[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M.C. Post - Kadijk).
Inleiding
1. Bij besluit van 2 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep tegen het bestreden besluit in de zaak met nummer NL25.48128, op 7 november 2025, op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters - van Luijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: