gelooft dat echter niet en heeft de aanvragen afgewezen. Eisers zijn het hier niet mee eens.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. Verweerder mocht geloven dat de inval niet heeft plaatsgevonden. Maar verweerder gelooft wel dat eisers afvallig zijn. En dan moet verweerder zijn eigen beleid toepassen, zoals dat staat in Informatiebericht (IB) 2023/35. Dat heeft verweerder niet gedaan. Ook had verweerder moeten onderzoeken of eisers in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM.

Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 25 januari 2023 hun asielaanvragen ingediend. Eiser is op [datum 1] 1943 en eiseres is op [datum 2] 1948 geboren. Beiden hebben de Iraanse nationaliteit. Verweerder heeft met het bestreden besluiten van 16 september 2025 de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers, de gemachtigde van eisers, F. Farjadnia als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eisers leggen aan hun asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers kunnen niet terug naar Iran omdat hun huis is doorzocht door de inlichtingendienst. [nicht] , de nicht van eiseres, heeft via de buren gehoord dat de inlichtingendiensten hebben gezegd dat als de eigenaar van het huis terugkomt, hij zich moet melden bij de autoriteiten. Eisers menen dat de inlichtingendiensten op zoek waren naar [naam 1] en/of [naam 2] , de politiek actieve neven van eiseres. [naam 1] had de sleutel van het huis van eisers en sliep daar af en toe. Bij terugkeer naar Iran zijn hun levens in gevaar. Eisers zijn bang dat zij de doodstraf krijgen.

De bestreden besluiten

4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens verweerder drie asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. inval in huis door de inlichtingendienst;

3. afvalligheid.

Verweerder heeft het eerste en derde asielmotief wel en het tweede asielmotief niet geloofwaardig geacht. Eisers hebben het tweede asielmotief niet volledig onderbouwd met objectieve documenten. Verweerder heeft dit asielmotief niet alsnog geloofwaardig geacht, omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder b, c, en d van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers hebben onvoldoende objectieve documenten ingediend, de verklaringen van eisers vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel en de aanvragen zijn niet zo spoedig mogelijk ingediend. De bij het nader gehoor overgelegde foto's kunnen het asielrelaas niet onderbouwen. Niet is te checken wie de foto's waar heeft genomen. De verklaring van de buurvrouw is ook geen objectieve bron. Het arrestatiebevel van [naam 1] is een kopie, wat niet op echtheid kan worden onderzocht. Het arrestatiebevel onderbouwt ook niet dat de inval in hun huis heeft plaatsgevonden. De verklaringen over de reden van de inval zijn gebaseerd op vermoedens. Eisers hebben minder dan mag worden verwacht verklaard over de politieke activiteiten van [naam 1] . Verder heeft eiser de informatie over de inval enkel via via vernomen. De verklaringen van eisers komen ook niet met elkaar overeen. Eiser noemt alleen [naam 1] , maar eiseres noemt ook [naam 2] . De verklaringen van eisers over het begin van hun kennis over de politieke activiteiten van [naam 1] zijn ook tegenstrijdig. Verweerder heeft bij de beoordeling van deze verklaringen rekening gehouden met eisers leeftijd en medische situatie. Ook de verklaring van eiser hoe de inlichtingendienst hun huis op het spoor is gekomen en het telefoontje in dat verband, komt niet overeen met de verklaring van eiseres. Daarnaast wisten eisers al sinds begin januari 2023 van de inval, maar zijn de asielaanvragen pas weken daarna ingediend zonder dat zij daarvoor een goede reden hebben.

Eisers hebben vanwege hun afvalligheid geen gegronde vrees voor vervolging, omdat uit algemene informatie niet blijkt dat afvalligen die dit niet uitdragen problemen krijgen. Eisers hebben eerder ook geen problemen gehad en hebben aangegeven zelf zonder problemen te kunnen leven met hun geloofsopvatting. Het is niet aannemelijk dat eisers bij terugkeer problemen krijgen, bijvoorbeeld omdat de autoriteiten weten van de asielaanvragen van eisers. Eisers lopen bij terugkeer naar Iran dan ook geen reëel risico op ernstige schade.

Verweerder wijst de aanvragen op grond van artikel 30b, eerste lid , onder h van de Vw kennelijk ongegrond af. Eisers hebben niet onmiddellijk asiel aangevraagd toen dat mogelijk was. Eisers krijgen een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken.

Is de werkinstructie 2024/6 onrechtmatig en houdt deze een verzwaring in van de bewijslast?

