ECLI:NL:RBDHA:2025:24342

ECLI:NL:RBDHA:2025:24342, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.18553

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer NL25.18553
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

opvolgende aanvraag / geen nieuwe elementen of bevindingen / ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.18553

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)

en

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 19 juni 2024 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met zaaknummer NL25.18554, op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Wat aan de huidige aanvraag vooraf ging

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Jordaanse nationaliteit. Hij heeft op 2 december 2020 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in 2018 een relatie heeft gekregen met zijn overbuurmeisje [naam 2] . [naam 2] behoort tot de [naam 3] stam. Eiser behoort tot de stam van de [naam 4] . Op 15 september 2019, nadat [naam 2] bij eiser thuis was geweest, liepen beiden hand in hand naar de voordeur van het appartementencomplex. Daar werden zij gezien door de broer van [naam 2] . Zij vluchtten terug naar het appartement van de familie van eiser en met de hulp van een oom zijn zij verder gevlucht nadat de familie van [naam 2] zich had verzameld voor de deur. De onderhandelingen tussen de stammen die erop volgden, hadden geen resultaat en op 28 september 2019 moest [naam 2] terug naar haar stam. Tijdens dit terugbrengen werd er door de broer van [naam 2] geschoten. De oom van eiser schoot terug en doodde de broer. Daarop is eiser vogelvrij verklaard door de [naam 5] stam vanwege de buitenechtelijke relatie met [naam 2] evenals zijn oom vanwege het neerschieten van de broer. Bij terugkeer vreest eiser te worden gedood in verband met eerwraak.

3. Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de minister deze aanvraag afgewezen als ongegrond. De minister heeft de door eiser gesteld relatie met zijn overbuurmeisje ongeloofwaardig geacht evenals de bedreiging met eerwraak vanwege deze relatie. Het door eiser tegen dit besluit ingestelde beroep is bij uitspraak van 28 oktober 2022 door deze rechtbank en zittingsplaats ongegrond verklaard. De Afdeling heeft op 12 december 2022 de uitspraak van 28 oktober 2022 bevestigd. Daarmee staat de afwijzing van de asielaanvraag in rechte vast.

4. Op 15 december 2022 heeft eiser zijn tweede asielaanvraag ingediend. Bij deze aanvraag heeft eiser een verklaring van de rechtbank van eerste aanleg te Amman, gedateerd op 15 november 2022, overgelegd waarin staat dat eiser is aangeklaagd door [naam 6] voor een misdrijf met betrekking tot de aantasting van de eer en dat hij wordt gezocht door de rechtbank. Ook heeft eiser verklaard dat zijn broer bij terugkeer naar Jordanië door toedoen van de familie van [naam 2] in 2023 is aangehouden door de politie.

5. Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de minister deze opvolgende aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu de authenticiteit van het document door Bureau Documenten niet kan worden vastgesteld en eiser ook niet met aanvullende verklaringen zijn relaas aannemelijk heeft weten te maken, ongeloofwaardig blijft dat hij een relatie heeft gehad met [naam 2] en dat hij door haar familie met eerwraak wordt bedreigd vanwege deze relatie. Het door eiser tegen dit besluit ingestelde beroep is op 31 mei 2024 ingetrokken. Daarmee staat het besluit van 8 mei 2024 in rechte vast.

Huidige aanvraag

6. Op 19 juni 2024 heeft eiser zijn derde asielaanvraag ingediend. In het kader van deze aanvraag heeft hij de volgende documenten overgelegd:

eiser advocaat in Nederland;

- Foto’s waaruit blijkt dat er juridische claims lopen tegen eiser.

Bestreden besluit

7. De minister heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat sprake is van een opvolgende aanvraag waaraan eiser geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd of waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De minister heeft hiermee toepassing gegeven aan artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000. De minister stelt zich op het standpunt dat de overgelegde documenten en de daaromtrent afgelegde verklaringen niet afdoen aan hetgeen reeds in rechte vast is komen te staan, omdat de email geen objectiveerbare bron is die op echtheid te onderzoeken is en de brief van eisers Jordaanse advocaat een kopie is. Nu het niet gaat om een origineel document kan ook deze brief niet op echtheid onderzocht worden. Daarnaast wordt in de brief uiteengezet dat eiser gearresteerd of vermoord dreigt te worden vanwege de aanklachten die er tegen hem liggen en wordt aangegeven dat alle noodzakelijke documenten gerelateerd aan zijn zaak zijn ingediend. Niet vermeld is echter om welke documenten het gaat en waar deze zijn ingediend. Tijdens het gehoor op 17 april 2025 is verklaard dat het om het document van de rechtbank van 15 november 2022 gaat dat reeds eerder in de procedure is beoordeeld en waarvan toen door Bureau Documenten is vastgesteld dat de authenticiteit niet kan worden vastgesteld. De overgelegde foto’s ten slotte betreffen eveneens kopieën die niet op echtheid kunnen worden onderzocht. Bovendien is er alleen op te zien dat er juridische claims tegen eiser lopen zonder dat is aangegeven waar die op zien.

