[eiser], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M.C. Post - Kadijk).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit waarin zijn asielaanvraag is afgewezen. Eiser heeft op 20 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is Koerd en om die reden wordt hij geïsoleerd en gekleineerd. Hij kan in Turkije zijn eigen taal nergens spreken en omdat hij niet naar de moskee gaat wordt hij buitengesloten. Eiser heeft Koerdische dingen op social media gedeeld en gesproken met leden van de PKK. Er is daarom een aanhoudingsbevel tegen hem uitgevaardigd, waarin hij wordt beschuldigd van lidmaatschap van de PKK. Als eiser teruggaat naar Turkije zal hij worden opgepakt. Daarnaast zal hij de dienstplicht moeten vervullen.
Het bestreden besluit
6. De minister stelt zich op het standpunt dat de door eiser gestelde identiteit niet geloofwaardig is. Zijn nationaliteit en herkomst zijn wel geloofwaardig. De minister acht de discriminatie vanwege de Koerdische etniciteit van eiser geloofwaardig. De door eiser gestelde problemen vanwege betrokkenheid bij de PKK en HDP en de verklaringen over de oproep voor de militaire dienst worden door de minister niet geloofwaardig geacht. De minister concludeert dat de geloofwaardig geachte asielmotieven niet leiden tot gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De minister vindt de discriminatie die eiser heeft ondervonden niet zo ernstig dat hij onmogelijk op sociaal en maatschappelijk gebied kon functioneren.
De gronden van beroep
7. Eiser ziet niet in waarom zijn identiteit niet geloofwaardig is. De door hem overgelegde kopie van zijn identiteitskaart is wel voldoende om zijn nationaliteit en herkomst geloofwaardig te achten, maar niet zijn identiteit. De minister heeft zijn identiteit dan weer wel gebruikt om foto’s op Facebook te achterhalen. De foto’s waar door de minister naar wordt verwezen zijn niet toegevoegd. Eiser stelt dat hij pas in augustus 2024 aan het werk is gegaan en niet al in maart 2023. De aangeleverde tenlastelegging en het arrestatiebevel zijn ten onrechte als ‘vals’ bestempeld. Uit deze documenten blijkt dat eiser te vrezen heeft voor vervolging bij terugkeer naar Turkije. Aan eiser kan niet worden tegengeworpen dat hij oppervlakkig heeft verklaard over de PKK, omdat hij niet aangesloten is geweest bij de PKK en daarom alleen kan vertellen wat hij heeft gehoord. Omdat eiser twee keer is aangehouden heeft hij niet tegenstrijdig verklaard over wanneer de politie bij hem aan de deur kwam. Eiser is aanwezig geweest bij bijeenkomsten van de HDP en dit wordt in Turkije al gezien als politieke uiting. Over de dienstplicht heeft eiser geen stukken kunnen aanleveren, omdat hij geen identiteitsdocument heeft en dus geen toegang heeft tot e-Devlet. Ten onrechte is aan eiser tegengeworpen dat hij zich niet meteen heeft gemeld.
Beoordeling
Identiteit
8. Met betrekking tot de identiteit van eiser overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat door eiser geen verschoonbare reden is gegeven voor het ontbreken van documenten ter onderbouwing van zijn identiteit. Daarbij heeft de minister aan eiser tegen kunnen werpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard door zowel te stellen dat zijn identiteitsbewijs in Turkije ligt als te verklaren dat hij zijn paspoort en identiteitskaart heeft verscheurd en weggegooid. De enkele stelling dat in het proces-verbaal onjuist is opgenomen dat de identiteitskaart in Turkije ligt is onvoldoende om aan te nemen dat eiser dit niet heeft gezegd. De minister mocht uitgaan van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal. Daarnaast heeft de minister eiser aan kunnen rekenen dat hij zich niet aantoonbaar heeft ingespannen bij het consulaat een nieuw document aan te vragen. Het is aan eiser om zijn identiteit aannemelijk te maken. De rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt.
Datum inreis Nederland
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn inreis. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat hij op 20 oktober 2023 zijn asielaanvraag heeft ingediend en een week daarvoor Nederland is ingereisd. De minister heeft eiser terecht tegengeworpen dat uit de foto’s van zijn facebookaccount blijkt dat eiser al in maart 2023 in Nederland was. Door eiser is niets aangevoerd waaruit blijkt dat de minister niet van deze foto’s en data uit kon gaan. De minister heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig als mogelijk heeft gedaan.
PKK en HDP
10. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser geen lid is geweest van de PKK of de HDP. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser algemeen en oppervlakkig heeft verklaard over de PKK. Eiser heeft overwogen zich aan te sluiten bij de PKK, maar kan niet verklaren waar de PKK voor staat, op welke manier zij haar doel wil bereiken, wat zij precies doet in haar strijd en of zij gebruik maakt van wapens. De minister werpt eiser niet ten onrechte tegen dat van hem meer kennis over de PKK verwacht had mogen worden. De minister heeft zich niet ten onterechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser politiek actief is geweest binnen de HDP of voornemens is bij terugkeer naar Turkije politiek actief te worden. Het aanwezig zijn bij bijeenkomsten met een cultureel karakter maakt niet dat eiser persoonlijk onder de aandacht is komen te staan bij de autoriteiten. De minister heeft niet aannemelijk kunnen vinden dat eiser problemen ondervindt, omdat hij gesproken heeft met een PKK-lid en hem terecht tegengeworpen dat hij wisselend verklaart over wanneer de politie naar aanleiding van dit gesprek aan de deur is geweest. Uit het proces-verbaal van verhoor blijkt dat eiser in oktober 2023 verklaart dat het ongeveer een jaar geleden is, terwijl hij in het nader gehoor verklaart dat hij denkt dat het in de lente van 2021 was. De minister heeft van eiser mogen verwachten dat hij hierover eenduidig kan verklaren.
Ten aanzien van de tenlastelegging en het arrestatiebevel heeft de minister gemotiveerd tegengeworpen dat eiser hiermee niet heeft onderbouwd dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten, omdat deze documenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De minister mocht zich hierbij baseren op de onderzoeksresultaten van Bureau Documenten. Eiser heeft deze resultaten niet met een contra-expertise of concrete aanknopingspunten voor twijfel weten te weerleggen. De enkele stelling van eiser dat de documenten niet vals zijn is onvoldoende.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging en betrokkenheid bij de HDP of de PKK gegronde vrees heeft voor vervolging of dat bij terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade.
Militaire dienstplicht
11. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen dat hij is opgeroepen voor de militaire dienstplicht in Turkije, niet geloofwaardig zijn. In de besluitvorming heeft de minister dat deugdelijk gemotiveerd. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser niet weet wanneer hij concreet is opgeroepen. Ook over de eventuele boete die eiser moet betalen voor het ontduiken van de militaire dienst of medische keuring kan eiser niet nader verklaren of stukken aanleveren. Eiser stelt dat hij geen toegang heeft tot e-Devlet waar de van belang zijnde stukken in terug te vinden zijn. De minister heeft op dit punt kunnen tegenwerpen dat niet is gebleken dat eiser moeite heeft gedaan om alsnog toegang te krijgen tot e-Devlet. Ook is niet gebleken dat eiser op andere wijze heeft geprobeerd de documenten te krijgen.
12. De rechtbank ziet in hetgeen eiser in beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor vernietiging van het besluit.
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen in stand wordt gelaten.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters - van Luijk, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.