5. Eisers voeren aan dat de nieuwe werkinstructie 2024/6 een verzwaring van de bewijslast inhoudt. Er is geen sprake meer van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling waarbij alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang met elkaar worden beoordeeld op geloofwaardigheid. Het beleid van verweerder is niet in overeenstemming met het Unierecht. Eisers verwijzen daarbij naar de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) X. tegen Ierland van 29 juni 2023 en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) J.K tegen Zweden van 4 juni 2015. Verder verwijzen eisers naar de prejudiciële vragen die door deze rechtbank, zittingsplaats Roermond zijn gesteld over dit onderwerp. Verder wordt verwezen naar uitspraak van de meervoudige kamer van Groningen van 8 augustus 2025.

De rechtbank overweegt dat uit de WI 2024/6, de in dit verband gewezen jurisprudentie en de gedragslijn van verweerder volgt dat verweerder eerst de feiten en omstandigheden identificeert en het asielrelaas vaststelt (stap 1). Verweerder beoordeelt vervolgens de geloofwaardigheid van het asielmotief (stap 2). Daarbij wordt eerst beoordeeld of het asielmotief voldoende is onderbouwd met objectieve bewijsstukken (stap 2a). Als een asielmotief niet of onvoldoende is onderbouwd met objectieve bewijsstukken, wordt een geloofwaardigheidstoets toegepast om tot een oordeel te komen over de geloofwaardigheid (stap 2b). In dat geval wordt getoetst aan de vijf cumulatieve voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, van de Vw. Deze voorwaarden staan ook in artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Het is verder niet zo dat de WI 2024/6 zo strikt wordt uitgelegd dat als niet wordt voldaan aan één van die voorwaarden de asielaanvraag reeds wordt afgewezen. De kern van de beoordeling ligt bij de vraag of is voldaan aan letter c van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Of voldaan wordt aan één of meerdere andere letters speelt vervolgens mee bij de beoordeling maar is op zich niet doorslaggevend. De rechtbank begrijpt uit hetgeen verweerder ter zitting heeft verklaard dat dit ook zo geldt voor de zaken van eisers. Anders dan eisers hebben gesteld is dan ook nog steeds sprake van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat deze wijze van beoordeling in strijd is met het Unierecht of onredelijk is. Als de vreemdeling niet in staat is om objectieve documenten te overleggen, beoordeelt verweerder of de vreemdeling zijn asielrelaas geloofwaardig heeft gemaakt door daar samenhangende en aannemelijke verklaringen over af te leggen. Dat er geen authentieke of objectief verifieerbare documenten zijn is dus niet bepalend. In de werkinstructie staat ook dat kopieën wel worden betrokken als het motief niet volledig met documenten is onderbouwd. Dit is in lijn met het arrest LH van het Hof van 10 juni 2021 waarin is geoordeeld dat niet-authentieke documenten bij de beoordeling moeten worden betrokken. Verweerder heeft dit ook gedaan.

De rechtbank concludeert dat eiser niet concreet heeft gemaakt dat de beoordeling in deze zaak vanwege de toepassing van de WI 2024/6 in strijd is met het Unierecht.

Heeft het gehoor zorgvuldig plaatsgevonden?

6. Eisers voeren aan dat het verweerder hen onzorgvuldig heeft gehoord door niet eerst het MediFirst advies af te wachten. Ook is geen rekening gehouden met het referentiekader van eisers. Eisers zijn op hoge leeftijd en hebben extra veel pauzes nodig. Ook kunnen zij zich niet alles goed herinneren. Verweerder kan niet afgaan op de verklaringen van eisers zelf dat zij gehoord kunnen worden, omdat van eisers niet verwacht kan worden dat zij het inzicht hebben in hun vermogen om coherent en consistent te verklaren.

