RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders gemeente Leiden, het college
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6373
en
(gemachtigde: [naam]).
Procesverloop
In het besluit van 3 juli 2023 (het primaire besluit) heeft het college bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering en de eenmalige bankkosten toegekend voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024.
In het besluit van 7 september 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Het college was niet vertegenwoordigd.
In de tussenuitspraak van 11 februari 2025 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel is omdat onvoldoende is gebleken of het college bij de beoordeling van de draagkracht van eiser rekening heeft gehouden met de eigen bijdrage die eiser betaalt voor zijn verblijf in een instelling. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat het college heeft onderzocht welke vaste lasten inbegrepen zijn in de eigen bijdrage en welke kosten van levensonderhoud eiser zelf dient te betalen. Het college had dit gebrek kunnen herstellen door deze gegevens alsnog in het geding te brengen en aan de hand daarvan te bezien of de draagkracht moet worden bijgesteld.
3. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen gebruik maakt van de gelegenheid het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het bestreden besluit blijft daarmee in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen en het college opdragen om een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen.
4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel als bedoeld in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met wat de rechtbank in deze uitspraak en de tussenuitspraak heeft overwogen. De rechtbank geeft het college een termijn van zes weken om een nieuw besluit te nemen.
5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden.
6. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.