Gronden

Eiser voert in zijn gronden aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt en vervolgens niet motiveert waarom de verklaring van de Jordaanse advocaat van eiser niet afkomstig zou zijn uit objectieve bron. Dit terwijl in de brief louter de feitelijke situatie wordt geduid welke niet anders dan als objectief kan worden gekwalificeerd. Net als in Nederland dienen advocaten zich in Jordanië aan strenge gedragscodes te houden, wat hen dwingt eerlijk en integer te zijn in hun handelen en communicatie. Ze dienen de feiten eerlijk en nauwkeurig voor te stellen ook als ze de belangen van hun cliënten behartigen. Feiten mogen op een voor hun cliënt zo gunstig mogelijke wijze gepresenteerd worden maar ze moeten binnen de grenzen van de waarheid blijven. Dit maakt dat aan de toelichting van de Jordaanse advocaat wel gewicht toekomt en er sprake is van een novum. Daarnaast dient ook waarde te worden toegekend aan de overgelegde informatie uit het digitale systeem (een soort DigiD) die laat zien dat er een procedure tegen eiser aanhangig is. Deze vormt een aanwijzing voor de betrouwbaarheid van de gestelde problematiek.

De beoordeling door de rechtbank

Documenten

8. De beroepsgronden slagen niet. De minister werpt eiser niet ten onrechte tegen dat aan de inhoud van de documenten die eiser heeft overgelegd niet de waarde kan worden gehecht die eiser daaraan gehecht wenst te zien. Over de brief van de Jordaanse advocaat stelt de minister terecht dat het een kopie betreft. Verder heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat het document niet afkomstig is uit een objectieve bron omdat de advocaat in dienst van eiser staat en daarmee niet als onafhankelijk valt te beschouwen. Ook heeft de minister de inhoud van de brief als vaag mogen betitelen nu onduidelijk is welke documenten de advocaat van eiser precies heeft ingediend en waar hij deze heeft ingediend. Ten aanzien van de overgelegde foto’s heeft de minister eveneens mogen overwegen dat het geen originele documenten zijn, waardoor ze niet op authenticiteit te onderzoeken zijn, en dat evenmin kan worden vastgesteld dat de juridische claims waarvan sprake zou zijn betrekking hebben op de reden waarvoor eiser asiel heeft aangevraagd.

Niet-ontvankelijk verklaring

9. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen aan zijn opvolgende aanvraag ten grondslag heeft gelegd, zodat de minister niet tot een inhoudelijke beoordeling van zijn relaas heeft hoeven komen. De minister heeft derhalve de opvolgende asielaanvraag op goede gronden, op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard.

10. Uit het arrest Bahaddar en de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 22 juni 2022 waarin dit arrest is uitgewerkt, volgt dat de bestuursrechter een nationale procedureregel, die tot een niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag leidt, buiten toepassing moet laten wanneer er omstandigheden zijn als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest, om schending van artikel 3 van het EVRM te voorkomen. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat ook regels die gaan over de omvang van het geschil, zoals artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw, gezien kunnen worden als een nationale procedureregel in de zin van het arrest Bahaddar. Bahaddar-omstandigheden doen zich voor als wat een vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd, onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat de minister bij uitzetting van die vreemdeling het refoulementverbod, neergelegd in artikel 3 van het EVRM, zou schenden. De drempel voor een geslaagd beroep op artikel 3 van het EVRM is daarom hoog. Nu het eerdere afwijzende asielbesluit van 18 augustus 2021, waarin de door eiser gestelde relatie met zijn overbuurmeisje evenals de daaruit voortvloeiende problemen door de minister niet geloofwaardig zijn geacht, in rechte vast is komen te staan en in deze procedure eiser, zoals reeds hiervoor is overwogen, geen relevante nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er sprake is van Bahaddar-omstandigheden.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Griffier

  • mr. P.C.J. Lindeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?