Op grond van artikel 3.108b van het Vreemdelingenbesluit (Vb) wordt voorafgaand aan of tijdens het onderzoek naar de asielaanvraag beoordeeld of de vreemdeling vanwege zijn kwetsbaarheid bijzondere procedurele waarborgen behoeft als bedoeld in artikel 24 van de Procedurerichtlijn. De noodzaak hiervoor kan bijvoorbeeld gelegen zijn in psychische problematiek of in het feit dat de vreemdeling slachtoffer is van ernstig lichamelijk of geestelijk geweld. Dergelijke kwetsbaarheid kan ook later in de procedure naar voren komen. Gewaarborgd moet worden dat iedereen die in aanmerking komt voor internationale bescherming in staat wordt gesteld om met de autoriteiten te spreken over de voor zijn zaak relevante feiten. Als onderdeel van bedoelde beoordeling wordt de vreemdeling op grond van artikel 3.109, vijfde lid van het Vb uitgenodigd voor een onderzoek ten behoeve van een medisch advies horen en beslissen. Dit onderzoek heeft tot doel het vaststellen van eventuele functionele beperkingen bij vreemdelingen die voortkomen uit medische problematiek en die zouden kunnen leiden tot het niet goed kunnen verklaren over het asielrelaas en het adviseren aan de IND over deze beperkingen bij de gehoren en het beslissen op de asielaanvraag. Behalve het medisch advies kunnen ook verklaringen en gedragingen van de vreemdeling en eigen waarnemingen van de gehoormedewerker en signalen van derden aanknopingspunten bieden voor het aannemen van bijzondere kwetsbaarheid. Als verweerder het voor de beoordeling van de aanvraag relevant vindt, dan biedt hij ook een medisch onderzoek aan naar aanwijzingen voor vroegere vervolging of ernstige schade.

De rechtbank constateert dat verweerder ten onrechte het MediFirst advies niet heeft afgewacht en overweegt dat hij dit wel had moeten doen. Dat eisers aangaven te kunnen worden gehoord, is onvoldoende om dit niet af te wachten. Dit is een zorgvuldigheidsgebrek.

De rechtbank constateert ook dat verweerder zich zonder bekendheid met het advies wel aan de aanbevelingen heeft gehouden. Zo heeft verweerder tijdens de gehoren veel pauzes genomen en vragen vaak herhaald. De rechtbank passeert daarom dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat eisers niet in hun belangen zijn geschaad.

Heeft verweerder de inval in huis door de inlichtingendienst ongeloofwaardig kunnen vinden?

7. Eisers voeren aan dat zij hun asielrelaas niet hoeven te bewijzen, maar aannemelijk dienen te maken. Eiser voert aan dat hij verschillende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van de inval, te weten foto's, een verklaring van de buurvrouw, juridische stukken over [naam 1] en een geboorteboekje van zijn schoonzus om de relatie met [naam 1] nader te onderbouwen. Verweerder moet deze documenten in samenhang bezien. Ten onrechte wordt er geen bewijswaarde aan de documenten toegekend. Eisers voeren verder aan dat verweerder niet heeft kunnen tegenwerpen dat eisers hun verklaringen baseren op vermoedens, omdat eisers in Nederland waren toen de gebeurtenissen plaatsvonden en zij dus niet in Iran waren. Ook had verweerder niet mogen verwachten dat eiser net als eiseres meer kon verklaren over de politieke activiteiten van [naam 1] en de reden van de inval, want eiser was hiervan niet op de hoogte. Eisers hebben via hun dochter en contacten zoveel mogelijk informatie verkregen en verweerder kan niet verwachten dat zij op hun leeftijd en vanuit Nederland meer betrokkenen kunnen vinden om informatie te verschaffen. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eisers. Eiser heeft in de correcties en aanvullingen van augustus 2023 aangegeven waarom hij de naam van neef [naam 2] niet heeft genoemd en waarom eiseres dat wel heeft gedaan. Verweerder heeft eiser niet geconfronteerd met de verschillen tussen in zijn verklaringen over de politieke activiteiten van [naam 1] en die van eiseres. Bij het nabespreken van het gehoor is gebleken dat eiser niet alle vragen goed heeft begrepen. Eiser voert verder aan dat hij het anonieme telefoontje niet serieus nam en daarom dat niet heeft genoemd. Verweerder heeft met de directe vraagstelling onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser en is onvoldoende ingegaan op de zienswijze. Eisers verwijzen naar het Algemeen Ambtsbericht Iran van september 2023, pagina 41, waaruit blijkt dat familieleden van opposanten onder druk worden gezet. Eisers voeren ten slotte aan dat het 48-uurscriterium om een asielaanvraag in te dienen geen Unierechtelijke basis kent en eisers een week nadat zij hadden vernomen van de inval asiel hebben aangevraagd.

De rechtbank volgt eisers in hun standpunt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met hun referentiekader. Hierbij is van belang dat eisers op hoge leeftijd zijn. Ook wijzen de verklaringen van eiseres, de verklaring van hun dochter ter zitting en de schriftelijke verklaring van de buurvrouw (die enkel stelt een buurvrouw van eiseres te zijn) dat sprake is van een rolverdeling tussen eisers waarbij communicatie met derden bijna uitsluitend via eiseres verloopt. Het is daarom niet vreemd dat eiser minder verklaart dan eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarom niet in redelijkheid de genoemde verschillen tussen de verklaringen van eiser en eiseres tegen kunnen werpen.

De rechtbank volgt verweerder wel in zijn standpunt dat het vreemd is dat eisers niet meer onderzoek hebben gedaan in Iran om te verifiëren dat behalve [naam 1] en/of [naam 2] ook zij in de negatieve belangstelling staan. Verweerder heeft in dit kader er terecht op gewezen dat het aan eisers is om hun asielaanvraag aannemelijk te maken, in het bijzonder dat de Iraanse inlichtingendiensten naast [naam 1] ook interesse hebben in eisers. Dit ook mede gelet op hun hoge leeftijd en hun uitgesproken wens om in eerste instantie in Iran te blijven. De rechtbank volgt verweerder ook in zijn standpunt dat de foto’s van de inval die door eisers zijn overgelegd, geen onderbouwende waarde hebben. Uit de foto’s blijkt niet wie, waar en wanneer de foto’s zijn genomen. Verder is van belang dat de verklaring van de buurvrouw geen objectieve bron is, dat niet is na te gaan of de opsteller inderdaad de buurvrouw is en dat uit de tekst niet valt op te maken wie langs zijn gekomen bij het huis van eisers en waarom. Eisers hebben met het arrestatiebevel ten aanzien van [naam 1] ten slotte niet aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk een inval in het huis heeft plaatsgevonden.

De rechtbank concludeert dat hoewel verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eisers, de geloofwaardigheidsbeoordeling voldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Verweerder heeft zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eisers en de door hen overgelegde documenten onvoldoende blijkt dat zij in de negatieve belangstelling staan van de Iraanse autoriteiten. De beroepsgrond slaagt niet.

Lopen eisers bij terugkeer in Iran een reëel risico op ernstige schade?

8. Eisers voeren aan dat verweerder niet kenbaar aan IB 2023/35 heeft getoetst. Van eisers mag bij terugkeer geen terughoudendheid verwacht worden. Verweerder had moeten kijken hoe eisers aan hun afvalligheid in Iran uiting zouden willen geven. Hierbij is van belang dat eisers al langere tijd in Nederland verblijven. Eisers verwijzen naar de UNHCR Guidelines, nr. 6 paragraaf 21, het EUAA rapport over Iran van 7 januari 2025, een rapport van Amnesty International van 28 april 2025, en een USDOS-rapport over religieuze vrijheid van 30 juni 2024 en het AAB Iran september 2023, p. 84-85. Eisers vrezen dat zij bij terugkeer worden ondervraagd en dat zij een verklaring moeten ondertekenen. Verder is eisers paspoort inmiddels verlopen en zal hij moeten terugkeren op een laissez-passer, waardoor eisers in de negatieve aandacht zullen staan.

De rechtbank wijst allereerst op de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2022. Verweerder mag, zo blijkt uit die uitspraak, van eisers niet verlangen dat zij zich om vervolging te voorkomen in Iran terughoudend zullen opstellen bij de uitoefening van hun geloofwaardig geachte afvalligheid. Verweerder moet in dat kader onderzoeken en beoordelen of, en zo ja hoe, een vreemdeling na terugkeer naar zijn land van herkomst uiting wil geven aan zijn afvalligheid en of de verklaringen van de vreemdeling hierover geloofwaardig zijn. Als de vreemdeling daarover niet uitdrukkelijk verklaart, moet verweerder ervan uitgaan dat die vreemdeling na terugkeer op dezelfde wijze uiting aan zijn afvalligheid wil geven als hij in Nederland heeft gedaan.

Ten tweede is van belang dat volgens het Hof bij vrees voor vervolging of risico op ernstige schade op grond van godsdienst niet alleen rekening dient te worden gehouden met de individuele situatie en de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, maar ook met zijn godsdienstige overtuigingen en de omstandigheden waarin deze werden verworven, de wijze waarop hij zijn geloof opvat en beleeft (of het feit dat hij niet gelooft), zijn verhouding tot de dogmatische aspecten, rituelen of voorschriften van de godsdienst waartoe hij volgens zijn verklaringen behoort, of waarvan hij afstand wil nemen, het feit dat hij, in voorkomend geval, een bijzondere rol speelt bij het overbrengen van zijn geloof, alsook interacties tussen religieuze factoren en identiteits-, etnische of genderfactoren. Dit geldt ook voor het risico op ernstig schade ten gevolge van afvalligheid. Verder moeten de handelingen die de autoriteiten van het land van herkomst van die verzoeker, indien hij naar dat land terugkeert, ten aanzien van hem dreigen te stellen om redenen die verband houden met godsdienst, worden beoordeeld op basis van hun zwaarwichtigheid.

In het IB 2023/35 staat beleid van verweerder in dit kader. Daarin is onder meer bepaald dat bij vreemdelingen van wie de afvalligheid geloofwaardig is geacht, verweerder conform de Werkinstructie (WI) 2022/3 dient te onderzoeken en beoordelen of de uitingen van de afvalligheid die ervoor zouden zorgen dat zij in de negatieve aandacht zouden komen te staan, van belang zijn voor het behoud van hun religieuze identiteit. Ook moet worden onderzocht en beoordeeld hoe en waarom de vreemdelingen in het land van herkomst uiting gaven aan hun overtuiging en hoe zij dit in Nederland hebben gedaan, als ook of en waarom zij dit bij terugkeer (anders) zouden willen doen en of dit geloofwaardig is. Als de vreemdeling in het land van herkomst en in Nederland zijn afvalligheid terughoudend of niet actief heeft geuit, dan is het in beginsel niet aannemelijk dat de vreemdeling in het geval van een eventuele ondervraging door de autoriteiten op de luchthaven zal verklaren dat hij afvallig is. In dit geval is er, anders gezegd, in beginsel namelijk geen blijk dat dit voor de vreemdeling van belang is voor het behoud van zijn religieuze identiteit, aldus het beleid.

De rechtbank constateert dat verweerder in de bestreden besluiten ten onrechte geen volledige inschatting heeft gemaakt van het risico bij terugkeer. Omdat verweerder de afvalligheid van eisers geloofwaardig heeft geacht, dient verweerder dit alsnog te doen aan de hand van IB 2023/35. Uit de bestreden besluiten blijkt niet dat verweerder dit beleid heeft betrokken. Verweerder dient daarbij de individuele omstandigheden van eisers te betrekken. Daarbij moet worden ingegaan op de wijze waarop zij bij terugkeer door de autoriteiten, onder andere op de luchthaven en bij eventuele monitoring erna, zullen worden behandeld. In dit kader is van belang dat eiser geen geldig paspoort meer heeft en op een laissez-passer naar Iran terug zou keren en dit betekent dat de kans groter is dat hij bij terugkeer zal worden ondervraagd. De beroepsgrond slaagt.

Had verweerder aanleiding moeten zien om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM?

9. Eisers voeren aan dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Eisers verblijven bij hun dochter in huis. Zij is enig kind en eisers zijn afhankelijk van haar. Verweerder had dit moeten beoordelen.

De rechtbank volgt eisers in hun standpunt dat verweerder in de verklaringen van eisers aanleiding had moeten zien om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. In de bestreden besluiten is hier niet op ingegaan. Gezien hetgeen eisers hebben gesteld had verweerder dit wel moeten doen. Dat eisers een aparte aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning kunnen indienen, betekent niet dat verweerder hier niet op hoefde in te gaan. Verwezen wordt naar artikel 3.6a Vb. Verweerder zal in dit kader moeten bezien of eisers vanwege de in Nederland woonachtige dochter recht hebben op een reguliere verblijfsvergunning. Daarbij moet worden ingegaan op onder andere hun medische omstandigheden en de gestelde afhankelijkheid van hun dochter. De beroepsgrond slaagt.

Had verweerder de aanvraag kennelijk ongegrond af kunnen wijzen?

10. Eisers voeren aan dat verweerder de aanvraag niet kennelijk ongegrond af heeft kunnen wijzen. Uit de loopbrieven blijkt dat eisers op 25 januari 2023 hun asielaanvragen hebben ingediend. Op dat moment waren hun Schengenvisa nog geldig.

De rechtbank overweegt dat verweerder de aanvraag van eisers niet op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw als kennelijk ongegrond af heeft kunnen wijzen. Uit het digitale dossier blijkt dat in de loopbrieven staat dat eisers op 25 januari 2023 hun asielaanvragen hebben ingediend. Verder blijkt uit hun paspoorten en de daarop aangebrachte Schengenvisa dat deze op het moment van de asielaanvraag nog geldig waren. Dit betekent dat eisers Nederland niet onrechtmatig zijn binnengekomen of hun verblijf op onrechtmatige wijze hebben verlengd. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

11. Verweerder heeft de aanvragen ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Dit staat in de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

12. Omdat de beroepen gegrond zijn krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eisers twee beroepschriften heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Ook is sprake van samenhang als bedoeld in artikel 3 van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten van 16 september 2025;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuw besluiten te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.N. van Rijn

Griffier

  • mr. L. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?